Adjunct-directeur Jakirovic over de inzet van anders bevoegden op de Mariaschool

Article type
Inspiratie

De Mariaschool in Rotterdam werkt met samengevoegde klassen en de inzet van anders bevoegden. Maar hoe geef je dat effectief vorm? Adjunct-directeur Miran Jakirovic geeft antwoord op de belangrijkste vragen bij het anders organiseren van het onderwijs op zijn school. 

Miran Jakirovic

Jakirovic was op begin oktober 2020 te gast bij een online themabijeenkomst van de PO-Raad over anders organiseren. Daar ging hij in gesprek met schoolleiders, ib’ers, HR-medewerkers, onderwijsondersteuners, bestuurders en beleidsmedewerkers in het primair onderwijs en beantwoordde hun belangrijkste vragen. 

  1. Hebben jullie een plan van aanpak ontwikkeld om de overgang naar het nieuwe organiseren in de tijd te zetten en het planmatig aan te pakken?

    "De huidige manier van werken is organisch ontstaan. Het is een proces geweest waarbij het team geleerd heeft samen doelen, acties en vervolgstappen te bepalen. Dit proces is niet vastgelegd, omdat dit de manier van werken is die leerKRACHT voorschrijft. De Mariaschool werkt dus volgens deze methode."

  2. Wat heeft jullie gemotiveerd om het onderwijs anders te organiseren?

    "De directeur van de Mariaschool en ik hebben beiden een masteropleiding ‘Leren innoveren’ gevolgd. Zij hebben de collega’s vanuit stichting leerKRACHT meegenomen in hun onderzoeken en hebben hen gestimuleerd te gaan kijken en ervaren hoe men in het land werkt. De huidige manier van werken op de school is vanuit ambitie gegroeid."

  3. Wat betekent het concreet voor jouw formatie? Met hoeveel bevoegde leraren werk je nu, met hoeveel onderwijsassistenten en hoeveel externen?

    "De Mariaschool heeft 23 leraren en drie onderwijsassistenten op de formatie. Eén gymleraar staat gedeeltelijk op de formatie, maar wordt voor twee-derde bekostigd door de gemeente Rotterdam. Het muziekonderwijs op de school wordt volledig bekostigd door de gemeente. Er wordt formatief samengewerkt met twee kunstenaars van Museum Boijmans van Beuningen en er zijn drie vrijwilligers actief op de Mariaschool."

  4. Hoe organiseren jullie dit ten aanzien van de inzet van partners?

    "Partners worden inhoudelijk met elkaar verbonden en bepalen wat er georganiseerd gaat worden en welke doelen ze met de leerlingen willen behalen. Het is belangrijk hierbij succescriteria te formuleren."

  5. Is er sprake van uitstroom naar sbo of so?

    "De uitstroom naar speciaal (basis)onderwijs is nihil: in de afgelopen drie jaar één of twee leerlingen."

  6. Is er sprake geweest van een enorme cultuurverandering op jullie school? Hoe is deze cultuurverandering in gang gezet? Wat heeft hierbij geholpen?

    "Het team heeft gezamenlijk een ambitie en visie geformuleerd."

  7. Hoe hebben jullie ouders hierin meegenomen?

    "De ouders zijn vanaf het begin in de ontwikkelingen meegenomen. Ouders hebben een bijeenkomst gehad waarin uitleg is gegeven. Er zijn nauwelijks ouders geweest die door de verandering vertrokken zijn. Sterker nog, de band met de ouders is steviger doordat je de betrokkenheid van de ouders nodig hebt om samen voor de groei van de kinderen te gaan."

  8. Kunnen jullie al iets zeggen over de onderwijsresultaten naar aanleiding van de veranderingen?

    "In de ontwerpperiode heeft de school wel een keldering van resultaten gezien. Leraren moesten ondervinden hoe ze onderwijs anders moesten organiseren en ervaren wat kan en past bij de school. Op dit moment ziet de Mariaschool een groei van de resultaten. Er wordt niet alleen gekeken naar eindresultaten, zoals dit bij de citotoets gebeurt, maar ook naar de groei die leerlingen doormaken. De Onderwijsinspectie heeft een verificatiebezoek afgelegd en de school scoort op alle gebieden goed. Van de oud-leerlingen van de school was, in het vervolgonderwijs, slechts 1% overgestapt naar een naar een ander niveau."

  9. Zijn de resultaten van de school nog steeds passend bij de weging/de normen? Hoe is het effect daarop geweest?

    "De resultaten zijn nog steeds passend bij de weging, maar doordat wij naar de individuele groei van de leerlingen zijn gaan kijken en naar het proces, zien wij groei bij alle leerlingen. Deze groei is gebaseerd op de onderwijsbehoefte van de leerlingen."

  10. Hoelang duurde de periode dat de resultaten afnamen?

    "Je laat zaken los en gaat andere zaken anders vasthouden. Je bent op zoek naar de manier om zicht op de ontwikkeling te behouden en te verbeteren. In eerste instantie moet je dit durven los te laten om opnieuw op een andere manier op te bouwen."

  11. Welke interventies zijn er precies geweest bij de leraren zodat de resultaten inderdaad zijn gestegen?

    "Zicht op de ontwikkeling en zicht in doelen die behaald moeten worden. Zicht op de individuele ontwikkeling en of het kind zich ontwikkelt in de zone van zijn of haar ontwikkeling. Daarnaast het uitwerken van beredeneerd aanbod, wat wordt er gevraagd bij IEP leerlingvolgsysteem, hoe staat dit in verhouding tot onze verwerking, wat moeten de kinderen minimaal behalen en hoe zien de vervolgstappen eruit."

  12. Betekent de keuze voor dit organisatiemodel ook dat er andere eisen aan competenties van leraren gesteld moeten worden?

    "Dit is zeker het geval: leraren stonden eerder alleen voor een groep, nu zijn ze met vier, vijf of zes collega’s. Collega’s zien elkaar continu functioneren en werken intensief samen aan het onderwijsaanbod. Er wordt dus veel meer gevraagd van de samenwerkingsvaardigheden. Voor de Mariaschool geldt, dat teamleden hier al stappen in gezet hadden doordat men werkte met leerKRACHT. Het vraagt een andere kijk van leraren. "

  13. Verandert hiermee de rol van de leraar: meer coach/regisseur voor de leerlingen?

    "De rol van de leraar veranderde zeker. Waar je voorheen alleen in je lokaal was, werk je nu met andere professionals. Niet alleen je collega leraren, maar ook derdejaars studenten, onderwijsassistenten, vrijwilligers, stagiaires. Jij bent als leraar de regisseur in je unit. Hoe organiseer je het geheel met je collega’s? Doordat we de methodes losgelaten hebben en onderwijs op onderwijsbehoefte van de leerlingen zijn aan gaan bieden, is de leraar een coach geworden voor de leerlingen en stuurt de leerlingen in hun onderwijsleerproces."

  14. Wat betekent deze stap voor het werkplezier van de leraren?

    "Twee jaar geleden heeft de Onderwijsinspectie het welbevinden van de medewerkers van de Mariaschool getoetst. Teamleden van de school hebben gesproken met de inspectie en tijdens de presentatie aan het eind van de dag bleek dat er op de Mariaschool echt sprake is van een gedeelde visie op onderwijs. In de afgelopen drie à vier jaar zijn twee leraren uitgestroomd naar andere onderwijstypen, maar dit zijn leraren die niet meer in de grote stad wilden werken. Ook studenten zijn enthousiast en twee ervan zijn inmiddels in vaste dienst op de school."

  15. Heeft anders organiseren (aantoonbaar) iets gedaan met de ontwikkeling van het leerlingenaantal?

    "De ambitie is niet geweest nieuwe leerlingen aan te trekken en het leerlingaantal van de school is stabiel gebleven."

  16. Waar zat de grootste uitdaging om het op deze wijze te organiseren?

    "De grootste uitdaging is de verandering bij jezelf. De verandering van denken en omdenken begint bij jezelf, vervolgens kan je het team hierin meenemen. Doel voor ogen is belangrijk, maar in kleine stappen naar het doel toe is een uitdaging. Wat heeft het team nodig voor de volgende stap en hoe organiseer ik dit?"

  17. Ik vind het knap dat de leraren de methodes los hebben durven te laten, wat is hun houvast geweest?

    "Hun houvast zijn de doelen geweest en vanuit deze doelen kijken wat de leerlingen al kunnen en wat ze nodig hebben om hun volgende stap in de ontwikkeling te maken. Het bouwen van een eigen curriculum en beredeneerd aanbod is hierdoor ontstaan."