‘Alle kinderen die tijdens hun schooltijd zo’n crisis beleven, verdienen toch een kans om hun dromen waar te maken?’

Article type
Interview
Publicatiedatum

Toen de scholen vorig jaar hun deuren moesten sluiten, hebben zij alles op alles gezet om kinderen zo goed mogelijk onderwijs te bieden, achterstanden te voorkomen en leerlingen in een kwetsbare thuissituatie te ondersteunen. Dat blijkt uit onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet. Om de gevolgen van het afstandsonderwijs op de langere termijn te ondervangen, hopen ouders dat hun kinderen niet alleen nu, maar ook de komende jaren goed worden begeleid. ‘Scholen en ouders moeten blijven samenwerken om leerlingen vooruit te helpen’, aldus moeder Khadija Essibai.

Ze vond het niet makkelijk, zelf ‘juf spelen’ voor twee dochters op de basisschool en één dochter op de middelbare school. “Ik ben opgelucht dat de basisscholen weer open zijn. Dat is beter voor ons allemaal”, zegt Khadija Essibai lachend. “Ik was het overzicht een beetje kwijt, want ik kreeg zoveel e-mails met wat ze allemaal moesten doen. Daarnaast is het natuurlijk alweer even geleden dat ik zelf op de basisschool zat en raakten mijn dochters in de war van mijn uitleg, die anders is dan die van hun leraar”, vertelt ze.

kind schrijft geconentreerd

“Soms deden we een hele middag over het uitvogelen van een rekensom. We mochten via de chat in Teams wel een vraag aan de juf stellen, maar het antwoord liet vaak even op zich wachten. Bovendien is geschreven uitleg lastiger te begrijpen. Mijn dochters misten echt de lessen in levenden lijve”, gaat Essibai verder. “Mijn man probeerde weleens te helpen, maar hij is niet in Nederland opgegroeid en beheerst de taal niet goed. Daarom kwam het allemaal op mijn schouders neer. Op de uurtjes dat ze met de hele klas aan het videobellen waren na. Ik vond het jammer dat ze tijdens die online meetings geen tijd hadden om alle leerstof te bespreken en alle vragen van leerlingen te beantwoorden.”

Beperkingen van het afstandsonderwijs

De ervaringen van Essibai sluiten aan bij de resultaten uit de Monitor hybride onderwijs, uitgezet door de PO-Raad en Kennisnet. Hieruit blijkt dat scholen tijdens het afstandsonderwijs erg hun best deden om leerlingen, juist ook in kwetsbare thuissituaties, goed te ondersteunen. Onder andere door op allerlei manieren contact met hen te houden, hen op te vangen op school en devices te faciliteren. Maar het onderzoek laat ook zien dat je er met het uitlenen van een laptop nog niet bent. Het afstandsonderwijs heeft twee grote beperkingen: leerlingen kunnen thuis vaak onvoldoende zelfstandig werken en ouders kunnen leerlingen niet altijd goed ondersteunen.

Ik merkte dat je als ouders niet zo snel aan de bel trekt, want je spreekt leraren tijdens zo’n sluiting alleen als je een gerichte vraag over de lesstof hebt.  

Dit is heel herkenbaar voor Sanne Phaff, moeder van een zoon in groep 3 en een zoon in groep 1. “Het fijne van groep 1 is dat er nog niet zoveel hoeft, maar groep 3 is echt een cruciaal jaar. Hierin wordt de basis gelegd voor de rest van zijn schoolcarrière. Daar maakten wij ons tijdens de laatste periode van afstandsonderwijs zorgen over, want onze zoon vindt het moeilijk om zich te concentreren en stil te zitten. Hij kan niet zelfstandig werken en het is een grote strijd om hem aan zijn opdrachten te krijgen”, legt ze uit. “Als je dan ook nog zelf moet werken en met twee kinderen thuis zit die niet met en niet zonder elkaar kunnen, is het een uitdaging om ze allebei goed te begeleiden. Het is eigenlijk gewoon niet te doen. Dat zullen veel ouders wel herkennen denk ik.”

Phaff schiet in de lach, gevolgd door een moedeloze blik. “Toen de juf tijdens de eerste lockdown op deurbezoek kwam, barstte ik in huilen uit. Zo’n drama was het af en toe. Daarom mocht onze zoon uit groep 3 uiteindelijk een paar dagen per week naar school. Dat was erg fijn. Ik merkte dat je als ouders niet zo snel aan de bel trekt, want je spreekt leraren tijdens zo’n sluiting alleen als je een gerichte vraag over de lesstof hebt.”

Ik had graag advies gewild over hoe ik mijn kinderen goede uitleg kon geven, zodat ze zelf tot het juiste antwoord konden komen. 

Meer begeleiding voor ouders

Beide moeders misten voldoende begeleiding van de scholen om het thuisonderwijs in goede banen te leiden. “‘Ik denk dat het goed zou zijn als leraren op afstand toch een vinger aan de pols houden en soms even met je sparren over hoe het gaat en waar je tegenaan loopt. Zij zijn ervoor opgeleid en hebben vanuit hun expertise vast goede tips”, zegt Phaff.

Essibai: “We kregen wel mailtjes met de antwoorden bij opdrachten, zodat je die zelf kon nakijken. Maar ik had graag advies gewild over hoe ik mijn kinderen goede uitleg kon geven, zodat ze zelf tot het juiste antwoord konden komen. Daar liep ik in vast. Ik ben bang dat mijn dochters leerachterstanden hebben opgelopen. Ze hebben het afgelopen jaar veel te weinig les gehad.”

Ongeveer 9 van de 10 scholen boden ouders bij afstandsonderwijs wel in meer of mindere mate ondersteuning. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een gestructureerd lesprogramma en hulp bij het omgaan met computerprogramma’s en online onderwijs. Zo blijkt uit het onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet. Om gelijke kansen te creëren is deze begeleiding cruciaal.

Duidelijke en makkelijke aanpak

portret Esmee Gommans
Esmee Gommans, leraar Basisschool DOK12

“Ik kan me goed voorstellen dat ouders thuis tegen dingen aanlopen die voor ons vanzelfsprekend lijken”, zegt Esmee Gommans, leraar van groep 8 op basisschool DOK12 in de Amersfoortse nieuwbouwwijk Vathorst. “Daarom probeerden wij het steeds zo duidelijk en makkelijk mogelijk te maken. We werkten met weektaken, waarin de focus lag op de kernvakken. We namen zelf instructies op, die we klaarzetten in Teams. Onze ervaring is namelijk dat ouders verplichte online afspraken niet handig vinden. Ze willen graag zelf een dagplanning maken. Dan kunnen ze het beter combineren met werk.”

De leraren van de bovenbouw op DOK12 kozen voor het principe: less is more. “Je kunt natuurlijk een heleboel geweldige dingen doen online, maar het moet vooral toegankelijk blijven. Ouders willen geen kostbare tijd verliezen aan uitzoeken hoe ze iets moeten doen. Daarom hebben wij hen een filmpje gestuurd met uitleg over waar ze in Teams precies op moesten klikken om alles te vinden. En we werkten nog steeds veel op papier.”

Wanneer de leerlingen van Gommans vastliepen, trokken ze meestal zelf aan de bel. “Soms sprak ik ouders via de mail of een schoolapp, maar in groep 8 zijn ze natuurlijk al wat zelfstandiger. Van ongeveer half negen ’s ochtends tot twee uur ‘s middags was ik vragen aan het beantwoorden”, vertelt Gommans. “Verder werkten de leerlingen zelfstandig aan de weektaken en maakten ze online opdrachten. Maandag en vrijdag hadden we een live groepsmoment met elkaar, zodat de leerlingen elkaar toch even konden zien. Ze misten het sociale contact natuurlijk enorm.”

Kwetsbare kinderen naar school

Over mogelijke leerachterstanden bij haar eigen leerlingen maakt ze zich niet zo’n zorgen. “Tot nu toe zien we gelukkig dat alle leerlingen nog voldoende vooruit gaan. Ook tijdens het afstandsonderwijs werden de toetsen goed gemaakt en we stimuleerden ouders om te controleren of hun kinderen alle taken af hadden. Ik denk dat het scheelt dat we voor de kerstvakantie, toen we hoorden dat de scholen voor de tweede keer moesten sluiten, al hebben geïnventariseerd welke kinderen we naar school wilden laten komen. Tijdens de vorige scholensluiting kregen we een duidelijk beeld van alle thuissituaties, dus we hebben de ouders zelf gebeld om hierover te overleggen. Dat vonden ze heel prettig.”

Ruim twintig procent van de bovenbouw kwam tijdens de tweede scholensluiting naar school. Van een halve dag tot een hele week, geeft Gommans aan. “Voor een deel waren dit kinderen van ouders met een cruciaal beroep. Het overige deel bestond uit leerlingen in kwetsbare thuissituaties. We probeerden te voorkomen dat het thuis zou escaleren. En we begrepen dat het voor ouders steeds zwaarder werd om alles te combineren. Er werd veel van hen gevraagd."
 

Kansenongelijkheid is een probleem dat al heel lang bestaat, maar door de coronacrisis helaas wordt verergerd. 
 

Kansenongelijkheid neemt toe

Wie de documentaireserie ‘Klassen’ heeft gezien, kan zich levendig voorstellen dat thuisonderwijs voor veel gezinnen een onmogelijke opgave is. “Denk aan een gezin met vijf kinderen in een kleine flat, zonder devices, met een moeder die geen Nederlands spreekt en het onderwijssysteem nauwelijks begrijpt. Als je ziet hoe ingewikkeld het voor sommige kinderen is om thuis iets aan school te doen, verbaast het me niet dat eerste onderzoeken van DUO, Cito en Oxford laten zien dat kinderen tijdens de coronacrisis heel verschillende leerontwikkelingen hebben doorgemaakt. En dat kinderen in kwetsbare thuissituaties extra getroffen worden”, zegt voorzitter van de PO-Raad Rinda den Besten.

“Kansenongelijkheid is een probleem dat al heel lang bestaat, maar door de coronacrisis helaas wordt verergerd. Het is moeilijk voor scholen om dat te voorkomen. Hoe zeer ze ook hun best doen. Natuurlijk leren we een heleboel interessante dingen van het onderwijs op afstand en willen we de positieve aspecten ervan graag behouden. Zo zijn er kinderen die juist opbloeien van minder prikkels en het heerlijk vinden om zelfstandig en digitaal te werken. Maar uiteindelijk is het voor de meeste kinderen niet goed. Daar moeten we gewoon eerlijk over zijn”, vindt Den Besten.

Ze is blij met de huidige aandacht voor kansenongelijkheid in de media. “De beelden in zo’n documentaire zeggen meer dan duizend woorden. Het probleem wordt daardoor ineens tastbaar. Mensen zaten met kippenvel en tranen in hun ogen voor de televisie.”

Impactteam Corona en Onderwijskwaliteit

Samen met alle onderwijspartners probeert de PO-Raad scholen in deze crisistijd zo goed mogelijk te ondersteunen. “Vlak voor de kerstvakantie heeft inkoopcoöperatie SIVON 16.000 extra devices onder scholen verspreid en in januari konden ze gratis internet aanvragen voor alle kinderen die dat thuis niet hadden”, aldus Den Besten. “Nu kijken we vooruit, naar de gevolgen op de langere termijn en wat er moet gebeuren om die gevolgen te ondervangen. Daarvoor hebben we in januari een Impactteam Corona en Onderwijskwaliteit opgezet. Dit team, bestaande uit wetenschappers en onderwijsprofessionals, gaat ons evidence-informed adviseren over de gevolgen van de coronacrisis, zoals vertragingen die leerlingen hebben opgelopen, en wat we kunnen doen om die te ondervangen. Deze adviezen helpen ons ook bij de uitwerking van de plannen rondom het Nationaal Programma Onderwijs na corona, dat het ministerie van OCW heeft aangekondigd.”

Ongelijk behandelen en kansrijk adviseren

Den Besten wil scholen alvast meegeven om niet alleen nu, maar ook de komende jaren goed na te denken over de ondersteuning van kinderen die tijdens de coronacrisis onderwijs hebben gevolgd. In het bijzonder kinderen in een kwetsbare thuissituatie. “Wat kun je doen om deze kinderen te ondersteunen? Hoe kun je ervoor zorgen dat zij genoeg kansen krijgen om hun potentieel ten volle te benutten? Wij denken bijvoorbeeld aan ‘kansklassen’ voor leerlingen die extra steun kunnen gebruiken”, vertelt ze.

“Verder hebben we basisscholen opgeroepen om dit jaar in groep 8 kansrijk te adviseren. Daarmee bedoelen we: leerlingen in kwetsbare thuissituaties, die normaal gesproken door de eindtoets kans op een hoger advies zouden hebben, het voordeel van de twijfel geven. Zij konden nou eenmaal niet optimaal presteren en wij hebben niet alles kunnen bieden.”

Ook in de eerste klassen van het vo moet voldoende aandacht zijn voor leerlingen die starten met een eventuele leervertraging, geeft Den Besten scholen mee: “Bijvoorbeeld in de vorm van extra begeleiding en het uitstellen van de selectie met brede brugklassen. Hetzelfde geldt voor de overgang van het vo naar het mbo, hbo of wo. Omdat we nog niet weten wat de gevolgen van de crisis op de lange termijn zijn, werken we aan een meerjarenplan. Een onderdeel daarvan is onderzoek doen naar die gevolgen, maar ook naar de kwaliteit van het afstandsonderwijs. Daarin lijken tussen scholen grote verschillen te bestaan. Waarom krijgt de ene school zoveel meer voor elkaar dan de andere? Dat is interessant om uit te zoeken en van te leren.”

Dromen waarmaken na de crisis

Khadija Essibai hoopt dat de school van haar dochters de adviezen ter harte neemt. Ze is ervan overtuigd dat haar dochter die in groep 8 zit een te laag schooladvies heeft gekregen. “Ik heb het idee dat ze geen rekening houden met hoe moeilijk het voor haar is geweest. Dat ga ik nog wel bespreken. Ze heeft nu het advies vmbo kaderberoepsgerichte leerweg gekregen, maar ze wil helemaal niet met haar handen werken. Ze houdt juist van leren. Ze wil zelf graag vmbo theoretische leerweg doen en daarna havo. Net als een neef en nicht van mij. Zij hebben na het vmbo uiteindelijk een universitaire opleiding en een master afgerond”, vertelt ze trots.

“Ik heb het idee dat ze toch vaak naar de achtergrond en de vooropleiding van de ouders kijken. Dat is jammer. Dat zegt niets over je eigen kunnen. Een lager advies is psychisch niet goed voor kinderen”, denkt Essibai. “Mijn dochters maken zich nu al druk over hun toekomst, terwijl die nog niet eens is begonnen. Ik vind dat scholen en ouders elkaar nu niet moeten tegenwerken, maar juist moeten samenwerken om leerlingen vooruit te helpen. Alle kinderen die tijdens hun schooltijd zo’n crisis beleven, verdienen toch een kans om hun dromen waar te maken?”

Over de Digitale sprong
Binnen de serie de Digitale sprong onderzoekt de PO-Raad aan de hand van verschillende thema’s hoe het onderwijs er in de coronaperiode maart-juni 2020 uitzag.  Is er inderdaad een ‘digitale sprong’ gemaakt? Of was de praktijk weerbarstiger? Door data uit de Monitor hybride onderwijs te combineren met eerder onderzoek en inzichten van projectleiders van de Innovatievragen Onderwijs en ICT, brengt de PO-Raad dit in kaart.

Over de Monitor hybride onderwijs
De Monitor hybride onderwijs is in juni 2020 uitgezet onder scholen. De eerste rapportage (november 2020) geeft inzicht in hoe schoolleiders, leraren, ouders en leerlingen de periode van onderwijs op afstand hebben ingericht en ervaren.