Bijeenkomst Anders organiseren in het po: out of the box-denken, faciliteren en lef hebben

Article type
Artikel
Publication date
Teachers

Wat betekent de inzet van onderwijsondersteuners en anders bevoegden in het primair onderwijs? Adjunct-directeur Miran Jakirovic (Mariaschool in Rotterdam) en onderzoeker Nienke Woldman (Wageningen University & Research) delen hun visie tijdens een  online bijeenkomst van de PO-Raad begin oktober 2020. Vanuit de praktijk en de theorie. Zo'n zeventig schoolleiders, ib’ers, HR-medewerkers, onderwijsondersteuners, bestuurders en beleidsmedewerkers waren aanwezig.  

Anders organiseren op de Mariaschool

Miran Jakirovic

Miran Jakirovic is adjunct-directeur van de Mariaschool in Rotterdam, een rooms-katholieke basisschool in de wijk Delfshaven. Hij vertelt over het veranderproces dat zijn school doormaakt. De school werkt met samengevoegde klassen en de inzet van anders bevoegden. 

De Mariaschool heeft zich de afgelopen zeven jaar ontwikkeld tot een school die uitgesproken keuzes maakt in de manier waarop ze georganiseerd is. Zo is het team aan de slag gegaan met stichting leerKRACHT, een organisatie die zich inzet voor het verbeteren van het onderwijs. Samen schreven zij een beleidsplan. De groepen 1/2, 3/4, 5/6 en 7/8 zijn samengevoegd en werken, zonder methodes, aan de hand van de SLO-doelen. Dat doen ze nu nog in grote lokalen, maar straks zonder muren in ‘leefomgevingen’. In deze ruimten ontmoeten werken anders bevoegden en leraren met elkaar.

Leraren en 'anders bevoegden' vergaderen met elkaar over de inhoud: wat heeft een leerling nodig om de volgende stap in zijn of haar ontwikkeling te maken? Er is een breed aanbod van beredeneerd, betekenisvol onderwijs. Muziek, techniek, kunst en sport vormen onderdeel van de dag. Hiervoor zet de school onderwijsassistenten, ouders, vrijwilligers, vakleraren bewegingsonderwijs, muziekdocenten en kunstenaars in. 

Een andere kijk op lesgeven      

Het verhaal van Jakirovic roept verschillende reacties op tijdens de bijeenkomst. Zo komt de vraag voorbij of er gevolgen zijn voor de manier van werken door de leraren? Dat beaamt de adjunct-directeur van de Mariaschool: “Zeker wel. Eerst stonden leraren alleen voor een groep, nu werken ze met vier, vijf of zes man samen in een unit. Collega’s gaan samen kijken naar het onderwijsaanbod en geven elkaar feedback. Het vraagt een andere kijk van de leraar.”

Kaders bieden, belemmeringen wegnemen

Een van de deelnemers aan de bijeenkomst ondervindt dat scholen erg vasthouden aan lesmethoden, maar vraagt zich na het verhaal van Jakirovic af of dit nodig is. Kunnen scholen anders kijken naar kinderen en belemmeringen, zoals lesmethodes, wegnemen? Jakirovic geeft aan dat zijn collega’s deze manier van werken passend vonden in de ontwikkeling van de school. Gaandeweg vroeg get team wel om kaders om kinderen te kunnen bieden wat ze nodig hebben.

Werkplezier

En wat betekent deze stap voor het werkplezier van de leraren? Jakirovic: "De Inspectie van het Onderwijs heeft het welbevinden van de medewerkers van de Mariaschool twee jaar geleden getoetst. Teamleden hebben toen gesproken met de inspectie en tijdens de presentatie aan het eind van de dag bleek dat er op de Mariaschool echt sprake is van een gedeelde visie op onderwijs. In de afgelopen drie à vier jaar zijn twee leraren uitgestroomd naar andere onderwijstypen, maar dit zijn leraren die niet meer in de grote stad wilden werken. Ook studenten zijn enthousiast en twee ervan zijn inmiddels in vaste dienst op de school."

Verder lezen? 

Wil je graag meer weten over de visie van Miran Jakirovic en de Mariaschool? Lees dit artikel.

Minder werkdruk, meer werkgeluk met Nienke Woldman

Nienke Woldman

De tweede spreker van de themabijeenkomst is Nienke Woldman, onderzoeker aan de Wageningen University & Research (WUR). Nienke Woldman onderzoekt samen met Piety Runhaar en Aniek Draaisma hoe de inzet van onderwijsassistenten kan helpen om de werkdruk op scholen terug te brengen.Woldman en haar collega’s willen met het onderzoek ‘Anders organiseren in po-teams’ antwoord krijgen op de vraag wat er binnen bestaande onderwijsteams gedaan kan worden om taken zo te organiseren dat je maximaal gebruik maakt van elkaars expertise, zonder in te leveren op de onderwijskwaliteit en het liefst met een groei ervan. In het onderzoek, dat Woldman uitvoert in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wordt specifiek ingezoomd op de rol van onderwijsassistenten.     

Voorwaarden voor taakdifferentiatie

Om taakdifferentiatie mogelijk te maken, is een aantal voorwaarden van belang: er moet zicht zijn op de kwaliteiten van teamleden en de school moet ideeën hebben over ieders rol binnen de organisatie. Wanneer het gaat om de onderwijsassistenten in het team, is het vooral belangrijk dat hun taak duidelijk is. Op welke expertisegebieden is deze collega inzetbaar? Woldman: "Onderwijsassistenten dreigen vaak een beetje onder te sneeuwen in onderwijsbeleid, dus maak hun rol helder. Geef daarbij ook aan hoe deze collega voorbereid en begeleid wordt bij de uitvoering van de taken."

Anders organiseren bij Kindcentrum Moerschans

Voor haar onderzoek doet Woldman op allerlei manieren research. Zo heeft ze een 'digitaal bezoek' gebracht aan Kindcentrum Moerschans in Hulst. De school wil graag weten wat ondersteuning door onderwijsassistenten en extra leraren in de les concreet oplevert en hoe deze opbrengst zo groot mogelijk kan zijn. In overleg met Woldman, start de Moerschans nu een pilot waarin het rekenonderwijs anders vorm krijgt. De school gaat ook aan de slag met ‘co-teaching’. De Moerschans kiest voor het maken van kleine slagen, ‘quick wins’, waarbij andere manieren van werken worden uitgeprobeerd, geëvalueerd en bijgesteld. Zo wordt breder ervaring opgedaan en leren collega’s van elkaar.

Werkdrukverlaging op basis van expertise

Een deelnemer aan de online bijeenkomst wil weten of de inzet van onderwijsassistenten werkdrukverlagend is als er meer verantwoordelijkheid gedragen wordt in de werkzaamheden en daarbij duidelijke doelen gesteld worden?  Woldman: "Het kan werkdrukverlagend werken als onderwijsassistenten meer verantwoordelijkheid krijgen en autonoom zijn in de uitvoering van hun taken. Startpunt hierbij vormt de expertise van de professional; maak, door losse taken heen, goede afspraken waarbij het expertisegebied afgebakend wordt. Binnen het grote kader kan de organisatie de medewerker op verschillende manieren ondersteunen. Het maken van goede afspraken is hierbij cruciaal. Daarmee bedoel ik: procesafspraken over de mate van overleg en de vorm ervan. Maar ook de mate waarin de afspraak inhoudelijk gezien duidelijk is voor beide partijen."

Leraarondersteuner versus onderwijsassistent

Een vraag voor Woldman heeft vooral betrekking op de terminologie: een deelnemer wil weten hoe er in het onderzoek onderscheid gemaakt wordt tussen onderwijsassistenten en leraarondersteuners. Woldman: "De term onderwijsassistent heeft veel bekendheid en vormde daarom het startpunt in het onderzoek. Daar kan de leraarondersteuner inmiddels zeker aan toegevoegd worden. Er is een formeel verschil tussen leraarondersteuners en ‘klassieke’ onderwijsassistenten: de leraarondersteuner mag zelfstandig voor de groep opereren, de onderwijsassistent heeft daar formeel begeleiding van een leraar bij nodig. In het onderzoek differentiëren we vooral op basis van expertise. Als een onderwijsassistent de ambitie heeft uiteindelijk zelfstandig voor een groep te staan, kijk dan als school wat gedaan kan worden om deze collega daar naartoe te laten groeien. Bespreek doorgroeimogelijkheden, zodat er voor hem of haar geen plateau ontstaat." Voor haar onderzoek is Nienke ook in gesprek met opleidingen.

Een andere vraag gaat over het salarishuis: hoe zit het hiermee? Woldman: "In het salarishuis komt steeds meer ruimte en dat juichen we toe. Mensen krijgen perspectief op doorgroeien en vanwege interesses en expertises kunnen die doorgroeimogelijkheden opgezocht worden."

Onderzoek

Voor haar onderzoek hebben Woldman en haar collega’s een vragenlijst opgesteld. Geinteresseerde scholen kunnen de vragenlijst invullen. Daarnaast is een toolkit voor het primair onderwijs in ontwikkeling. Deze kit wordt gedeeld met de sector zodra deze klaar is. Vragen of suggesties? Neem dan contact op met Nienke Woldman

Verder lezen? 

Er zijn tijdens de bijeenkomst nog veel meer vragen gesteld aan Nienke Woldman over het anders organiseren in po-teams. Lees meer!

Interactief aan de slag via Padlet

Bij het laatste deel van deze themabijeenkomst zijn op drie digitale whiteboards, ‘padlets’, vragen geformuleerd over anders organiseren en de inzet van onderwijsondersteuners en anders bevoegden. Een impressie van de antwoorden van de deelnemers. 

1: Welke kansen zie je in jouw eigen praktijk voor anders organiseren?

De reacties op deze eerste vraag zijn uiteenlopend. Een directeur vindt het mooi dat door anders te organiseren talentontwikkeling voorop komt te staan in plaats van het lerarentekort. Er worden ook belemmeringen gedeeld waaronder de beperkende werking van gebouwen op vernieuwingen en de ervaren afwezigheid van pabo’s bij de ontwikkelingen. Verder licht een directeur toe afgestapt te zijn van het unitonderwijs. De ervaring heeft haar geleerd dat deze vorm van onderwijs leraarafhankelijk is: veel startende collega’s vinden het idee mooi, maar de praktijk blijkt lastig en dan maakt men toch weer de overstap naar traditioneler onderwijs.

2: Welke ervaringen heb je met de inzet van anders bevoegden en onderwijsassistenten?

Op deze vraag regent het post-its met reacties. Vakexperts, onderwijsassistenten en talentcirkels worden ingezet om het onderwijs te verrijken. Een deelnemer omschrijft de leraar als ‘regisseur’ die faciliteert, en de onderwijsassistent ondersteunt hem of haar hierbij. Wanneer om toelichting gevraagd wordt, licht deze directeur de ‘talentcirkel’ toe waarmee gewerkt wordt op zijn scholen: "We hebben het bovenschools aangepakt. We hebben geprobeerd een eerste en tweede cirkel rondom de school te benaderen, variërend van een oudergroep die vanuit de eigen professie een aandeel kan leveren in het onderwijs tot (semi-)professionals uit de culturele en maaksector, de bedrijvensector en andere takken van onderwijs. Deze mensen bieden zich aan om verrijking in het onderwijs te bieden en hun tarieven variëren."

Scholen kiezen zelf wat past bij hun programma. Dezelfde directeur geeft aan dat de rol van de leraar hiermee verandert:  "Die wordt veel meer een coach die het kind kan ondersteunen en uitdagen. Je zet de leraar meer in op zijn specialisme, die ruimte creëer je door het onderwijs anders in te richten."

Uit een andere reactie blijkt dat de bevoegdhedenstructuur voor het po beperkend is: "Formeel mag een vakleraar muziek niet eens onderwijzen". Een bestuurder vertelt over haar ervaring met de inzet van onderwijsassistenten: "We zouden niet zonder onderwijsassistenten kunnen. Ze spelen een cruciale rol om in de klassen optimaal te differentiëren." Deze bestuurder is ook een voorstander van de inzet van vakexperts: "We werken met kunstenaars in de klas. Kunstenaars die al aan de scholen verbonden waren en vanuit het kunst- en cultuuronderwijs hebben we gevraagd een actievere rol te spelen, zeker nu vervangingsproblemen zich vaker voordoen. We breiden dit palet uit en zetten vakleraren gym en muziek in in het kader van werkdrukverlichting. We kijken op dit moment welke kansen er liggen om vanuit de vervangingspool ons onderwijs anders te organiseren. Hier ligt een kans, wat ons betreft."      

3: Welke veranderingen zijn nodig in het personeelsbeleid om anders bevoegden en onderwijsassistenten in te zetten?

Deelnemers erkennen, net als Nienke Woldman in haar verhaal, dat rollen en taken duidelijk moeten zijn. Woldman denkt dat scholen professionals met een andere achtergrond dan de pabo moeten omarmen, en volgens een directeur is vooral een dosis lef nodig. Een bestuurder legt haar post-it uit: "Kijk naar wat professionals hebben geboden in het kader van brede talentontwikkeling, eerder dan naar de pabo-bevoegdheid die hiervoor nodig zou zijn."