Binnen én buiten de klas leren blijkt een goede combinatie!

Article type
Interview
Publicatiedatum

Met de innovatievraag: Hoe effectief is het project ‘Niet stapelen maar vervangen (NSMV)’? onderzochten de PO-schoolbesturen in ’s-Hertogenbosch (SSPOH) het effect van een bestaand programma waarbij educatieve activiteiten van buiten school de lessen deels of geheel vervangen. Het onderzoek leverde positieve resultaten op en is daarmee het startsein voor het verder uitrollen van NSMV.

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

SSPOH onderzoekt effectiviteit van database voor extern onderwijsaanbod

Procesbegeleider Jan Plooij is blij: “Met het project NSMV wilden we een rijkere leeromgeving en een rijker onderwijsaanbod creëren. En we wilden leerlingen de kans bieden om zich maximaal te ontwikkelen. Nu blijkt dat de deelnemende scholen deze doelen bereiken, hebben we een basis om door te gaan met NSMV!”

Niet stapelen maar vervangen

Niet stapelen maar vervangen (NSMV) houdt in dat een bezoek met de klas aan bijvoorbeeld het museum, de bieb of de GGD niet bovenop het bestaande curriculum komt, maar dat het er onderdeel van uitmaakt en bestaande lessen vervangt. Om te weten of een activiteit een les kan vervangen, moet de activiteit dezelfde SLO-aanbodsdoelen hebben als de les. Daarom hebben de basisscholen van SSPOH en de Bossche educatieve aanbieders SLO-aanbodsdoelen gekoppeld aan hun leermiddelen en hun activiteiten.

In de afgelopen jaren zochten scholen handmatig of er een match was op aanbodsdoelen. Inmiddels gebeurt dit digitaal in een database. Dat is mogelijk omdat scholen en aanbieders de lesmethodes en de activiteiten digitaal gelabeld hebben met aanbodsdoelen. Dit labelen heet ook wel metadateren. Aanbieders koppelen natuurlijk meer labels aan hun activiteit, denk aan locatie, prijs en datum. Handig, maar voor de Niet-Stapelen-Maar-Vervangen-machine is vooral het label aanbodsdoel belangrijk. Als dat matcht kan de activiteit de les vervangen!

Even terug naar hoe het een paar jaren geleden begon. Hans Tijssen, bestuurder van ATO-Scholenkring en voorzitter van Stichting Schoolbesturen Primair Onderwijs ’s-Hertogenbosch (SSPOH) wilde onderzoeken of scholen beter gebruik konden maken van educatieve activiteiten in de stad. Het aanbod van activiteiten paste niet altijd in het lesprogramma of kwam niet op het juiste moment. SSPOH ging aan de slag met Niet stapelen maar vervangen.

Inmiddels is het een omvangrijk programma geworden, met veel betrokkenen: zestien Bossche scholen, de gemeente en de Bossche educatieve organisaties die subsidie ontvangen voor een van de zes leergebieden: sport, gezondheid, groen, technologie, cultuur en lezen. Het project heeft ervoor gezorgd dat er nu zes Bossche Educatieve Makelaars zijn die elk de aanbieders van één leergebied vertegenwoordigen. En dat de digitale database is ontwikkeld voor scholen, waar vraag en aanbod samenkomen. Plooij legt uit: “Als een leraar in de database op een hoofdstuk uit zijn lesmethode klikt, krijgt hij te zien welke activiteit er in de stad is die daarbij past.”

Meten is weten

Plooij legt uit wat SSPOH met de innovatievraag wilde bereiken: “We hoopten aan de ene kant dat het scholen zou helpen het curriculum te verrijken met educatieve activiteiten en aan de andere kant dat het bij leerlingen zou zorgen voor meer leermotivatie en maximale ontwikkeling. We wilden graag weten of dat gelukt is.” De innovatievraag van SSPOH ging daarom over het meten van de effecten van NSMV. Hoe je zoiets meet is niet eenvoudig, maar het is wel belangrijk om te weten of je op de goede weg bent en NSMV kunt gaan uitrollen.

Op zoek naar een kwalitatief meetsysteem kwam Plooij via de PO-Raad in contact met onderzoeksbureau Oberon: “Oberon is gespecialiseerd in onderzoek binnen het onderwijs en voerde voor ons een kwalitatief onderzoek uit. De onderzoekers hebben eerst informatie opgehaald bij het projectteam. Vervolgens hebben ze bij drie scholen diepte-interviews gehouden met de directeur, de coördinator en met één of twee direct betrokken leraren. Daarnaast hebben ze op alle zestien deelnemende scholen enquêtes afgenomen onder leraren en directie.”

Gespannen voor het resultaat

Plooij herinnert zich nog goed hoe spannend hij het vond om de resultaten] van het onderzoek te zien: “Er is door zoveel mensen tijd en energie in NSMV gestoken, dus ik voelde wel een zekere druk. Gelukkig zagen we bevestigd wat we hoopten: het lesaanbod is verrijkt door de integratie van de activiteiten in het curriculum. Leren door een activiteit te doen buiten school, werkt motiverend voor leerlingen en zorgt voor gelijkere kansen. Een mooi voorbeeld daarvan is dat meerdere leraren mij vertelden dat leerlingen die in de klas minder tot hun recht komen, bij de externe activiteiten beter zichtbaar zijn en zo meer erkenning krijgen. Daar kan ik echt blij van worden.”

Plooij vindt het ook een mooie ontwikkeling dat externe activiteiten nu vraaggestuurd plaatsvinden: “Voorheen klopte een aanbieder aan met een leuke activiteit, maar hield de leraar de deur vaak dicht. Hij of zij had het simpelweg te druk. Nu verwijst de leraar de aanbieder naar de educatieve makelaar die hem helpt om het aanbod te koppelen aan de leerdoelen van scholen. Op het moment dat een leraar nu een passende activiteit zoekt, klopt hij aan bij de aanbieder in plaats van andersom.”  

Motivatie om door te gaan

Het rapport geeft ons een flinke boost om door te gaan”, vertelt Plooij. Op zijn wensenlijstje staat nog een kwantitatief onderzoek naar de leeropbrengsten. Plooij weet zeker dat de kwalitatieve onderzoeksresultaten gaan helpen om NSMV verder te promoten bij andere scholen in ’s-Hertogenbosch en misschien zelfs daarbuiten: “We deelden al informatie op onze website, stuurden nieuwsbrieven en gaven presentaties aan geïnteresseerden, maar een positief resultaat als dit helpt natuurlijk enorm om schoolbesturen te overtuigen. En het helpt ook dat NSMV door dit rapport een prominente plek heeft gekregen op de nieuwe Bossche lokale educatieve agenda, waarin de plannen van de gemeente en schoolbesturen voor de komende vier jaar staan!”

Tips

Onderzoeksbureau Oberon heeft de deelnemers ook gevraagd naar tips voor scholen die willen gaan werken met NSMV. Het meest gegeven antwoord is: gewoon starten! Plooij nuanceert: “Het is al supermooi als een school zelf aangeeft delen van de lesmethode te willen vervangen door aanbod van educatieve partners. Ik adviseer scholen om aan te kloppen bij hun bestuur. Als je gaat vervangen in plaats van stapelen, betekent dat namelijk een behoorlijke transitie. Bij scholen en ook bij aanbieders van externe activiteiten. Een kanteling van aanbodgericht naar vraaggericht denken en bewuster omgaan met leerdoelen.”

NSMV betekent ook een omslag voor de gemeente als subsidieverstrekker. Plooij herinnert zich een voorval dat dit goed illustreert: “Een gemeenteambtenaar stuurde een mail naar al zijn collega’s: als je een subsidiepotje hebt voor het primair onderwijs, kom dan naar het lunchoverleg. Hij haalde tien broodjes en keek zijn ogen uit toen er 25 collega’s voor de deur stonden. Deze drukbezochte bijeenkomst heeft in gang gezet dat de gemeente nu één onderwijsloket gaat creëren om de subsidiestromen efficiënter te organiseren.” Beginnen met NSMV kan dus vergaande gevolgen hebben.

Plooij nodigt geïnteresseerde schoolbesturen daarom van harte uit om contact op te nemen met hem of met Hans Tijssen: “Ze mogen gebruikmaken van al onze ervaringen. Met het veranderingsproces bijvoorbeeld en met het koppelen aan SLO-aanbodsdoelen. Wij wakkeren met plezier het NSMV-vuurtje aan!”

“Niet stapelen maar vervangen zorgt voor inspiratie en energie om het onderwijs te vernieuwen. Door die energie te benutten kunnen we samen met educatieve partners het curriculum binnen kindcentra vernieuwen, verdiepen en verrijken. Fantastisch om die processen op gang te zien komen en daar een steentje aan bij te mogen dragen!”

Marleen Kant, directeur Kindcentrum De Kruisboelijn