De effecten van 'Niet stapelen maar vervangen' in kaart brengen is een pittige opgave

Article type
Interview
Publication date
Kinderen rennen buiten

In ’s-Hertogenbosch werken basisscholen, educatieve partners en de gemeente intensief samen, met als doel het deels vervangen van leeractiviteiten en lesmethodes van school door leermiddelen en activiteiten van partners uit de omgeving, om zo een rijker onderwijsaanbod aan te bieden. Het proces startte als versnellingsvraag onder de naam Niet stapelen maar vervangen en is inmiddels een stadsbreed proces. Maar wat zijn de effecten hiervan op leerkrachten en leerlingen?

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

SSPOH onderzoekt effectiviteit van database voor extern onderwijsaanbod

Onderzoek als bouwsteen


“We zijn met de versnellingsvraag meteen in de uitvoering gegaan, om ervoor te zorgen dat leerkrachten snel aan de slag konden”, steekt procesbegeleider Jan Plooij van wal. “Nu is het een mooi moment om te onderzoeken of de verwachtingen waargemaakt zijn en wat de daadwerkelijke effecten zijn van Niet stapelen maar vervangen, zowel kwalitatief als kwantitatief.” Onderzoek is niet alleen een belangrijke bouwsteen binnen het proces, maar voor een schoolbestuur ook relevant om te weten, aldus Hans Tijssen, bestuurder van ATO-Scholenkring en voorzitter van SSPOH. “Zaken als talentontwikkeling van kinderen en wereldburgerschap vinden we belangrijk, om kinderen voor te bereiden op de toekomst. De vraag is of door Niet stapelen maar vervangen het lesaanbod daadwerkelijk kansrijker is. Dat verwachten we wel, maar willen we ook meten en weten.”

Gezamenlijke aanpak


Dat is geen gemakkelijke opgave. Want hoe breng je kwalitatieve effecten in kaart? Tijssen: “Je kunt een kind niet vragen of de lesstof op lange termijn beter beklijft of dat het leerdoelen makkelijker bereikt heeft. Ook kwantitatief is het moeilijk, want bijvoorbeeld Cito scores zijn afhankelijk van veel meer factoren dan enkel deze werkwijze.” Om te komen tot goede onderzoeksvragen en een aanpak voor de meting, start SSPOH onder leiding van de procesbegeleider met een brainstormgroep. Plooij: “Deze bestaat uit onderzoekers van de GGD, de gemeente en het onderwijs. Dankzij de nauwe samenwerking van de afgelopen jaren zijn zij bereid om mee te denken, expertise te delen en te kijken hoe de effectmeting naar Niet stapelen maar vervangen ondergebracht kan worden binnen reeds lopende onderzoeken. Zo voorkomen we dus ook tijdens deze innovatievraag dat we gaan stapelen.” 

Enthousiaste geluiden


Tot nu toe zijn de geluiden die Hans hoort over Niet stapelen maar vervangen erg positief. “Het ontwikkelen van een database door metadateren en het maken van de koppeling met leerlijnen is een taaie klus, maar er staat nu een goede basis. Van leerkrachten hoor ik terug dat zij hun lesaanbod hebben verrijkt. Ze zijn niet zozeer vaker naar bijvoorbeeld een museum of park toe gegaan, maar wel doelgerichter. Dat wordt als waardevol ervaren, omdat een rijkere context voor kinderen ontstaat. Datzelfde gebeurt als bijvoorbeeld een van de cultuurpartners de school in komt en met specifieke leerdoelen aan de slag gaat. Bovendien kan dit de werkdruk verlagen. Daarvoor is het wel nodig om de regie laag in de organisatie te leggen en om goed te faciliteren.” 

Veel besturen en gemeenten worstelen met een ‘Niet stapelen maar vervangen vraagstuk’. We vinden het dan ook belangrijk om onze kennis te delen, zodat partijen door heel het land ervan kunnen leren.

Jan Plooij

Gegarandeerd waardevol


Naast het meten van effecten, zit een uitdaging volgens Jan ook in communicatie. “Veel besturen en gemeenten worstelen met een ‘Niet stapelen maar vervangen vraagstuk’. We vinden het dan ook belangrijk om onze kennis te delen, zodat partijen door heel het land ervan kunnen leren. We zijn dan ook blij dat de PO-Raad dezelfde behoefte voelt.” Overigens zijn zowel Jan als Hans van mening dat ook bij tegenvallende effecten het proces waardevol is geweest: “Als de oorzaken duidelijk zijn, weten we ook beter aan welke knoppen we moeten draaien. Én we kunnen dan de dialoog voeren over of we de juiste dingen doen en of financiële middelen op de juiste plekken worden ingezet. Dat gesprek en de bewustwording zijn sowieso van waarde.” 

Brede beweging


Jan hoopt niet alleen dat de effecten die gemeten worden positief zullen zijn, maar ook dat er als eindproduct van de innovatievraag een duurzaam onderzoeksinstrument is. “Het blijft belangrijk om te weten en te meten of we bezig zijn met de juiste dingen en om te zorgen voor borging. Als we een tool of handelswijze kunnen opleveren waar ook andere regio’s gebruik van kunnen maken, dan ben ik heel tevreden.” Hans voegt daar een belangrijke tip aan toe: “Bewustwording over Niet stapelen maar vervangen én verbinding zijn heel belangrijk. Binnen ’s-Hertogenbosch werken we al jaren op strategisch niveau samen met partners. Het is cruciaal om een gezamenlijke ambitie te formuleren, om te faciliteren en om op operationeel niveau de match te maken tussen mensen die elkaars taal spreken. Dan ontstaat er beweging. Met als uiteindelijk doel dat leerlingen zich niet alleen op het gebied van kennis, maar ook qua vaardigheden optimaal kunnen ontwikkelen.”