Digitale geletterdheid in het onderwijs: hoe pakken je collega’s dit aan?

Article type
Artikel
Publication date
Kinderen aan het programmeren

Veel scholen worstelen met de vraag hoe ze digitale geletterdheid op kunnen nemen in hun lesprogramma. Zes van de vijftien innovatievragen onderwijs en ICT zitten midden in deze zoektocht. In een compact innovatietraject van een jaar zetten ze, met begeleiding vanuit de PO-Raad, grote stappen. Hoe pakken zij het aan? Samenwerking, koppelen aan bestaande onderwijsdoelen en enthousiasme in het team lijken de succesfactoren. 

Kinderen en jongeren groeien op met computers, tablets en smartphones, maar ze zijn minder digitaal vaardig dan ze zelf denken (bron: Monitor Jeugd en Media 2017). Dit terwijl digitale vaardigheden in onze samenleving steeds belangrijker worden. Ook de ongelijkheid in digitale vaardigheden tussen leerlingen blijkt groot. In elke klas zitten heel vaardige, maar ook veel minder vaardige leerlingen (bron: de Leerlingmonitor Digitale Geletterdheid van Kennisnet in 2020).  De periode van onderwijs op afstand tijdens de coronacrisis, waarin leerlingen voor een groot deel afhankelijk waren van deze vaardigheden, heeft deze ongelijkheid in digitale geletterdheid extra zichtbaar gemaakt. Leraren hebben de taak om met deze verschillen om te gaan en leerlingen te onderwijzen in een vakgebied dat ook voor hen zelf nog nieuw is.

Geen wonder dat maar liefst zes van de vijftien innovatievragen onderwijs en ICT zich hier op richten. Ze nemen ruimte om te pionieren met dit nieuwe vakgebied, maar doen dat niet lichtvoetig. Ze baseren zich op onderzoek en smeden coalities met scholen, bibliotheken en uitgeverijen.

Niet iets wat er weer bovenop komt 

Digitale geletterdheid is voor sommige scholen nog een redelijk nieuw thema. Daarom vindt Rick Venmans, projectleider bij de innovatievraag van Lucas Onderwijs, het belangrijk om te voorkomen dat collega’s het gevoel krijgen ‘dat er weer iets bij komt’ of dat het hele onderwijs omgegooid moet worden. “We zoeken bewust naar de integratie van digitale geletterdheid in taalvakken. Daarbij kijken we ook naar reeds bestaande leerlijnen en leerdoelen en wat we daarvan kunnen en willen gebruiken. Maar bovenal gaan we met elkaar in gesprek over de vraag: wat vinden wíj belangrijk dat onze leerlingen leren?”

Taal en digitaal komen samen

Het koppelen van digitale geletterdheid aan taal, zoals Lucas Onderwijs beoogt, is geen toeval. Uit onderzoek blijkt dat er vaak een relatie is tussen taalvaardigheid en digitale vaardigheden. Als je goed kunt lezen, dan vind je ook digitaal beter je weg. Het integreren van digitale geletterdheid in het taalonderwijs biedt kansen om beiden te stimuleren.

Dat is ook precies wat Lisette Neijzen van Stichting Jong Leren nastreeft. In de huidige lesmethodes vindt ze onvoldoende mogelijkheden om deze integratie te bereiken. Ze streeft ernaar om vraag en aanbod beter bij elkaar te brengen. “We betrekken uitgeverijen bij het proces om te bespreken wat mogelijk is, want huidige methoden hebben de gewenste integratie nog niet.  Een optie zou kunnen zijn om een aanvulling rondom digitale geletterdheid voor bestaande taalmethoden te maken, om zo stapelen te voorkomen.”

Het hele team doet mee

Een belangrijke schakel in het verbeteren van digitale vaardigheden van leerlingen zijn de leraren. Bij BOOR werken ze daarom aan de digitale geletterdheid van alle medewerkers, van leraar tot schoolleider. Een behoorlijke uitdaging voor een bestuur met 78 scholen.

Om te komen tot een procesaanpak die binnen het hele bestuur en de sector gebruikt kan worden, gaat BOOR aan de slag met een aantal pilotscholen. Op elke school staat een andere vraag rondom digitale geletterdheid centraal. Voorwaarde om pilotschool te worden, is dat het team gemotiveerd is om mee te doen en er tijd voor wil vrijmaken.

Cor Katerberg, projectleider van de innovatievraag van BOOR, is getriggerd door de presentatie over de methodiek van Design Thinking, die Janne Vereijken gaf bij de kick-off van de innovatievragen: “Als projectleider richt ik mij op de voorhoede, de mensen die enthousiast zijn. In mijn ogen is voor een leerkracht niets overtuigender dan een andere, inspirerende leerkracht. En het lijkt me mooi als we deze innovatievraag iteratief kunnen aanpakken door vooral te gaan doen en tussentijds steeds te leren en te blijven verbeteren.”

Bij Lucas Onderwijs starten ze de ontwikkeling op één voorbeeldschool. Op basisschool Groen van Prinsterer staat digitale geletterdheid hoog op de agenda, vertelt Rick Venmans: “We hebben met het team afgesproken dat dit thema in het schooljaar 2019-2020 prioriteit krijgt. Dat is volgens mij een belangrijke eerste stap: met elkaar echt aan de slag willen gaan. Als je dat niet bewust doet, gaat alle aandacht uit naar de waan van de dag.”

Ontdeklabs: Samenwerking met de omgeving

Als middel om digitale vaardigheden te vergroten, kiezen steeds meer scholen voor een ontdeklab waar leerlingen al doende hun digitale vaardigheden ontwikkelen. Vaak is zo’n lab een vertrekpunt voor meer samenwerking met de buurt en het stimuleren van ondernemerschap, bij zowel leerlingen als leraren.

“Bij het Best Tech Lab staat ondernemerschap van leerlingen centraal”, vertelt Michiel Jansen, één van de kartrekkers van de innovatievraag bij Best Onderwijs. Leerlingen moeten ‘solliciteren’ om deel te namen aan het lab. “Het lab wordt gerund door veertien leerlingen van de zeven basisscholen van Best Onderwijs. Het idee van het lab is dat er een vliegwieleffect gecreëerd wordt naar de scholen toe.” Hoe dat er concreet uit ziet? “Leerlingen die mee doen, krijgen bijvoorbeeld een les coderen op het lab”, vervolgt zijn collega Koen de Lau. “Vervolgens krijgen ze de opdracht om die les zelf te geven op hun eigen school en in de klas. Zo wordt kennis overgedragen. Bovendien ziet de leerkracht wat er in het lab gebeurt. We horen regelmatig terug dat ze enthousiast worden door de betrokkenheid van de kinderen, en dat dit hen helpt om zelf aan de slag te gaan met digitale geletterdheid. Of in ieder geval: dat ze erdoor aan het denken gezet worden. Dat is heel waardevol."

PCOU Willibrord heeft een ambitieuze innovatievraag, waarin samenwerking centraal staat. Niet alleen binnen de organisatie, maar ook met de wereld buiten het onderwijs. Ze hopen bij het opzetten van een ontdeklab veel samen te werken met de gemeente, de universiteit en bedrijven uit hun omgeving. Dat is hard nodig, vindt projectleider Jennifer Schipper - de Laet van wal. “Ik heb zelf zeventien jaar voor de klas gestaan. In die rol kom je in een soort mini-maatschappij terecht, in een bubbel. Terwijl we kinderen juist opleiden voor hun toekomst als wereldburgers. Daarom vind ik het belangrijk om minder gesloten te zijn, om samen te werken met de samenleving. Dit is een van de belangrijkste uitdagingen van onze innovatievraag: duurzame samenwerking tussen publiek en privaat.”

Een ontdeklab als plek waar verbinding met de buurt tot stand komt is ook één van de ambities van de Professor Burgerschool (stichting VierTaal), een school voor speciaal onderwijs.  “Kinderen in het speciaal onderwijs krijgen vaak kleinschalig onderwijs, in een prettige en veilige omgeving”, vertelt Richard Hulsebos, bovenschools iCoach. Richard wil de slechthorende kinderen - vaak met een taalachterstand - goed voorbereiden op het voortgezet onderwijs en hun verdere leven. De omgeving van de school betrekken - en daarmee meer contact met de buitenwereld creëren - lijkt de juiste zet. Er lopen al contacten met het buurtcentrum en het bejaardentehuis. Het nieuwe ontdeklab is dé plek om de mogelijkheden van ICT te ervaren en kinderen samen te brengen met de ‘échte wereld’.

Al doende leren, ontdekken en innoveren

De zes innovatievragen rondom digitale geletterdheid zitten inmiddels volop in de uitvoering. Het is een intensief proces van doen, leren, bijstellen en verbeteren, dat ondanks de corona-crisis gewoon doorgaat. De PO-Raad biedt ondersteuning in de vorm van procesbegeleiders, expertise en netwerkvorming. De ontwikkelingen zijn te volgen via www.samenslimmerleren.nl/innovatievragen. Begin 2021 worden de concrete resultaten gedeeld met de sector, zodat iedereen hiervan kan leren en mee werken.