"Diversiteit is goed voor een organisatie"

Article type
Artikel
Publication date
Kees, Bergeijk, Berna Toprak, Esther Mollema en Dzifa Kusenuh - Foto: Lize Kraan

Iedereen wordt er beter van als we een beetje van elkaar verschillen: mensen in gemixte teams werken slimmer, zijn creatiever en voelen zich meer betrokken bij hun werk en collega’s. "Het wordt tijd om diversiteit te gaan zien als een kracht in plaats van als een probleem," zegt PO-Raad-voorzitter Rinda den Besten tijdens het congres in het kader van de Internationale Vrouwendag op 8 maart 2019. 

Diversiteit zorgt tegelijkertijd ook voor meer discussie, wat weer meer energie kost. En aangezien men van nature de weg van de minste weerstand kiest, bewegen we ons liever in homogene teams, waarin we ons zelfverzekerder en effectiever voelen. Deze zogenaamde diversiteit- en inclusieparadox werd geformuleerd door drie promovendi aan de Northwestern University in het ‘Is the pain worth the gain’-paper en wordt sindsdien veelvuldig door sociologen en psychologen aangehaald en onderschreven. Niet gek, want de paradox is zichtbaar op alle fronten en in alle lagen – dus ook in het onderwijs.

Dat zien we terug op het schoolplein, in de lerarenkamer en op het bestuurskantoor. Kinderen met eenzelfde etnische achtergrond vormen sneller een vriendengroepje, veruit de meeste leraren zijn vrouwen en het schoolbestuur bestaat voor driekwart uit witte mannen, zo weten we uit cijfers van de Onderwijsraad, het CBS en de PO-Raad.  En dus is het gesprek over emancipatie nog niet klaar. Want ook al omarmt het onderwijs etnische, seksuele en genderdiversiteit met manifesten en educatieve pakketten, we zien diezelfde diversiteit en integratie maar weinig terug in de praktijk.

Onbewust onderscheid

Practice what you preach, het geven van het goede voorbeeld, doet er toe – in wat we doen, zeggen en laten zien. De omgeving is sterk bepalend voor de interessegebieden, denkwijzen en ambities van kinderen; dat is al meermalen wetenschappelijk bewezen. Door impliciete en vaak onbewuste omgevingsfactoren gelooft een deel van de meisjes van zes jaar oud al niet meer dat ze minister-president, CEO of brandweervrouw kan worden. Vanaf die leeftijd groeit bij meisjes de overtuiging dat jongens slimmer en sterker zijn, zo bleek begin 2017 uit in Science gepubliceerd onderzoek. Dat komt door kleine, subtiele dingen; een leraar die nietsvermoedend vraagt om ‘een paar sterke jongens’ als er iets gesjouwd moet worden of doordat grote vrouwelijke leiders onvoldoende podium krijgen om een rolmodel te worden.

Het deurbeleid van de meerderheid

Genderstereotypering zit hem dus in woorden en verwachtingen, maar ook vooral in voorbeelden. Het thema van Internationale Vrouwendag op 8 maart dit jaar was dan ook ‘Heldinnen’. De PO-Raad organiseerde onder die vlag samen met ABN AMRO een evenement. Hoewel de  onderwijssector en de bankenwereld op het eerste oog ver van elkaar af staan, kunnen ze over dit thema veel van elkaar leren. Centrale vraag was: hoe maken we van emancipatie een gezamenlijke opdracht? Het ging daarbij om brede inclusiviteit. Edson Hato, directeur Leiderschap, Talentontwikkeling en Opvolgingsplanning bij ABN AMRO,  lichtte het verfijnde, maar essentiële verschil toe tussen  ’je aanpassen’ en ’erbij horen‘. Hij legde dat uit met twee Engelse termen die de lading beter dekken: ’fitting in’ versus ’belonging’. ‘In tegenstelling tot fitting in is er bij belonging geen sprake meer van een machtsverhouding, zei Hato. ‘Erbij horen is dan een vanzelfsprekendheid geworden, in plaats van het deurbeleid van de meerderheid.’

Succesvolle emancipatie vraagt om een transformatie van fitting in naar belonging, vervolgde Hato. ‘Dat vraagt om veel lef. We moeten het lef hebben om ingesleten patronen steeds weer te benoemen en bespreekbaar te maken. Alleen zo kunnen we ze doorbreken.’

Vakjesdenken

We zijn ons vaak helemaal niet bewust van die ingesleten patronen, terwijl de impact ervan groot is. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) onderzocht in 2016 op verzoek van het ministerie van OCW wat de invloed is van genderstereotypering in het onderwijs. Wat blijkt: meisjes presteren beter in taalvakken dan jongens. Onderzoekers wijten dat aan het feit dat leraren (onbewust) verwachten dat ze er goed in zijn. Andersom blijven prestaties van meisjes bij wiskunde of natuurwetenschappen juist achter omdat ze hierin minder zelfvertrouwen hebben. Ze lijken banger om fouten te maken, terwijl jongens wel vertrouwen hebben in hun eigen vaardigheden om wiskundige problemen op te lossen. Waarschijnlijk als gevolg van een meer competitieve, assertieve benadering en stimulans.

Dat verschil in verwachtingen en benadering is niet gerelateerd aan de sekse van de leraar. Hoewel (sekse)diverse teams effectiever zijn, bestaat tussen dat verwachtingspatroon en de feminisering van het onderwijs geen verband, zo bleek uit diezelfde studie van het NRO. Het gebrek aan diversiteit voor de klas heeft dus geen invloed op de cognitieve prestaties van leerlingen en staat niet in relatie tot de genderstereotypering. Ook is er geen correlatie vastgesteld tussen feminisering en de verschillende prestaties van jongens en meisjes in de klas. Dat neemt uiteraard niet weg dat het wel goed is om de vraag te stellen wat het effect is van de 86% vrouwelijke leraren in het po op de beeldvorming van het vak en wat de andere gevolgen zijn… maar dat is een ander verhaal.

Worden wie je bent

Verschillen tussen jongens en meisjes, maar ook tussen witte en niet-witte kinderen of heteroseksuele, cis1- en LHBTI+2 mensen, lijken alleen maar groter te worden. Het wij/zij-denken groeit en de tolerantie neemt af. Dus is het belangrijk dat het onderwijs een duidelijk signaal afgeeft, stelt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad:  ‘Als je als kind ergens kunt ontdekken wie je bent en waar je krachten liggen, dan is dat in het onderwijs. Onze samenleving polariseert en we merken dat het weer moeilijker wordt voor sommige kinderen en jongeren om uit de kast te komen. Als onderwijs moeten we duidelijk maken dat iedereen erbij hoort. Wat je ook voelt voor wie, en of je nu uit Sittard of Syrië komt: you belong. Het wordt tijd om diversiteit te gaan zien als een kracht in plaats van als een probleem.’

Geen wrijving – geen glans Die hartenkreet op 8 maart vond weerklank. Deelnemers namen zich voor om te werken aan meer diversiteit en inclusie in hun organisatie. Duidelijke intenties leidden tot stevige acties en afspraken om het in de toekomst weer wat meer te gaan laten ‘schuren’ in de teams. Dat geldt ook voor de PO-Raad. Den Besten: ‘Onze Algemene  Ledenvergadering (ALV) is echt te homogeen. Ik zie te weinig vrouwen, te weinig mensen van kleur, te weinig bestuurders van onder de 40. Die zijn zeker in het onderwijs te vinden, maar reiken blijkbaar niet tot in het bestuur. Als organisatie hebben we zeker ook nog stappen te zetten. Ik ben blij dat we samen met de VO-raad afspraken gaan maken over werving, selectie en het omgaan met benoemingen. Diversiteit is niet makkelijk en we moeten er met zijn allen aan blijven trekken. Maar zonder wrijving geen glans!’ 

 

 Dit artikel verscheen eerder in de podium van voorjaar 2019.