'Een innovatie valt of staat bij het meenemen van het team'

Article type
Interview
Publicatiedatum

‘Hoe kunnen we flexibel organiseren met behoud van kwaliteit en diversiteit?’ Dit vraagstuk staat centraal in de innovatievraag van Stichting Agora. Om erachter te komen wat wel en niet werkt, is de organisatie in het schooljaar 2020/2021 gestart met twee pilots. De eerste, gericht op de inzet van vakdocenten, is in volle gang. Projectleider Ronald Overboom blikt terug: “Dat leraren nu meer tijd overhouden, is een grote opbrengst.” 

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

Agora zoekt naar een andere inrichting van het onderwijs

Op de school waar de eerste pilot draait, staan ‘anders bevoegden’ halve dagen voor de groepen 6, 7 en 8. Deze bevoegden zijn vakdocenten, zoals een muziekdocent en een techniekdocent. Overboom: “We hebben al veel positieve ervaringen opgedaan. Als de vakdocenten er zijn, gaan de groepsleraren de klas uit; zo ontstaat er voor hen ruimte in de agenda. Zij kunnen dan invallen bij ziekte van een collega uit een andere groep of werken met een groepje meerbegaafde leerlingen.” 

Verrijking van curriculum 

“De lessen die de vakdocenten geven, zijn een verrijking van het curriculum. De groepsleraren leggen de focus op rekenen, taal en de zaakvakken. De 21e-eeuwse vaardigheden komen meer aan bod bij de vakdocenten”, vertelt Overboom. De projectleider vindt het belangrijk dat de inhoud van deze nieuwe lessen ook aansluit op de bestaande leerlijnen. “De vakdocenten komen niet even ‘iets leuks doen’, maar leveren echt een kwalitatieve bijdrage aan het lesaanbod.” De grondgedachte is dat het een aanvulling is, geen vervanging. “De muziekdocent gaat bijvoorbeeld ook aan de slag met Engelstalige liedjes. Ook de kinderen die met Engels minder goed meekomen, worden dan enthousiast.” 

Groep uit handen geven 

Natuurlijk waren er de nodige hobbels op de weg. “Er is veel tijd gaan zitten in de voorbereiding van de pilot, maar ook in het begeleiden van leraren die het soms lastig vonden om hun groep uit handen te geven. Dit ging vooral om het gevoel iets uit handen te geven waar je geen grip meer op hebt. Sommige leerkrachten gaven aan dat de ‘leuke dingen’ bij hen weggehaald werden. Maar toen dat eenmaal goed afgestemd was en de boel ging draaien, ontstond enthousiasme om samen met de vakdocenten aan de slag te gaan.” 

De schoolleiders wilden de pilot doelgericht starten, zodat er ook duidelijke (leer)opbrengsten zouden zijn. Daarvoor formuleerden zij samen met het team succescriteria. De criteria waren onder andere dat er sprake moest zijn van een breed aanbod en dat leerlingen kennis en vaardigheden konden opdoen door verwondering en door zelf te creëren. Maar ook dat er afstemming moest zijn met doorgaande leerlijnen en dat vakdocenten iets extra’s kwamen brengen, zoals ICT-vaardigheden. 

Ook deed de pilotschool veel praktische inzichten op. Het bleek voor het vak beeldende kunsten bijvoorbeeld handiger om de kinderen naar een ‘vast’ lokaal te brengen in plaats van alle materialen van klas naar klas te verplaatsen. Dit was een kwestie van ‘meebewegen’; er waren geen extra lokalen voor nodig. Ook bleek extra geld nodig voor de aanschaf van nieuwe materialen zoals lijmpistolen en soldeerbouten. 

Innoveren is samen durven en proberen 

Een innovatie valt of staat bij het meenemen van het team, vindt Overboom. Daar ligt een taak voor schoolleiders. Overboom: “Doe je dat niet of niet goed, dan wordt de verandering al snel ‘iets wat óók nog moet’. Mijn tip voor leidinggevenden is dan ook: wees duidelijk over je verwachtingen en breng de juiste partijen samen. Innoveren is een kwestie van samen durven, ontdekken en uitproberen. Op de school waar deze pilot draaide, gaven op een gegeven moment ook de groepen 1 tot en met 5 aan dat ze graag aan de slag wilden met vakdocenten. Dat was voor mij een goed teken.” 

Flexibel organiseren uit noodzaak 

Alle (succes)verhalen en voorbeelden van de pilotschool worden verzameld op een interne website, zodat ook andere scholen binnen de stichting inspiratie kunnen opdoen. Overboom: “Het experiment heeft mensen aan het denken gezet en enthousiast gemaakt. De eerste zaadjes zijn geplant.” De innovatievraag is nog niet afgerond, maar volop in beweging en het vervolg wordt nog bepaald na evaluatie. Door het coronavirus is er wel vertraging opgelopen. “We worden ingehaald door de praktijk; de lockdowns dwingen ons om nóg sneller te gaan op het gebied van flexibel organiseren. Kijk maar naar het faciliteren van onderwijs op afstand.” 

Het flexibel organiseren hangt volgens Overboom niet alleen af van het wel of niet slagen van de eerste pilot. De ervaringen uit de eerste pilot dienen ook weer als startpunt voor een tweede pilot. Overboom: “We willen de good practices vertalen naar de andere scholen van Agora”. Deze tweede pilot is gericht op verlengde leertijd en start in het voorjaar van 2021, op een andere school binnen de stichting. De gastdocenten die tijdens schooltijd  het  aanbod  verzorgen, gaan dat ook tijdens de verlengde leertijd doen. Dit aanbod is gericht op taalontwikkeling, burgerschap en betrokkenheid. 

4 Tips van Ronald Overboom: Hoe neem je je team mee? 

  1. Vind sterkhouders binnen het team, die mee invulling geven aan de innovatie 
  2. Communiceer op tijd en schep duidelijke verwachtingen 
  3. Toon leiderschap als schoolleider 
  4. Zorg dat je een gezamenlijk begrippenkader hebt; dan praat iedereen over hetzelfde