“Er is hier volop sprake van dynamiek en ontwikkeldrang”

Article type
Interview
Publication date

Vijf jaar geleden begon Roel Paridaans als schoolleider bij jenaplanschool Rennevoirt, onderdeel van Tangent. Vanuit een heldere visie op talentontwikkeling en op zijn eigen rol daarin startte hij met het veranderen van de cultuur en organisatiestructuur van de school. Nu staat er een bevlogen team en heeft de school zich volop ontwikkeld. Maar enkel borgen wat er is, vindt Paridaans niet voldoende: “We willen een plan ontwikkelen dat richting geeft voor de komende jaren.”

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

Rennevoirt werkt aan duurzame talentontwikkeling van leerlingen én leraren

De ontwikkeling die Rennevoirt de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, was voor Paridaans  noodzakelijk en vanzelfsprekend. “In het onderwijs heeft talentontwikkeling van leerlingen een logische plek. Bij leraren is dat minder het geval; veel aandacht in begeleiding gaat naar vaardigheden die nog ontwikkeling behoeven, zelden naar hun talenten. Ze zijn zich ook niet altijd bewust van hun talenten. Dat vind ik zoiets raars. Ik wil juist onze leraren de ruimte geven om ook hun eigen talent te ontwikkelen en in te zetten in de school. Dat is precies waar we mee aan de slag zijn gegaan.”

Dynamische parallel

Op Rennevoirt wordt gewerkt vanuit de jenaplanprincipes. Een belangrijk aspect daarbinnen is het aansluiten bij de aanwezige talenten van kinderen om zo het zelfvertrouwen te vergroten en daardoor de ontwikkeling op alle gebieden te stimuleren. Paridaans: “Dit uitgangspunt kent een dynamische parallel met ons personeelsbeleid: al onze personeelsleden zijn actief op zoek gegaan naar hun  talenten en interesses en wij proberen daarop aan te sluiten met de juiste scholing, taken en verantwoordelijkheden. Op dit moment hebben veel van onze leraren zichzelf gespecialiseerd op allerlei verschillende gebieden.”

Paridaans heeft deze ontwikkeling gestimuleerd door continu het gesprek aan te gaan. “Ik legde voortdurend uit dat iedereen iets anders ‘te doen’ heeft, omdat hij of zij andere talenten heeft dan de collega’s, andere leerlingen, een andere klas et cetera. We stellen onszelf, en elkaar, voortdurend de vraag: wat doe je en waarom doe je dat? Dat vraagt om veel herhaling en tijd, maar als mensen het in hun systeem krijgen dan ontstaat er veel beweging. Ze voelen zich dan gezien en gewaardeerd en durven écht zichzelf te zijn. Overigens is daarvoor wel een veilige omgeving nodig.”

Speelveld en leiderschap

Het team van Rennevoirt werkt volgens de metafoor van ‘het speelveld’. Paridaans: “In het speelveld is de leraar verantwoordelijk voor wat er in de klas gebeurt. Naast het speelveld staan mensen die kinderen kunnen ondersteunen en die de leraar kunnen adviseren. In het spel mag het ook wel eens mis gaan, want daar kun je van leren. Iedereen krijgt de ruimte om een stukje op het speelveld in te nemen en daarmee de hele school verder te helpen. Door de enorme betrokkenheid is ons ziekteverzuim slechts rond de 1%. Het komt eerder  voor dat ik teamleden naar huis moet sturen als ze ziek zijn, dan dat ze zelf gaan.”

“Deze ontwikkeling past echt bij mij”, vervolgt Paridaans. “Toen ik hier kwam, ben ik me af gaan vragen wat voor schoolleider ik wilde zijn. Ik geloof in de competenties en talenten van mensen en wil kijken naar wat ze nodig hebben om die in te kunnen zetten. Als schoolleider is het mijn doel om het proces - of anders gezegd ‘het spel in het speelveld’ - continu te verbeteren. Ik ben voortdurend aan het duiden wat ik zie en wat er gebeurt, zodat anderen daarop kunnen anticiperen. Maar we komen nu op een omslagpunt. We voelen de behoefte om de ingezette ontwikkeling, de ‘flow’ zoals ik die noem, te verduurzamen, en een plan te maken voor waar we over vier of vijf jaar willen staan.”

Doorontwikkelen en vooruitkijken

Wat maakt dat Rennevoirt, ondanks deze voortgang, toch een innovatievraag indiende? Paridaans: “We willen niet alleen borgen wat er al is, maar ook door blijven ontwikkelen. Er zijn nu veel verschillende mensen verantwoordelijk voor een bepaald onderdeel van de school. Dat is mooi, want samen komen we vooruit! Maar hoe zien die verschillende onderdelen eruit over vijf jaar? Ik wil dat iedereen dit planmatig gaat uitdenken en doelen formuleert. Hoe blijven we vormgeven aan beweging en ontwikkeling? Wat hebben we daarvoor nodig en hoe zorgen we ervoor dat iedereen daarvoor verantwoordelijkheid voelt en neemt? De organisatiestructuur is relatief gemakkelijk aan te passen mocht dat nodig zijn, maar cultuur en leiderschap, ook van leraren, dat is een heel ander verhaal. Daar moeten we met elkaar een duurzame manier voor vinden.”

Een tweede factor die meespeelt, is de nieuwbouw die Rennevoirt waarschijnlijk krijgt. “Daar liggen plannen voor, want we groeien al jaren uit ons jasje. We zitten nu in het begin van het proces. De vraag is: hoe kunnen we dit koppelen aan de ontwikkeling en aan onze visie? Het gebouw moet ondersteunend zijn aan waar we staan en waar we naartoe willen. We hebben bijvoorbeeld veel experts en vakdocenten. Dit is het moment om na te denken over wat dit betekent voor de indeling van ruimten.”

Paridaans vindt het belangrijk om ervaringen te delen met de sector. “Door het podium via de PO-Raad kunnen we laten zien wat bij ons wel en niet werkt. En andersom is het voor mij heel waardevol om te leren van de andere innovatievragen en van de procesbegeleider. Als schoolleider heb ik het nodig om te kunnen sparren, om feedback te krijgen, om verder te denken dan onze eigen schoolontwikkeling et cetera. Dat geeft me energie en houdt me scherp.”

Dynamiek in samenwerking

Volgens Paridaans is de aanpak van Rennevoirt niet alleen mogelijk binnen een jenaplanschool. “Natuurlijk hanteren we in ons onderwijs een aantal principes dat relatief makkelijk te vertalen is naar hoe we met elkaar omgaan als medewerkers. Maar volgens mij kan dit overal. Het gaat er vooral om hoe je kijkt naar de mensen om je heen, naar elkaar en naar kinderen. En ook naar ouders. Wij zetten bijvoorbeeld heel bewust de talenten van ouders en van partijen buiten onze school in binnen ons onderwijs. Dat is echt een verrijking. Al dit soort zaken maken het hier ontzettend dynamisch!”