In gesprek met techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek: ‘Bepaal je kernwaarden en neem zelf de regie’

Article type
Interview
Publicatiedatum

Hoe kunnen scholen meegaan met de snelle technologische ontwikkelingen, zonder dat de waarden die zij belangrijk vinden, zoals vrijheid, onafhankelijkheid, autonomie en gelijkheid, verloren gaan? Een complex vraagstuk, waar techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek zijn licht over laat schijnen.

Peter-Paul Verbeek
Peter-Paul Verbeek

“Door de scholensluiting tijdens de coronacrisis hebben we net een omvangrijk maatschappelijk ‘experiment’ met digitaal onderwijs gevoerd. Daar kunnen we veel van leren”, zegt Peter-Paul Verbeek, techniekfilosoof, hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek en wetenschappelijk co-directeur van het DesignLab van de Universiteit Twente. “Wat was de impact van het onderwijs op afstand? Welke dingen werkten wel en welke niet? En hoe neem je dit mee in je schoolplannen op de korte en de langere termijn? Je kunt het zien als een kans om goed over je kernwaarden en je visie op digitaal onderwijs na te denken.”

Waarden van onderop ophalen

Bij het nadenken over waarden is het van belang dat je het zo concreet mogelijk maakt, stelt Verbeek. “Dat kan door waarden van onderop ‘op te halen’. Hiermee bedoel ik dat je inventariseert op welke manier technologieën impact hebben op het leerproces van leerlingen. Zo ontdek je welke waarden bij het gebruik van een bepaald programma of leermiddel in het geding komen en welke waarden je het belangrijkst vindt. Als je dat helder hebt, kun je bedenken hoe je de technologie kunt herontwerpen, de omgeving anders kunt inrichten of de gebruiker voorlichting kunt geven om zo toch je kernwaarden te realiseren”, legt hij uit.

Als voorbeeld noemt Verbeek het lesgeven via Microsoft Teams tijdens het afstandsonderwijs. “Wat deed dit met de interactie tussen de leraar en leerling en de kinderen onderling? Ik merkte bijvoorbeeld dat mijn jongste zoontje zijn camera vaak uitzette omdat hij het fijner vond om te luisteren en niet al te zichtbaar te zijn. Zo zullen leraren meer dingen opmerken. Steeds zijn er waarden in het geding: aandacht voor de ontwikkeling van elke individuele leerling, het respecteren van iemands privacy, zorg voor ieders welzijn. De volgende vraag is dan: kunnen we die waarden op een positieve manier verbinden aan de techniek? Kun je bijvoorbeeld de instellingen wijzigen, of laat je de leraar af en toe langs de schermpjes scrollen en kinderen aanspreken als hun camera’s uitstaan? Je kunt zelf de regie nemen om ervoor te zorgen dat jouw waarden overeind blijven.”

Methodes om het gesprek te openen

Scholen zouden hiervoor de innovatieve methode kunnen gebruiken die Verbeek in samenwerking met ECP Platform voor de InformatieSamenleving heeft ontwikkeld: de aanpak Begeleidingsethiek. Vorig jaar is deze methode in workshopvorm veelvuldig en met succes gebruikt, onder andere door de politie, diverse zorgorganisaties en overheden, van ministeries tot gemeentes. “De aanpak Begeleidingsethiek is een laagdrempelige tool die organisaties concrete handvatten biedt om technologie op een ethisch verantwoorde manier toe te passen. Je kunt deze gratis downloaden en een uitlegfilmpje bekijken. De tool helpt je bij het voeren van de dialoog over de toepassing van een concrete technologie in een specifieke context. Zoals het gebruik van adaptieve toetsen of een leerlingvolgsysteem. Zo kom je gezamenlijk tot een analyse van de waarden die in het geding zijn en ontwikkel je concrete handelingsopties om verantwoord om te gaan met die technologie. Het blijft niet bij praten alleen, maar de betreffende technologie wordt op een letterlijk waardevolle manier ingebed in de dagelijkse gang van zaken. Als je hiervoor in een teamvergadering anderhalf uur uittrekt, kun je snel concrete stappen zetten.”

Een andere manier om de impact van technologie te onderzoeken en ethisch verantwoorde keuzes te maken, is het model van Biesta, oppert Verbeek. “Ik ben geen onderwijskundige, maar ik vind zijn drieslag ‘kwalificatie, socialisatie en subjectificatie’ erg inspirerend. Hoe geef je tijdens afstandsonderwijs bijvoorbeeld ook de sociale en persoonlijke kant van het onderwijs vorm? Voer je online kringgesprekken, laat je leerlingen hun spreekbeurt houden en praat je daarover na? Een simpel voorbeeld, maar het laat wel zien dat technologie iets is waarmee je moet experimenteren. Op die manier blijf je leren en stappen zetten.”

Ethiek-toolkit voor schoolteams

De PO-Raad en Kennisnet ondersteunen de discussie over digitalisering in de sector en helpen scholen die willen stilstaan bij de impact van technologie. Zij ontwikkelden drie tools die je kunt inzetten om weloverwogen keuzes te maken, passend bij je visie op onderwijs. De online workshop Bloom helpt je om samen met je team op een verrassende manier in gesprek te gaan over de kansen en risico’s van digitalisering van het onderwijs. Het Ethiekkompas zorgt ervoor dat je in een paar stappen een antwoord krijgt op een ethische vraag. En het waardenkader kan gebruikt worden voor een gesprek over je visie op digitalisering en de waarden die daarbij horen.

Experimenteren met techniek

In het ideale toekomstbeeld van Verbeek is de basisschool een plek waar zowel leraren als leerlingen de ruimte krijgen om te experimenteren met techniek. “Daarmee bedoel ik niet alleen de bètakant, zoals leren programmeren. Maar juist ook ervaren wat voor invloed techniek heeft op jezelf, op je omgeving, op sociale interactie en op je verwachtingen van de toekomst. Het is belangrijk dat leraren snappen hoe de techniek waarmee leerlingen dagelijks te maken hebben invloed heeft op mens en maatschappij, zodat zij dat weer kunnen overbrengen in de les. Dan denk ik aan games, smartphones, social media en YouTube. Wie zitten hierachter? Wat zijn hun motieven en belangen? Op welke manier zijn systemen bevooroordeeld? Hoe spelen ze in op jouw gedrag als gebruiker?”

Bespreek deze vragen in de klas of verwerk ze in creatieve opdrachten, adviseert hij. “Laat bovenbouwleerlingen bijvoorbeeld eens ‘het nieuwe TikTok’ of ‘het nieuwe Teams’ ontwerpen. Hoe zou zo’n app of systeem eruit zien als zij het voor het zeggen hebben? En waarom kiezen ze daarvoor? Welke waarden nemen ze dan impliciet of expliciet mee? Je kunt kinderen helpen met vragen bedenken om op een ontwerpende en sociale manier naar de techniek te kijken. Dat zorgt ervoor dat zij een kritische houding ontwikkelen en techniek leren zien als iets sociaals.”

Het is een misvatting dat je zelf technisch moet zijn om goed te kunnen lesgeven met behulp van technologie.
 

Bijscholing en peer-coaching


Leraren hoeven de nieuwste technologie niet zelf te gebruiken om het in de les goed te kunnen behandelen, zegt Verbeek. “Met behulp van bijscholing of peer-coaching kunnen zij contact houden met de meest recente ontwikkelingen en leren hoe ze daar onderwijs over kunnen geven. Op elke school zitten wel leraren die het leuk vinden om collega’s hierbij te ondersteunen.”

“Het is bovendien een misvatting dat je zelf technisch moet zijn om goed te kunnen lesgeven met behulp van technologie. Je kunt techniek ook bekijken vanuit een sociaal en menselijk standpunt. Systemen zijn niet gebaseerd op de neutrale waarheid, maar op algoritmes die getraind worden met data waarin vooroordelen kunnen zitten. Als je dat begrijpt, kun je techniek bewuster inzetten bij de pedagogische doelen die je hebt.”

De rol van de schoolleider

In het op gang brengen van dit gesprek ziet Verbeek een rol voor de schoolleider. “Hij of zij kan inventariseren hoe teamleden naar het samenwerken met technologie kijken. Bijvoorbeeld door op een teamdag met de aanpak Begeleidingsethiek aan de slag te gaan. Dan krijg je een beeld van wat mensen bezighoudt, wat hun bezwaren en angsten zijn, wat ze zouden kunnen en willen, wie er meer begeleiding nodig heeft en welke kernwaarden zij overeind willen houden. Genoeg tijd uittrekken voor dit soort gesprekken is essentieel om tot een heldere visie op digitalisering te komen. Zowel op de rol van technologie in het leerproces als op hoe je kinderen wilt voorbereiden op de digitale samenleving.”

Met de hele sector in actie

Het zou zonde zijn om de digitale stroomversnelling die is ontstaan door de coronacrisis niet aan te grijpen om digitalisering meer in het onderwijs te verankeren, vindt Verbeek. “Je kunt de snelle ontwikkelingen nu een goede wending geven door er waarden bij centraal te stellen. En door binnen school en met andere scholen ervaringen en geleerde lessen uit te wisselen om zo je aanpak en doelen te bepalen. Gezamenlijk optrekken met andere scholen kan ook waardevol zijn in het gesprek met marktpartijen, zoals de ontwikkelaars van leermiddelen. In plaats van kiezen uit het aanbod dat er ligt, kunnen scholen bedrijven vragen om programma’s en software te ontwikkelen die passen bij hun kernwaarden. De impact van digitalisering wordt in de toekomst alleen nog maar groter, dus het is cruciaal om als sector op te staan en de regie te nemen.”

Video

PO-Raadcongres 2021 - aflevering 2: De Digitale Samenleving

Meer weten over de visie van Peter-Paul Verbeek en hoe we als sector gezamenlijk in actie kunnen komen? Bekijk dan de tweede aflevering van de digitale congresreeks van de PO-Raad ‘De toekomst van goed onderwijs’. Hierin bespreekt hij onder andere de verschillende soorten impact van digitalisering, omgaan met de angst voor verandering, de vierde industriële revolutie en de vijfde samenleving, de invloed van Big Tech en de samenwerking met het bedrijfsleven.