Groepsleerkrachten en vakdocenten samen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het kind

Article type
Interview
Publication date

De afgelopen jaren maakte Meer Primair, een stichting met zeventien basisscholen in en om Hoofddorp, een behoorlijke professionaliseringsslag. Nu het strategisch personeelsbeleid, de communicatie en het kwaliteitsbeleid op orde zijn, ontstaat ruimte om na te denken over  innovatie en ‘anders organiseren’. Dat wil Meer Primair doen door de inzet van meer vakdocenten. “Anders samenwerken binnen teams en met partners om zo ons onderwijs te versterken, daar geloven we in.”

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

Meer Primair versterkt het onderwijs door de inzet van vakdocenten

Jelle van Oosteroom is beleidsmedewerker Onderwijs & ICT en projectleider van de innovatievraag die gaat over het inzetten van vakdocenten. In zijn werk houdt hij zich vooral bezig met het koppelen van digitalisering aan innovatie. “Het streven is om de technische kant van ICT up-to-date en zo optimaal mogelijk in te richten, zodat er meer aandacht is voor de onderwijskundige kant van ICT. Daarbij kijken we naar bijvoorbeeld digitale geletterdheid en naar hoe we het onderwijs hebben ingericht. We beschikken sinds 2013 over een eigen academie, de Hoofdpoort Academie, voor professionalisering waarbinnen toekomstgericht onderwijs een belangrijk speerpunt is. Al dit soort zaken hebben ook te maken met anders organiseren.”

Anders organiseren als speerpunt

Anders organiseren is een belangrijk speerpunt voor Meer Primair, vertelt Margreet Vendel, lid van het College van Bestuur. “In de regionale aanpak lerarentekorten binnen Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer hebben de aangesloten besturen een aantal themalijnen bepaald, waarmee de besturen zelf en in gezamenlijkheid aan de slag gaan. Een van die themalijnen is anders organiseren, een andere is de inzet van vakdocenten. Daar gaan wij volop mee aan de slag tijdens de innovatievraag.”

Van urgentie naar kans

Het idee om meer te gaan werken met vakdocenten is ontstaan door de tekorten, vervolgt Vendel. “De vijver is leeg, maar we voelen de noodzaak om mankracht toe te voegen aan teams om zo werkdruk te verlichten. Bevoegde vakdocenten zouden hier een uitkomst voor kunnen bieden. Vervolgens ontstond de vraag of we dan ook de kwaliteit van het onderwijs kunnen verbeteren.” Daar gelooft Meer Primair wel in, aldus Van Oosteroom: “Door teams anders te organiseren, veranderen verantwoordelijkheden. Groepsleerkrachten werken nauw samen met vakdocenten. Medewerkers krijgen meer kansen om zich te ontwikkelen en om hun eigen talenten in te zetten, wat ten goede komt aan het onderwijs. En het maakt het vak mogelijk aantrekkelijker. Ook de samenwerking met het voortgezet onderwijs kan een boost krijgen: vo-docenten vinden het vaak leuk om aan de hoogste groepen van de basisschool les te geven.”

Verbinding en samenwerking

Afgelopen periode heeft Meer Primair een eerste verkenning gedaan naar het werken met vakdocenten. Van Oosteroom: “Op het gebied van techniek, beeldende vakken en muziek willen we concreet samenwerkingen realiseren op een aantal scholen. We hebben inmiddels gesproken met professionals en andere organisaties, zoals een kunst- en cultuurorganisatie uit de Haarlemmermeer. En rondom sterk techniekonderwijs hebben we het gehad over een doorlopende leerlijn techniek tussen primair en voortgezet onderwijs, waardoor de sectoren meer verbonden worden aan elkaar. Verder willen we dat vakdocenten meer onderdeel worden van de teams, in plaats van dat ze ernaast staan. Met dit soort zaken gaan we tijdens de innovatievraag verder aan de slag.” 

Beweging op gang brengen

Vendel ziet een belangrijke rol weggelegd voor directeuren en koplopers als het gaat om anders organiseren. “We zien dat als een directeur ergens in gelooft en het team meeneemt, dat er meer beweging ontstaat. Andersom is dat ook zo: je kunt als individuele leerkracht iets willen, maar als je directeur daar geen ruimte voor geeft gebeurt er niets. Rondom innovatie hebben we directeuren die voorop lopen, maar er zijn ook scholen waar veel minder gebeurt.”

Van Oosteroom vult aan: “Om de beweging grootser te maken, starten we met een incompany opleiding ‘Specialist toekomstgericht onderwijs’. Na het doen van deze post-hbo opleiding hebben we tien kartrekkers in onze scholen die weten hoe ze teams mee kunnen nemen in verandering, welke aanpak goed past bij het team en hoe het werken met vakdocenten ingericht kan worden. Een wezenlijk onderdeel is dat de directeuren ook betrokken worden bij de opleiding of deze wellicht zelf doen.”

Organisatorische consequenties

Meer Primair wil tijdens de innovatievraag ontdekken wat de inzet van vakdocenten betekent voor bijvoorbeeld de fysieke ruimten, het HR-beleid en het beroepsbeeld van de leraar. Vendel: “Of het werken met vakdocenten gevolgen heeft voor de inrichting van de scholen, is aan de scholen zelf om te bepalen. Als je gaat werken met specialisten en die in hun kracht wilt zetten, dan kan een fysieke ruimte, zoals een medialab, een technieklokaal of atelierruimte een goed idee zijn. Bij nieuwbouw zullen we hier sowieso goed naar kijken.”

Dat geldt ook voor de samenwerking in teams, vervolgt Van Oosteroom: “Als je met meerdere specialisten op een school werkt, vraagt dat  om  goede afspraken en een  duidelijke communicatie. Je draagt immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de leerlingen. Hiervoor zijn vaardigheden bij medewerkers en bewustzijn van de directeur nodig: je zult mensen bij elkaar moeten brengen om de totale ontwikkeling van het kind in beeld te krijgen. Heel concreet kan dat betekenen dat je andere vormen van leerlingbesprekingen krijgt.”

Kansen zien

Van Oosteroom erkent dat een project als dit voor ‘ja-maren’ kan zorgen, maar daar wil hij zich niet door laten leiden. “Wat vaak als grote belemmering opgeworpen wordt, is dat verschillende cao’s voor onmogelijkheden zorgen. We willen ons echter niet laten hinderen door dat soort zaken, maar juist vanuit inhoud en wellicht een soort idealisme de dingen van de grond krijgen. En een project als sterk techniekonderwijs kan een boost geven: daar is subsidie en tijd voor beschikbaar gesteld, waardoor beperkingen worden weggenomen. Als zoiets succesvol wordt, kan dat een vliegwiel zijn voor meer beweging.”

Vendel is benieuwd waar Meer Primair over een jaar staat. “Ik zou het in ieder geval mooi vinden als elke school naast het bewegingsonderwijs ook op enig ander gebied een vakdocent inzet. En ten tweede: dat nog meer gekeken wordt naar het totale kind met al zijn talenten op het gebied van sport of kunst.” Daar sluit Van Oosteroom zich bij aan: “Ik hoop dat we groepsdoorbroken onderwijs gaan bieden waarbij groepsleerkracht en vakdocenten zich samen verantwoordelijk voelen voor de ontwikkeling van het kind. Zoals een van mijn collega’s zei: ‘Het onderwijs is van de kinderen, we moeten het voor hen op de beste manier inrichten.’”