Heldere kaders en afstemming cruciaal voor ‘extra’ leraar

Article type
Interview
Publication date

Wat is de meest doeltreffende manier om de samenwerking en de werkzaamheden van een ‘extra’ leraar te organiseren? Dat wilde de St. Willibrordusschool ontdekken tijdens een ontwikkelvraag. Het team ging in het schooljaar 2020/2021 werken met een rooster, maakte afspraken over verantwoordelijkheden en er was veel afstemming tussen de extra leraar en de groepsleraren. De ervaringen zijn heel positief: “We merken dat deze werkwijze door iedereen als heel positief ervaren wordt.”

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

St Willibrordusschool wil 'extra leraar' optimaal inzetten

Ontwikkelvraag

Het team van de St. Willibrordusschool uit Hulst koos er ruim twee jaar geleden voor om de middelen voor werkdrukvermindering in te zetten voor een ‘extra’ leraar. Deze haalt kinderen uit de groepen 5 tot en met 8 uit de klas om ze extra instructie op niveau aan te bieden. Het doel daarvan is tweeledig. Enerzijds kan de extra leraar zo optimaal mogelijk ondersteuning op niveau aanbieden aan kinderen die extra instructie of uitdaging nodig hebben. Daarnaast zorgt dit voor werkdrukvermindering bij de groepsleraar.

Huub Mangnus, directeur: “Einde schooljaar 2019/2020 constateerden we dat een aantal zaken beter kon. Het rooster voor de extra leraar waarmee we werkten wilden we effectiever inzetten en verbeteren. Daarnaast hebben we een ontwikkelvraag ingediend bij de PO-Raad, om advies te krijgen over wat nog meer verbeterd zou kunnen worden.”

Betere afstemming en taakverdeling

Mangnus en adjunct-directeur Ingemar Hoefnagels bespraken hun ontwikkelvraag met Dr. Nienke Woldman van de Universiteit Wageningen. Daaruit kwam een aantal aanbevelingen naar voren. Hoefnagels: “We hebben de aanbevelingen besproken met het team en afspraken gemaakt over de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en de afstemming tussen de groepsleraren en de extra leraar. De extra leraar heeft de verantwoordelijkheid over de instructie die zij geeft, de groepsleraar laat dit los. Als de extra leraar iets signaleert of wil bespreken, maakt ze met de groepsleraar een afspraak voor later in de week. Dat verloopt heel goed, het is duidelijker nu. Ook zijn er meer evaluatie- en overlegmomenten tussen de groepsleraren van de bovenbouw en de extra leraar.”

Vooruitgang in technisch lezen

De meerwaarde van de instructie door de extra leraar werd al snel zichtbaar. Mangnus: “Eerder dit schooljaar nam de extra leraar een groepje kinderen uit groep 5 en 6 mee voor leesonderwijs. We zagen bij deze leerlingen al snel veel vooruitgang in technisch lezen. Vervolgens hebben we de extra instructie voor hen on hold gezet om te bekijken of de leerlingen weer mee konden groeien met de klas. Helaas hebben we niet kunnen meten of de leesresultaten op peil zijn gebleven, want twee weken later moesten we omschakelen naar afstandsonderwijs.”

Bijstellen

Ondanks de goede resultaten en de voortvarende start heeft de St. Willibrordusschool haar werkwijze moeten bijstellen. Hoefnagels: “In oktober waren er veel coronazieken in ons team. Toen, en ook nu met afstandsonderwijs, was de extra begeleiding niet of moeilijker te organiseren. Daarnaast hebben we sinds januari een extra kleutergroep. Omdat het onmogelijk was om aan vervangers te komen hebben we het team anders in moeten delen. Dit heeft als consequentie dat de extra leraar twee dagen minder inzetbaar is en nog maar drie ochtenden deze rol kan vervullen. We hebben met elkaar opnieuw gekeken naar waar haar inzet het meest wenselijk is. Voor nu hebben we besloten om de focus te leggen op de kinderen die extra instructie nodig hebben. Een moeilijk besluit, want we willen ook de kinderen die meer uitdaging nodig hebben meer stimuleren.”

Slim organiseren

Bij het tweede gesprek met Woldman hebben Mangnus en Hoefnagels besproken wat de beste manier is om oudergesprekken te organiseren. Mangnus: “De extra leraar neemt het kind mee voor bepaalde vakken en we willen met ouders ook die ontwikkeling bespreken. We twijfelden wat hiervoor de beste manier was. In het gesprek met Nienke Woldman werd duidelijk dat het organisatorisch het meest praktisch is dat de extra leraar aansluit bij het gesprek dat de groepsleraar met ouders heeft. Een andere tip die Nienke gaf is om het rooster van de extra leraar niet te vol te proppen, zodat ze ruimte houdt voor onvoorziene vragen. De adviezen uit het gesprek hebben wij vervolgens weer besproken in het team.”

Daniek Snoeren, ‘extra’ leraar op de St. Willibrordusschool: “Mijn functie is vanuit de werkdrukgelden ontstaan. Ik breng de leraar verlichting door een deel van de kinderen uit de groep te halen voor extra instructie of uitdaging. En soms neem ik de klas juist even van de groepsleraar over, zodat hij of zij tijd heeft voor bijvoorbeeld een gesprek met ouders.

Ik vind het heel leuk om op deze manier te werken. Als ik iets signaleer, trek ik de leraar aan zijn mouw en prikken we even een moment om het erover te hebben. Als tip zou ik aan andere scholen willen meegeven: kader af wat de extra leraar doet en wat de groepsleraar doet, zodat de extra leraar eigen keuzes kan maken en de groepsleraar kan loslaten. Dan ben je minder afhankelijk van elkaar en kan ieder zijn eigen verantwoordelijkheid nemen.

Leerlingen die ik begeleid kunnen op hun eigen tempo werken. Het is mooi te zien dat zij daar meer zelfvertrouwen door krijgen.”