Het model Regie op Onderwijskwaliteit: hoe hoog leg jij de lat?

Article type
Aan de slag
Publication date
Model Regie op onderwijskwaliteit

Scholen moeten voldoen aan een wettelijke minimum basiskwaliteit. Maar er is zoveel meer mogelijk. Hoe hoog leg jij de lat binnen jouw school of bestuur? Pak het model Regie op Onderwijskwaliteit er eens bij!

Het model Regie op Onderwijskwaliteit is een praat- en denkkader waarmee je het gesprek aan kunt gaan over onderwijskwaliteit. Binnen jouw eigen school, bestuur of met externe betrokkenen. 

Hoe ziet het model eruit?

Het model bestaat uit vier pijlers die het proces rond onderwijskwaliteit weergeven:

  • Definiëren
  • Zicht hebben 
  • Werken aan
  • Verantwoorden.

Deze pijlers zijn uitgewerkt in kernvragen en hulpvragen waarmee je met je team aan de slag kan. Wat is voor jullie kwaliteit? En hoe ga je daarmee aan de slag in de praktijk? Je loopt daarbij steeds drie niveaus af: dat van de leerlingen, het schoolteam en het bestuur, en vice versa. Het is een cyclisch proces.

Voor wie is het model bedoeld?

Het model is bedoeld voor alle onderwijsprofessionals die betrokken zijn bij de kwaliteitszorg op bestuursniveau.

Waarom zou je het model gebruiken?

  • Het geeft richting aan het gezamenlijk denken over kwaliteit binnen je bestuur
  • Het zorgt ervoor dat je het vraagstuk vanuit meerdere kanten benadert
  • Het werkt toe naar een gedeeld beeld over onderwijskwaliteit
  • Het maakt duidelijk wat écht belangrijk is voor je bestuur
  • Het laat zien waar ruimte zit om ‘extra ambitie’ te tonen
  • Het maakt helder aan welke aspecten je (verder) wil werken
  • Het laat zien dat iedereen een rol speelt bij kwaliteit
  • Het maakt zaken zichtbaar en meetbaar 
  • Het biedt input voor monitoring en verantwoordingsgesprekken

Wat is onderwijskwaliteit eigenlijk?

De onderwijskwaliteit is de kwaliteit van het onderwijs dat op een school gegeven wordt. Het gaat om het onderwijsproces zelf en de leerlingresultaten, maar ook om het sociale klimaat, de kwaliteitscultuur en de financiële verantwoording.

Een aantal aspecten is in harde cijfers uit te drukken, andere zaken zijn wat moeilijker meetbaar. Zoals de taak van scholen om kinderen te vormen tot zelfstandige, zelfverantwoordelijke personen.

Onderwijskwaliteit is meer dan het wettelijk omschreven minimum dat wordt getoetst door de Onderwijsinspectie. Scholen hebben veel ruimte om zelf te bepalen wat zij verstaan onder kwaliteit en hoe zij daaraan willen werken.

Hoe hebben besturen wat aan het model?

Er komt veel op scholen af. Met behulp van het model – en de definitie van onderwijskwaliteit die daaruit voortvloeit – kun je als bestuur effectiever keuzes maken: wat doen we wel, en wat doen we niet? Daarnaast kun je de regie voeren en beoordelen of je de ‘goede dingen ook goed doet’. Ook is het beter mogelijk je te verantwoorden, bijvoorbeeld naar de Raad van Toezicht of naar ouders.

Wat hebben schoolteams aan het model?  

Tijdens teamvergaderingen kun je gesprekken voeren over verschillende kwaliteitsaspecten. Zoals: welke kennis en vaardigheden vinden we belangrijk bij onze leerlingen? Welke leerstof willen we ze meegeven? Welke resultaten verwachten we? En welke meetinstrumenten passen daarbij? Welke eindtoets? En welk leerlingvolgsysteem? Hoe volgen we de ontwikkelingen van de kleuters?

De overkoepelende visie van de scholengroep vormt bij het gesprek over kwaliteit het uitgangspunt. Deze geldt voor iedereen en vormt de basis, maar de antwoorden op de eerdere vragen kunnen heel goed per school verschillen. Bijvoorbeeld door variaties in leerlingpopulatie of een plaatselijk lerarentekort.

En hoe werkt het model voor kwaliteit in de klas?

In het model hangt alles met alles samen, het is integraal. Dat wat je bovenschools afspreekt, moet ook gaan leven op schoolniveau en groepsniveau. Stel dat het bestuur wil dat leerlingen zich kunnen ontwikkelen tot unieke individuen, dan is het belangrijk dat de leraren op teamniveau met elkaar bekijken hoe ze dat willen doen.

De antwoorden op bestuursniveau zijn dus leidend?

Sommige antwoorden op bestuursniveau zijn inderdaad richtinggevend voor de andere twee niveaus. Daarover moet je als bestuur van te voren nadenken: wat is voor iedereen hetzelfde, en waar zijn er mogelijkheden voor differentiatie? Hoeveel ruimte scholen krijgen, hangt natuurlijk ook af van de bestuursfilosofie.