“Meer investeringen in kennis én methoden voor nieuwkomers zijn nodig.”

Article type
Artikel
Publication date

Tijdens de grote vluchtelingencrisis van 2015 kwamen er veel mensen uit de conflicthaarden in het Midden-Oosten naar Nederland. Het nieuwkomersonderwijs kreeg na een periode van relatieve rust te maken met een grote instroom van vluchtelingenkinderen. Al snel werd duidelijk dat bestaand lesmateriaal niet langer voldeed aan de huidige eisen.  Boudien Bakker en Marieke Postma van LOWAN-PO geven een toelichting.  

Sterk verouderd lesmateriaal

Boudien Bakker ondersteunt vanuit de PO-Raad  LOWAN-PO de organisatie voor ondersteuning onderwijs nieuwkomers: “De lesmethoden voor nieuwkomers zijn sterk verouderd. Hoe dat komt? De markt is te klein voor uitgevers. Daardoor is het voor hen niet aantrekkelijk genoeg om lesmateriaal te ontwikkelen. "

"Dat geldt ook voor digitaal lesmateriaal. Als je ziet wat er op dat terrein allemaal beschikbaar is voor het reguliere basisonderwijs en je vergelijkt dat met het nieuwkomersonderwijs, dan schrik je ervan. Dus gaan leerkrachten zelf lesmateriaal maken of aanvullen. Het knutselgehalte is hoog. Een tijdrovend karwei.”

Boudien Bakker

Behoefte aan differentiatie

Het probleem van het verouderde en te krappe lesmateriaal werd allereerst pijnlijk voelbaar in het nieuwkomersonderwijs, waar de niveauverschillen enorm zijn en de behoefte aan differentiatie groot.  “In het nieuwkomersonderwijs hebben we te maken met een hele diverse populatie”, vertelt Marieke Postma, directeur van de Internationale Taalklas Haarlem en  voorzitter van de werkgroep LOWAN-PO.  “Als leerkracht kun je wel als een kei differentiëren, maar het is veel makkelijker om ICT daarbij als ondersteuning in te zetten.” Dat vindt Boudien Bakker ook: “Als school moet je daarvoor wel ICT vervlechten in het onderwijs. Gestructureerd. Duurzaam. De handreiking van Kennisnet in de vorm van een wikiwijs-pagina helpt scholen daar echt bij op weg.”

Passend onderwijs

Inmiddels is de problematiek ook doorgedrongen tot het reguliere basisonderwijs. Tot voor kort  kwamen veel vluchtelingenkinderen binnen via de AZC’s in Nederland. Aan elke AZC is een basisschool als azc-school of een taalklas verbonden, waarop de kinderen hun eerste taalonderwijs kregen. Vanuit die positie stroomden de meeste kinderen door naar het reguliere onderwijs. “Maar we zien nu vooral kinderen die binnenstromen in het kader van gezinshereniging.  Zij komen direct terecht op een reguliere school. Deze kinderen spreken dus geen woord Nederlands", legt Boudien Bakker uit. “Op de basisscholen is echter weinig kennis over lesgeven aan nieuwkomers. Er moet geïnvesteerd worden in kennis én methoden.”