Meer werkplezier door bewegend leren met ICT

Article type
Interview
Publicatiedatum

Al joggend de tafel van zeven opnoemen of zo snel mogelijk een voorwerp zoeken met de letter B. Bewegend leren noemen we dat. Dat past bij het eigentijdse onderwijs van de Prinses Marijkeschool. Daarom wilde de schoolleiding graag onderzoeken hoe ze kinderen meer bewegend kunnen laten leren met behulp van ICT. “En met succes!”, vertelt adjunct-directeur Véronique Vanlaeken trots. “Met onder andere een active floor, hebben wij bewegend leren geïntegreerd in ons programma zonder de werkdruk te verhogen.”

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

De Haagse Scholen zet ICT in om kinderen bewegend te laten leren

Ruim een jaar geleden diende Vanlaeken voor de Prinses Marijkeschool de volgende innovatievraag in: Hoe kunnen we onze leerlingen meer bewegend laten leren met behulp van ICT? De PO-Raad vond het een goed idee, maar wilde het breder trekken. Het zou mooi zijn als alle scholen, die net als de Prinses Marijkeschool vallen onder het bestuur van De Haagse Scholen, profiteren van de resultaten. Vanlaeken: “We hebben snel geschakeld en dat heeft goed uitgepakt met een netwerk ‘Bewegend leren’. Op intranet delen we kennis met de andere scholen van stichting De Haagse Scholen en we laten zien wat bij ons goed werkt. Het netwerk heeft een inspirerende voorbeeldrol op bestuursniveau.” Een jaar later groeit het netwerk nog steeds. “We hebben onze ervaringen en resultaten met bewegend leren verwerkt in een video en deze gedeeld op LinkedIn. Nu is er zelfs interesse van scholen buiten het bestuur!”

Aanschaf active floor

Een zichtbaar resultaat van deze innovatievraag is de active floor in de centrale hal van de school. Hiermee projecteren leraren educatieve spellen op de vloer, zodat leerlingen worden uitgedaagd om in beweging te komen. “Maar met alleen een apparaat ben je er nog niet”, zegt directeur Annelies van Eijk. “Er zijn verhalen genoeg over bijvoorbeeld 3D-printers die op zolders staan te verstoffen. Dus hoe zorg je dat een apparaat gebruikt wordt?” Ten eerste heeft de school nagedacht over de locatie, de active floor staat op een centrale plek in het zicht. “Dat is bewust,” zegt Van Eijk, “het werkt heel aanstekelijk om leerlingen daar met veel plezier aan het werk te zien.” En ten tweede is ervoor gekozen om een coördinator aan te stellen. Een collega die de rest van het team en ook het netwerk warm maakt voor bewegend leren én de active floor.

In de praktijk

De coördinator haalt steeds groepjes van 4 kinderen uit de klas. Zij gaan aan de slag op de active floor met rekenen, taal of een spelletje ter ontspanning. De regelmaat is belangrijk, zo wordt het een vast onderdeel van de week. “Voor de kinderen is het een feestje”, zegt Vanlaeken. “Ze zijn actief bezig en hebben vaak niet eens door dat ze aan het rekenen zijn. Ze leren onbewust.” Ook zonder de active floor gaat het bewegend leren in de klas door. Leren klok kijken op het digibord kan bijvoorbeeld prima joggend of dansend naast je tafeltje. De coördinator denkt met de leraren mee over lesideeën en werkvormen. En wat wel en niet werkt deelt ze in het netwerk bewegend leren, zodat ook de andere scholen van stichting De Haagse Scholen ervan profiteren.

Coördinator als succesfactor

“Dat we een coördinator bewegend leren vrij konden roosteren, heeft het verschil gemaakt”, zegt Vanlaeken. “We hoorden dat een andere school ook een active floor had, maar dat het idee was ingezakt en het apparaat uit stond. Dat hebben we voorkomen door er iemand verantwoordelijk voor te maken.” Een gouden greep want de coördinator blijkt cruciaal in dit verhaal. Ze weet precies hoe de active floor werkt en zet bijvoorbeeld alles vast klaar. Zo ontzorgt ze de leraar. Ook denkt ze mee over een plek in het curriculum, zodat bewegend leren een onderdeel wordt van het programma en niet iets voor erbij. Nu wordt het apparaat met plezier gebruikt, zonder dat het extra werk oplevert voor leraren.”

Goed doordacht

Op de vraag naar succesfactoren noemt Van Eijk ook het goed doordenken van alle stappen. “Wij hebben vooraf bedacht wat we wilden bereiken met deze innovatievraag en wat daarvoor nodig was. Zo was een van de gewenste resultaten: werkdruk voorkomen. Omdat dit wat negatief klonk en onze leraren met plezier naar hun werk gaan hebben we dat aangepast naar: werkplezier vergroten. Een positieve eerste indruk van een nieuwe werkvorm of apparaat is dan belangrijk. Als leraren eerst een enorme handleiding moeten doorploeteren werkt dat averechts. Ook hier biedt de coördinator uitkomst. Zij helpt leraren op weg en dat werkt! In onze school krijgen we al steeds meer vragen van leraren die ook aan de slag willen met de active floor.”

Flexibel door corona

In een pandemie gaat niets zoals je gewend bent. Zo wilde Vanlaeken aftrappen met een fysieke studiedag om draagvlak en enthousiasme te creëren bij de andere scholen over het nut van bewegend leren met ICT. Maar dat kon dus niet. “We hebben een digitale versie van de studiedag overwogen, maar het thema bewegend leren leent zich daar niet echt voor”, legt Vanlaeken uit. Jammer natuurlijk, maar het team is flexibel en gooide de planning om. De studiedag komt later en krijgt dan meer een reflecterend karakter. “We steken straks in op wat we al doen en wat er nog beter kan. Gelukkig zien we elkaar wel bij alle digitale netwerkoverleggen.”

Tips

Wil je als school innoveren dan adviseert Van Eijk om kritisch te zijn. “Je kunt op behoorlijk wat innovaties inschrijven, maar kies wat aansluit bij je visie. En zorg daarna dat het geen innovatie blijft. In ons geval betekent dit dat we bewegend leren blijven integreren in de lessen.” Verder noemt Van Eijk het aanhaken van collega’s als tip. “We hebben gevierd dat we akkoord kregen op de innovatievraag en hebben elke stap gecommuniceerd. Je hebt kartrekkers, maar je doet het samen. Met collega’s, het bestuur én de andere scholen.”