Meer zicht op de brede ontwikkeling van kinderen met een digitaal portfolio

Article type
Interview
Publicatiedatum

Directeur Vincent Verkuil van basisschool Het Christal zocht uit hoe een digitaal portfolio als monitor- en rapportagemiddel kan bijdragen aan het monitoren en zichtbaar maken van de brede ontwikkeling van leerlingen. De inzichten die zijn team heeft opgedaan tijdens de innovatievraag, worden verwerkt in een keuzehulp. “Veel scholen willen net als wij de transitie maken van leerstofgericht naar kindgericht onderwijs. We helpen andere scholen – binnen en buiten onze vereniging – graag bij hun proces”, aldus Verkuil.      

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

LEV-WN zoekt een portfolio waarin de brede ontwikkeling van het kind centraal staat

Vroeger werkte Het Christal - onderdeel van LEV-WN - met traditionele rapporten. Verkuil: “Dat waren lijsten met cijfers, o’tjes, v’tjes en g’tjes, een grafiek met de Cito-scores en een opmerking van de leraar. We maken nu de transitie van leerstofgericht naar kindgericht onderwijs. Dat betekent dat we op een bredere manier willen kijken naar leerlingen en hun ontwikkeling en dat we verder kijken dan hun cognitieve kwaliteiten. 

Iedere leraar wil dat kinderen de basisschool verlaten met een realistisch en positief zelfbeeld. Óók kinderen die toevallig niet zo goed zijn in rekenen, taal of lezen. We waren op zoek naar een portfolio dat deze manier van kijken naar ontwikkeling ondersteunt. En als je het goed inzet draagt het bovendien bij aan het verhogen van eigenaarschap bij kinderen.”  

De juiste vragen 

Het doel van de innovatievraag was helder. “Wij willen een digitaal portfolio dat recht doet aan het complete kind, waarin zijn brede ontwikkeling centraal staat”, zegt Verkuil. “De vraag waar we echter nog geen antwoord op hadden, was: ‘Hoe komen we tot de juiste keuze?’ Om erachter te komen welk monitor- en rapportagemiddel het best past bij de school, moet je goed kunnen verwoorden wat je er precies van verwacht. Dat begint met je visie op onderwijs. Die visie vertaal je naar ontwerpeisen voor een digitaal portfolio, en pas dan ga je kijken naar welke aanbieder daaraan kan voldoen. De meeste aanbieders leveren bovendien maatwerk, dus je daarom is het zo belangrijk om je eigen wensen helder te hebben.” 

Verkuil benadrukt dat scholen er niet zijn met alleen de aanschaf van een digitaal portfolio. “Het risico bestaat dat je denkt ‘Ik wil anders gaan werken en het portfolio is dé oplossing’. Je kiest een mooi portfolio uit, gaat ermee aan de slag, maar verder verandert er weinig. Een portfolio alleen zorgt niet voor de transitie, daar komt meer bij kijken!”  

De meeste spelers bieden maatwerk, dus daarom is het zo belangrijk om je eigen wensen helder te hebben

Toolkit Kennisnet 

De procesbegeleider wees Verkuil op de toolkit Verkenning Digitaal Portfolio van Kennisnet. Het team ging ermee aan de slag. De eerste stap was het bepalen van ‘de lens’. Verkuil: “In deze stap beantwoord je vragen over wat je met het portfolio wil bereiken en vooral ook waaróm. Het doorlopen van de toolkit is een goed begin, maar ik miste wel een aantal onderdelen. Zoals een overzicht van de spelers op de markt en hoe je de vertaling maakt naar ontwerpeisen. Daarom hebben we zelf een literatuurstudie gedaan, waarin vragen als ‘Wat verstaan we onder een portfolio’, ‘Welk type portfolio’s zijn er’ en ‘Hoe gebruik je een portfolio’ beantwoord worden. Ook hebben we de verschillende aanbieders op een rij gezet.”  

MoSCoW 

De volgende stap was het verder aanscherpen en bepalen waaraan het portfolio in ieder geval moest voldoen. LEV-WN gebruikte hier de MoSCoW-methode voor. Verkuil: “Als je de o’s uit Moscow haalt, blijven de letters M, S, C en W over. Die staan voor must haves, should haves, could haves en won’t haves. Met digitale post-its op een padlet (een digitaal prikbord, red.) hebben we bepaald welke functionaliteiten er absoluut in ons portfolio moeten zitten. Dat hebben we voor ouders, leerlingen en leraren in kaart gebracht. Toen we dat eenmaal helder hadden, konden we gericht op zoek naar een aanbieder. Het team is nog in gesprek met twee aanbieders en beslist op korte termijn met welke partij ze gaan werken.    

Keuzehulp 

Verkuil wil zijn proces graag delen met de sector, zodat andere scholen er ook iets aan hebben. Hij ontwikkelde de digifoliowijzer, een webapp waarmee scholen stap voor stap toewerken naar hun eisenpakket ten aanzien van een digitaal portfolio. “Eerst denk je na over de visie. De tool bevat een aantal downloads die daarbij kunnen helpen. We hebben de uitkomsten van onze literatuurstudie toegevoegd en er zit een marktoverzicht in. Na het beantwoorden van een aantal cruciale vragen en dilemma’s krijg je een duidelijk overzicht van de gewenste accenten op je school. Zo maakt het veel uit of je op zoek bent naar een ontwikkelingsportfolio, een prestatieportfolio of een beoordelingsportfolio. De tool verplicht je om expliciet maken waar je naartoe wil. Dan zijn er nog een aantal vragen over de must haves, de should en could haves en de won’t haves. Om een voorbeeld te geven: ‘Wil je dat ouders thuis kunnen inloggen?’ Als je alle vragen hebt beantwoord, kun je een pdf downloaden met jouw set van eisen. En daar kun je dan mee naar een willekeurige aanbieder. Het huiswerk moeten scholen zelf doen, maar de tool helpt ze op weg om de vraag scherp te krijgen”, vat Verkuil samen.  

Constante aandacht  

Voor Verkuil en zijn team breekt na de keuze voor het portfolio een nieuwe fase aan. Verkuil: “We moeten niet alleen het portfolio inrichten, maar er ook voor zorgen dat de nieuwe manier van kijken gaat leven bij leraren, leerlingen en ouders. We zijn gewend aan cijfers: een 7 is best oké en als je een 9 hebt, dan ben je heel goed. Nu staat dat cijfer veel minder op de voorgrond. We gaan werken met een portfolio omdat we met ons onderwijs ergens naartoe willen en dat vraagt om constante aandacht. We willen op een andere manier naar kinderen en hun ontwikkeling kijken, én we willen dat kinderen meer eigenaar worden van hun eigen leerproces. Daar is meer voor nodig dan alleen een digitaal portfolio. Laat het werken met een portfolio dus hand in hand gaan met de ontwikkeling van een schoolcultuur die erop gericht is dat kinderen zelf aan de slag te laten gaan met hun leerproces.”   

Nieuwe initiatieven 

Op de andere scholen van LEV-WN is de innovatievraag niet onopgemerkt gebleven, Verkuil kreeg van diverse schoolleiders de vraag om zijn kennis en ervaring op het gebied van werken met een (digitaal) portfolio te delen. De innovatievraag leidt ook tot nieuwe initiatieven; er is een werkgroep in het leven geroepen die zich op bestuursniveau gaat bezighouden met hoe de scholen zicht gaan geven op brede ontwikkeling. Vanuit zijn rol als projectleider van de innovatievraag zit Verkuil ook in deze werkgroep.  

Drie vormen van het portfolio

Het SLO maakt onderscheid tussen drie verschillende soorten portfolio’s: het ontwikkelingsportfolio, beoordelingsportfolio en het presentatieportfolio. 

  • Ontwikkelingsportfolio  
    Het doel van het ontwikkelingsportfolio is het zichtbaar maken van de ontwikkeling van een leerling. Dit type portfolio bevat overzichten van activiteiten, eindresultaten en reflectieverslagen. 

  • Beoordelingsportfolio 
    Het doel van het beoordelingsportfolio is het zichtbaar maken van het eindresultaat van de ontwikkeling van een leerling. Dit type portfolio bevat verzamelde beoordelingen en bewijsstukken. 

  • Presentatieportfolio  
    Het doel van het presentatieportfolio is het zichtbaar maken van de producten waar de leerling zelf trots op is of die laten zien waar de leerling goed in is. Dit type portfolio bevat dan ook allerlei soorten documentatie, waar de leerling trots op is