Met zij-instromers het lerarentekort in de G5 aanpakken

Article type
Artikel
Publicatiedatum

De schoolbesturen uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere werken samen met hun gemeenten om meer zij-instromers voor de klas te krijgen. Iedere stad heeft een eigen aanpak.

In januari 2020, vlak voordat het coronavirus Nederland in zijn greep kreeg, stelden de schoolbesturen uit de G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere) met hun gemeenten noodplannen op om het lerarentekort aan te pakken. Belangrijk onderdeel van de noodplannen: meer zij-instromers voor de klas. Maar hoe leid je al die zij-instromers op, hoe begeleid je hen en voorkom je dat ze uitvallen? Het ministerie van OCW kwam met een aparte subsidieregeling hiervoor, en maakte afspraken met de vijf gemeenten.

Iedere stad een eigen plan

De gemeenten legden met de besturen in plannen vast hoeveel zij-instromers ze per jaar gaan aantrekken, hoe het voortraject eruitziet (informatievoorziening en selectie), en hoe ze de opleiding en de begeleiding van de zij-instromers regelen. Bij elkaar opgeteld tekenden de G5-besturen voor een kleine 500 zij-instromers per jaar – een substantieel aantal op het tekort van ruim 1200 leraren. 

Samenwerken in de stad 

De grote gemene deler van de aanpak in de vijf steden: schoolbesturen, lerarenopleidingen en gemeente werken veel en intensief samen. Er zijn wel grote verschillen in hoe dat gebeurt. Zo nemen Almere en Amsterdam voor de hele stad gezamenlijk de hele keten voor zij-instromers onder de loep, van de werving tot en met begeleiding en plaatsing na afloop van het traject. 
 

Jacqueline Sweerts

“Amsterdam leidt leraren op voor en door de stad”, vertelt projectleider Jacqueline Sweerts. “Mensen die erover denken om als zij-instromer voor de klas te gaan, krijgen alle informatie en persoonlijk advies via Lievervoordeklas.nl en vinden daar informatie over het gehele traject, van hoe het voortraject eruit ziet tot over de Pabo’s. Ook hebben we een centraal aanmeldpunt voor zij-instromers ontworpen, 1Loket. Hier vinden het selectieproces en de match tussen zij-instromer en coach en school uiteindelijk plaats.”

Gezamenlijke taak

Onderdelen van het Amsterdamse selectieproces zijn een centraal georganiseerd praktijkervaringstraject van drie maanden en een geschiktheidsonderzoek. De centrale aanpak in Amsterdam betekent niet dat de leraren in spe niets in te brengen hebben. “Zij-instromers kunnen kiezen via welke pabo ze hun bevoegdheid willen halen, en ook in welk stadsdeel en aan welke school ze aan de slag willen.” 

Er heerst een sterke solidariteitsgedachte in de stad, constateert Sweerts. “De 39 schoolbesturen zien het opleiden van zij-instromers voor Amsterdam als een gezamenlijke taak. Ze hebben allemaal die ‘sense of urgency’; het ene bestuur leidt soms leraren op voor het andere bestuur als dat onvoldoende absorptievermogen heeft om de zij-instromers te begeleiden. We werken met een stedelijke begeleidingspool waarin de gezamenlijke besturen vertegenwoordigd zijn. Daarnaast hebben we een stedelijk kwaliteitskader ontwikkeld met ruim 50 Amsterdamse professionals uit de verschillende besturen.”

Per schoolbestuur 

Thomas Truijen

In Den Haag, Utrecht en Rotterdam vinden de meeste activiteiten binnen de schoolbesturen plaats, naast gezamenlijke activiteiten op stedelijk niveau. Thomas Truijen is vanuit een Rotterdams schoolbestuur als kwartiermaker gedetacheerd in Rotterdam. “De besturen zijn hier in charge. Daarbij zie ik een heel soepele samenwerking tussen de schoolbesturen en de gemeente. De besturen behouden in het hele traject hun eigen identiteit, en tegelijkertijd neemt iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid zonder dominant te zijn. Dat coöperatieve vind ik de kracht van Rotterdam.” 

De schoolbesturen organiseren gezamenlijke informatiebijeenkomsten voor potentiële zij-instromers, samen met de gemeente en de drie pabo’s, vertelt Truijen. “Daar profileren de verschillende besturen zich. Vervolgens kunnen de kandidaten solliciteren bij het bestuur van hun keuze en vindt het matchingstraject plaats.” De informatiebijeenkomsten vinden door corona nu online plaats. Dat gaat lastiger, ziet Truijen. “We proberen de kandidaten duidelijk te maken dat ze niet lukraak moeten solliciteren, maar echt moeten kijken bij welk bestuur ze thuishoren.” 

Kennisdelen 

Ook al opereren de besturen in Rotterdam meer dan in andere steden zelfstandig in het traject, ze helpen elkaar wel. Thomas Truijen: “Er wordt veel kennis gedeeld, bijvoorbeeld over personele en juridische vraagstukken. Een bestuur had precies uitgerekend hoeveel uur er per zij-instromer ingezet kan worden met de financiële middelen, en deelde de uitkomst met de andere besturen.” 

Bovenschoolse coaches 

De G5 besteden een flink deel van de subsidies aan de begeleiding van de zij-instromers. De meeste Rotterdamse schoolbesturen werken met bovenschoolse coaches, die vaak intervisie vanuit een pabo krijgen, vertelt Truijen. “Ieder schoolbestuur heeft een eigen visie op hoe de zij-instromers begeleid moeten worden.”

In Amsterdam zijn vijftig onderwijsprofessionals juist in cocreatie met de stad, tot een stedelijk kwaliteitskader gekomen. Jacqueline Sweerts: “We hebben gezamenlijk de criteria opgesteld waaraan de reis van de zij-instromer moet voldoen. Voorheen hield ieder bestuur er eigen criteria op na, maar dat werd een jungle waarin zij-instromers van het kastje naar de muur gingen. Dit gezamenlijke kader geeft meer duidelijkheid; het werkt als routeboekje.” Ook Amsterdam heeft bovenschoolse coaches. Dit is een stedelijke pool van leerkrachten, coaches en schoolopleiders. “Zij zijn in dienst bij hun bestuur, en professionaliseren zich in een lerend netwerk.” 

Maatwerk 

Belangrijke troef bij de zij-instroomtrajecten: het bieden van maatwerk. Utrecht en Almere sluiten bijvoorbeeld aan bij de bestaande structuur van Samen Opleiden, met een focus op meer flexibiliteit in de opleiding. Bij het maatwerk spelen de Elders Verworven Competenties van de zij-instromers een grote rol. “De Rotterdamse besturen hebben steeds meer oog voor de eerdere werkervaringen van iemand”, vertelt Thomas Truijen.

Op basis van eerdere ervaringen worden zij-instromers soms specifiek ingezet voor niet-kernvakken, zoals muziek. Ook kunnen EVC’s maken dat iemand eerder of later zelfstandig voor de klas kan, ziet ook Jacqueline Sweerts. “Sommige zij-instromers hebben al een lesgevende rol gehad, bijvoorbeeld in het volwassenonderwijs of als gymleraar. Voor hen kan het demotiverend werken als ze na de zachte landing van vijf maanden, nog eens drie maanden bovenformatief zijn. Zij willen eerder laten zien wat ze in huis hebben.”  

Speciaal onderwijs 

En het (v)so? Dat lijkt nog niet op grote schaal te profiteren van de zij-instromerssubsidie. Besturen kiezen er meestal voor om de tekorten in het speciaal onderwijs te lijf te gaan met verdere professionalisering of ‘opstroming’ van onderwijsassistenten of onderwijsondersteunend personeel. Zij-instromers die in het vso willen instromen, hebben het lastig, ziet ook Thomas Truijen. Hij wijt dat aan de complexiteit van de doelgroep. Maar ook hier zou maatwerk kunnen helpen, denkt hij: “De besturen willen met de hogescholen maatwerktrajecten opzetten en gericht gaan werven en opleiden. Misschien is een zij-instromende journalist niet meteen geschikt voor het so, maar er zijn ook veel mensen met een achtergrond in dienstverlening of zorg die het onderwijs in willen. Als je hen actief benadert voor het speciaal onderwijs, blijkt misschien dat zij heel geschikt zijn. Je zou hen na een jaar ervaring in het regulier onderwijs kunnen laten overstappen, of hen al gelijk in het so laten starten en gericht opleiden.” In Den Haag wordt met de pabo een vergelijkbaar traject opgezet; niet alleen voor het speciaal onderwijs maar ook voor scholen met veel gewichtenleerlingen. 

Iedereen aan boord 

Hoe kijken de projectleiders aan tegen het traject, nu dat een klein jaar loopt? Jacqueline Sweerts is trots op de grote stappen die Amsterdam zet. “We zijn in augustus 2020 gestart met een compleet nieuw systeem. Op 1 januari startten we al met 1Loket en het kwaliteitskader was in maart klaar. We krijgen vanuit de besturen positieve feedback, maar het is niet altijd makkelijk om iedereen aan boord te houden. Het is soms lastig om over het voetlicht te brengen wat de meerwaarde van deze OCW-subsidie is, naast de gemeentelijke voorzieningen en DUO. Daarom organiseren we webinars voor beleidsmedewerkers over de financiële stromen.”

Extra investeren

Thomas Truijen:  “Het Rotterdamse traject loopt al sinds 2018, we waren al redelijk ver en vooruitstrevend. Door de subsidie hebben we de samenwerking geïntensiveerd. Ook maken de extra middelen het voor besturen mogelijk om extra te investeren in coaching, of om zij-instromers langer boven-formatief te laten zijn. Soms wel zes maanden tot een jaar. Dat geeft de zij-instromer rust om in te dalen binnen de schoolomgeving. We zien dat de uitval daalt, hierdoor, maar ook door het maatwerk en doordat de besturen beter kunnen selecteren wie geschikt is voor de zij-instroom, en wie beter de verkorte deeltijdopleiding kan doen.”  

Houdbaarheid 

En daar benoemt Truijen een zwak punt van de regeling. Alle besturen in de G-5 vragen zich af of de regeling wel leidt tot een duurzame toename van zij-instromers, onder meer omdat deze route niet voor iedereen die een carrièreswitch naar het onderwijs wil maken geschikt is. Truijen: “Vaak is de verkorte deeltijd beter, bijvoorbeeld via de Mijlpalenregeling. Besturen hebben steeds meer verschillende mogelijkheden om mensen aan te nemen.”

Naar een toekomstbestendig systeem

Ook vrezen besturen voor de langere termijn de kosten die gepaard gaan met de begeleiding en de ‘zachte landing’. Maandenlange bovenformatieve aanstellingen gaan het budget van veel schoolbesturen domweg te boven. Alle besturen dringen daarom aan op een toekomstbestendig en overzichtelijker systeem, waarbij met name de ‘overgangen’ tussen de verschillende varianten van opleiden flexibeler worden.