Onderwijshuisvesting voor een duurzame (lokale) samenleving

Article type
Interview
Publicatiedatum

Als wethouder van de gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft Chantal Broekhuis met maar liefst dertien schoolbesturen te maken. Voor welke afwegingen staan gemeenten als het gaat om onderwijshuisvesting? Wat is volgens Broekhuis – een expert met ervaring ‘aan beide kanten van de tafel’ – cruciaal voor een constructieve samenwerking met de gemeente?

Bijna dertien jaar was ze hoofd onderwijshuisvesting bij PCOU Willibrord, een schoolbestuur met dertig basisscholen en twaalf vo-scholen in de regio Utrecht. Met een knipoog noemt ze zichzelf vastgoedadviseur, met maatschappelijk vastgoed als specialisatie. ‘Ik heb altijd een warm hart gehad voor de samenleving. Dat droeg ik in mijn werk uit, maar ook als gemeenteraadslid. Utrechtse Heuvelrug was een van de eerste gemeenten die nadrukkelijk wilden streven naar duurzame scholenbouwen. Steeds meer schoolbesturen en gemeenten hebben er oog voor, maar ik zag ook dat het nodig was hiervoor politiek ruimte te bieden. In mijn rol als wethouder zet ik me daarvoor nog steeds in.’
 

Chantal Broekhuis
Chantal Broekhuis

Als lokaal bestuurder heeft Broekhuis veel aan haar ervaring ‘aan de andere kant van de tafel’. Ze beseft goed hoe groot de invloed van onderwijshuisvesting is op de kwaliteit van het onderwijs. ‘Als schoolbestuur draag je een grote verantwoordelijkheid voor kinderen, vooral ook voor hun veiligheid, gezondheid en hygiëne. Als daar iets mee is, wil je dat snel oplossen.’ Omdat ze het onderwijs van binnenuit kent, beseft Broekhuis ook dat sommige beleidsbeslissingen meer impact kunnen hebben dan je vanuit het gemeentehuis misschien beseft. ‘Als een school naar een andere locatie verhuist, is dat veel meer dan een kwestie van dozen inpakken. Voor een hele groep mensen – jong en oud – verandert een belangrijk deel van hun leefomgeving. Daar moet je als gemeente oog voor hebben.’

Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid

Vanuit het gemeentehuis ziet Broekhuis ook zaken waar je als school of schoolbestuur misschien niet direct bij stil staat. Gemeenten, zo licht ze toe, staan voor ingewikkelde dilemma’s. Hoe kom je tot afgewogen investeringen als het om zorg en welzijn van kinderen gaat? ‘Bij veel gemeenten staat het huis onder water, bij wijze van spreken, mede vanwege de jeugdzorgproblematiek. De normvergoeding voor onderwijshuisvesting is verre van kostendekkend en de schuldenlast van gemeenten is hoog. Terwijl we zeker rond onderwijshuisvesting voor grote investeringsopgaven staan, met veel naoorlogse schoolgebouwen die tegen het einde van hun levensduur aanlopen.’

Broekhuis spreekt erover met schoolbesturen: realiseer je dat de gemeente alleen al vanwege de financiële krapte zorgvuldig keuzes moet afwegen. ‘Mijn boodschap: stel de gemeenschappelijke opgaven voor de jeugd centraal. We dragen daarvoor samen de verantwoordelijkheid. Dat gevoel van gemeenschappelijkheid vergroot je door met elkaar over het bredere doel te praten. Het gaat niet alleen om de stenen, maar om zorg en welzijn van kinderen en om goed onderwijs, duurzaam en toekomstgericht. Het is onze gezamenlijke opdracht te zorgen voor de optimale ontwikkeling van kinderen. Daarin vinden niet alleen gemeente en onderwijs elkaar, je leert zo ook de andere maatschappelijke partners kennen, van de jeugdzorgconsulenten tot de bibliotheek. Dan wordt de vraag voor alle betrokkenen: wat kunnen we met elkaar voor de samenleving betekenen?’

Huisvesting als bedrijfsmiddel

Vanuit deze brede visie organiseert De gemeente Utrechtse Heuvelrug zogeheten ‘broedplaats-overleggen’ over samenwerking rond jeugdzorg, passend onderwijs, onderwijsachterstanden en onderwijshuisvesting. Dat zijn gesprekken vanuit een integrale invalshoek, licht Broekhuis toe. Ze hebben onder meer geleid tot een jeugdagenda en een integraal huisvestingsplan waarin scholen meer zijn dan alleen een plek voor goed onderwijs. De jeugdagenda bevordert integrale samenwerking rondom kinderen, waarbij bijvoorbeeld ook de buurtsportcoach en JOGG-regisseur een plek krijgen.

Het Integraal huisvestingsplan beschrijft onder meer hoe leegstand in scholen plek kan bieden voor het consultatiebureau of de kinderopvang. Vanuit maatschappelijke opgaven gedacht, past onderwijshuisvesting zelfs in een nog breder kader, vindt Broekhuis. ‘Bij de grote gemeenschappelijke uitdagingen rond verduurzaming en woningbouw kan onderwijshuisvesting veel betekenen. Door duurzame schoolgebouwen te realiseren, bijvoorbeeld. Of door bij het ontwerp van onderwijshuisvesting al na te denken over de toekomstige transformatie van een gebouw – of een deel daarvan – naar een woonfunctie, ook wel schoolwoningen genoemd.’

De integrale huisvestingsplannen helpen besturen intussen ook bij het beheer van hun gebouwen. Vanuit haar jarenlange ervaring als ’maatschappelijk vastgoedadviseur’ kent Broekhuis het spreekwoord dat je het dak moet repareren als de zon schijnt. Ze verwijst ernaar bij het beeld dat schoolbesturen het soms lastig vinden om strategisch over hun huisvesting te denken. En toch zal dat moeten, als je echt duurzaam met je gebouwen wilt omgaan, stelt ze vast. ‘Huisvesting is een strategisch goed en vormt een belangrijk bedrijfsmiddel. Daarover moet je in lange termijnen denken, met plannen voor onderwijsvernieuwing en onderhoud die tientallen jaren bestrijken. Ik snap dat zoiets zeker voor kleinere besturen ingewikkeld kan zijn. Maar wat je zelf niet in huis hebt, kun je inhuren. Dat kost wat, maar levert uiteindelijk meer op.’

Vaker op de koffie

Strategisch denken én doen, daar gaat het dus om. Met instemming haalt Broekhuis de woorden aan van Wichert Eikelenboom, die op deze website pleit voor een duidelijke strategische visie. Zo geef je volgens hem wethouder, gemeenteraad én ambtenaren het vertrouwen dat jouw schoolbestuur verstandig omgaat met gemeenschapsgeld. Broekhuis: ‘Vanuit een langetermijnstrategie kun je met de gemeente de gesprekken zonder druk en tijdig voeren, en ook passend binnen de begrotingscycli. Ik zou zeggen: zorg voor duurzame connecties. Ga dus ook wat vaker bij elkaar op de koffie, laat het niet bij die ene keer. Een echte verbinding met elkaar moet je goed onderhouden.’ Een andere tip van Broekhuis: nodig je wethouder uit voor een werkbezoek. En laat dan niet alleen de school zien, maar open het gesprek over jouw visie op de rol van het onderwijs in de samenleving. Laat zien dat het schoolbestuur oog heeft voor de breedte van de maatschappelijke opgave. En voor de dilemma’s die een krappe investeringsruimte met zich meebrengt.

Vanuit een intensieve samenwerking komen soms ook andere wegen voor investeringen in zicht, vertelt Broekhuis ten slotte. Het innovatieprogramma ‘
aardgasvrije en frisse basisscholen’ was voor haar gemeente een uitgelezen kans om via onderwijshuisvesting bij te dragen aan de klimaatopgave. Een mooie bijvangst was een bredere kijk op financiering over langere termijn, passend bij een inzet op duurzaamheid. Broekhuis: ‘Vanuit een integrale visie ontdek je hoe je elkaar kunt versterken en hoe je samen meerdere financieringsbronnen onderling kunt verbinden. Als wethouder zeg ik: schoolgebouwen zijn strategisch maatschappelijk vastgoed. Door daar verstandig mee om te gaan, zetten we onderwijshuisvesting in voor een duurzame en toekomstgerichte samenleving.’

Chantal Broekhuis (CDA) is in de gemeente Utrechtse Heuvelrug (zo’n 50.000 inwoners) als wethouder verantwoordelijk voor onder meer jeugd(zorg), onderwijs en kinderopvang. Ze heeft een achtergrond als grond- en vastgoedadviseur met als specialisatie maatschappelijk vastgoed. Eerder zat ze dertien jaar in het managementteam van schoolbestuur PCOU Willibrord, waar ze verantwoordelijk was voor het beheer van de onderwijshuisvestingsportefeuille. Ze maakt ook deel uit van de commissie samenwerkingsagenda onderwijshuisvesting van de PO-Raad.

Scholen uit de fabriek?

In een ander interview op Samen Slimmer PO pleit Bart de Grunt (college van bestuur Mijnplein) voor scholenbouw met behulp van ‘een paar goed ontworpen basispakketten’. Chantal Broekhuis heeft er in haar werk voor het schoolbestuur ervaring mee. ‘In elf weken hebben we een schoolgebouw gerealiseerd met systeembouw. Geen gestapelde containers, maar prefab-gebouwdelen die in de fabriek waren gemaakt en op locatie tot gebouw zijn omgetoverd. Voor zoiets moet je open willen staan en een beetje uit het ouderwetse denken en doen durven stappen. Het hielp natuurlijk dat de financiële businesscase heel aantrekkelijk was, vanwege kortdurende tijdelijke huisvesting en de lagere exploitatielasten. Het is een mooi modern en duurzaam schoolgebouw geworden met een goed binnenklimaat. Met een garantietermijn van 40 jaar. De bouwsector is volop in beweging als het om duurzame innovatie gaat. Ik zou schoolbesturen én gemeenten willen oproepen: spreek elkaar erop aan en durf buiten de vertrouwende systemen te denken!