Opleidingen en besturen trekken banden aan voor meer leraren in het speciaal onderwijs

Article type
Interview
Publicatiedatum

Schoolbesturen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en lerarenopleidingen trekken op verschillende plekken in het land de banden aan. Zo kunnen ze samen studenten kennis en vaardigheden meegeven die bijdragen aan passend onderwijs én bieden ze tegelijkertijd nieuwe leraren de mogelijkheid om het speciaal onderwijs te ervaren.  

Bij de aanpak van het lerarentekort staat het speciaal onderwijs er wat anders voor dan het reguliere onderwijs. Doordat het speciaal onderwijs doorgaans niet of nauwelijks aan bod komt op de pabo, zijn beginnende leraren vaak niet klaar voor een baan in die sector. Áls ze al op het idee komen om in het speciaal onderwijs te solliciteren, want aan stagemogelijkheden in het speciaal onderwijs (so) ontbreekt het vaak ook.

Het so op de kaart zetten

Brechje Brand-Nekkers
Brechje Brand-Nekkers

Rotterdam, 2018. De gemeente organiseert netwerkbijeenkomsten om het lerarentekort op de kaart te zetten bij schoolbestuurders. Brechje Brand-Nekkers was er ook. Ze is opleidingsadviseur bij Yulius Onderwijs (schoolbestuur voor speciaal onderwijs voor leerlingen met psychische problemen). Daarnaast is ze tegenwoordig ook ambtenaar bij de gemeente Rotterdam, waar ze praktijk en beleid verbindt. Al netwerkend met afvaardigingen van andere besturen en pabo’s stuitte Brechje Brand-Nekkers op veel onwetendheid over het speciaal onderwijs en de mogelijkheid om daar onderwijservaring op te doen: ‘Kunnen er bij jullie scholen ook lessen gegeven worden?’, hoorde ze. “Ik ging in de lobby, want waarom hebben wij geen stagiaires?”, vertelt Brechje Brand-Nekkers. “Wij kampen óók met tekorten, en bovendien zoeken wij leraren met een plus. Voor onze doelgroep moet je nóg pedagogischer zijn, nóg meer een onderzoekende houding hebben. Ik wilde dat het speciaal onderwijs bij de pabo’s op de kaart kwam: voor stages en in het curriculum.”

Samenwerking

Door die netwerkbijeenkomsten ontstond er een werkgroep, en inmiddels werken Rotterdamse schoolbesturen (voor regulier en speciaal onderwijs) en pabo’s samen. Volgend jaar wordt duidelijk wat die samenwerking gaat opleveren. Brechje Brand-Nekkers: “Eerstejaars pabo-studenten krijgen dan veel beeldmateriaal over het speciaal onderwijs, om te laten zien hoe breed hun werkveld kan zijn. Tweedejaars krijgen een workshop en oriëntatiedag, zodat ze kennismaken met het soort ondersteuning dat wij in het speciaal onderwijs onze leerlingen kunnen bieden. Voor de derdejaarsstudenten verzorgen wij masterclasses met aansluitend een stage. Als gespecialiseerd onderwijs hebben we veel expertise in huis, bijvoorbeeld rond psychopathologie, handelingsgericht werken en Positive Behaviour Support (PBS). Kennis die vanwege Passend Onderwijs ook heel nuttig kan zijn voor studenten die in het regulier onderwijs gaan werken.”

Kennis delen, elkaar beter weten te vinden: dat zijn de belangrijkste opbrengsten van de samenwerking tot nu toe, vertelt Brand-Nekkers:. “Het is niet zo dat het systeem nu ineens gekanteld is; de stageconvenanten tussen de pabo’s en reguliere schoolbesturen, daar zitten wij nog niet bij. Maar we kennen elkaar nu, we delen kennis en maken afspraken.”

Leraren behouden

Voorlopig zal het lerarentekort in het Rotterdamse speciaal onderwijs nog niet gedempt worden door een grote instroom van nieuwe leraren vanuit de stages, al is er op uitnodiging van Inholland samen met twee andere besturen al wel een ‘zij-instroomtraject gespecialiseerd onderwijs’ ontwikkeld. Maar belangrijker dan instroom is misschien wel het behoud van leerkrachten in het speciaal onderwijs, en daarom is dat delen van expertise zo belangrijk. Brand-Nekkers: “Mensen die uit het regulier onderwijs komen, zijn vaak niet goed toegerust op onze doelgroep. Daarom bieden wij nieuwe collega’s een uitgebreid opleidingsprogramma, over onderwerpen als de-escalatie en PBS. Zij maken een enorme leerpiek door, maar in die fase vindt ook veel uitval plaats.”

Soms is iemand misschien niet geschikt voor Cluster-4-onderwijs van Yulius, maar wel voor bijvoorbeeld het Praktijkonderwijs. Ook dan is het handig dat men elkaar kent, in het Rotterdamse onderwijs. “Ik wil niet met andere onderwijstypen concurreren, want we hebben een gezamenlijk probleem. We willen allemaal onze instroom vergroten en daarvoor is maatwerk nodig. Ik zoek verbinding en wil dat we profiteren van elkaars kennis.”

Samen Opleiden

Peter van 't Westeinde
Peter van 't Westeinde

Honderd kilometers oostwaarts, regio Arnhem/Nijmegen. Daar werken besturen uit het speciaal en regulier onderwijs en de HAN University of Applied Sciences (pabo Arnhem en Nijmegen) samen aan het opleiden van leraren in een zo divers mogelijke omgeving. Naam van dit partnerschap: Veelzijdig opleiden in diversiteit. Peter van ’t Westeinde, adviseur Leren en Ontwikkelen bij De Onderwijsspecialisten is programmaleider vanuit het so (of gespecialiseerd onderwijs, zoals hij het liever noemt). “Passend Onderwijs vraagt een andere manier van kijken naar ontwikkeling van leerlingen. Leerkrachten in het regulier onderwijs moeten meer dan vroeger verschillen tussen kinderen en hun onderwijsbehoeftes kunnen zien, en weten hoe te handelen. Hierin liggen nog veel kansen om samen (pabo, regulier en so) vanuit cocreatie te ontdekken, leren en te ontwikkelen.”

Aspirant-opleidingsschool

Hoe kunnen leerlingen zo goed mogelijk bediend worden? Hoe kunnen we als onderwijsveld samen bijdragen aan het beantwoorden van die leervraag? Die vragen vormden – meer dan het lerarentekort ­– de aanleiding om het programma Veelzijdig opleiden in diversiteit vorm te geven als aspirant-opleidingsschool. “De professionele ontwikkeling van de aankomende leraar staat centraal”, legt Peter van ’t Westeinde uit, “en daarbij ook de doorontwikkeling van de schoolopleiders, directies, pabo-docenten en het curriculum van de lerarenopleiding. We kijken wat we van elkaar kunnen leren, en willen aankomende leraren laten kennismaken met bijzondere doelgroepen.” Het onderwijsveld bouwt met elkaar aan deze constructie. “De bestuurders denken echt mee over de inhoud. Daaronder is er een programmaraad, met werkgroepen die zich bezighouden met hrm, de ontwikkeling van schoolopleiders, het onderwijskundig concept en de kwaliteitszorg.”

Animo

Na een jaar voorbereiding start Veelzijdig opleiden in diversiteit in augustus 2021 formeel als opleidingsschool. Studenten kregen het afgelopen jaar al de mogelijkheid om stage te lopen in het speciaal onderwijs en deden zo ervaring op in het werken met kinderen met taal-spraakproblematiek, gedragsproblemen, verstandelijke en fysieke beperkingen en kinderen die langdurig ziek zijn. Van ’t Westeinde: “Daar was heel veel animo voor, het aantal studenten dat stage wil lopen in speciaal onderwijs is verdubbeld. De so-scholen kregen bijna meer vragen dan ze plaatsen konden bieden.”

Curriculum versterken

Het Samen Opleiden-programma heeft een doel op wat langere termijn, waarin het speciaal onderwijs meedenkt over het lerarentekort en het curriculum van de pabo wil verbreden. Dit in tegenstelling tot de Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP), waarbij in Arnhem (deels dezelfde partners) op kortere termijn het lerarentekort proberen te bestrijden door gezamenlijk te werven, selecteren en professionaliseren. “We willen met het partnerschap Veelzijdig opleiden in diversiteit vanuit nieuw goed leraarschap een bijdrage leveren. Voor iedereen is dat een reis”, vertelt Van ’t Westeinde. “Samen opleiden is nog niet ingebed binnen het so. Wij maken een versnelde ontwikkeling door en moeten met elkaar het gesprek voeren.”

Maatwerk

Ook lijkt de oude structuur wat te knellen: ‘meer divers’ vraagt ook meer maatwerk. Peter van ’t Westeinde: “Het traditionele stageprogramma is opgedeeld in periodes. Maar als je studenten wil laten proeven van allerlei facetten van het onderwijs, dan kan een stage misschien anders worden georganiseerd. Heeft iemand bijvoorbeeld een leervraag met betrekking tot pedagogisch handelen en denkt hij daarover in het speciaal onderwijs iets kunnen leren, dan zou hij daar flexibel even naartoe moeten kunnen.” Doel van het partnerschap is om studerende en zittende leraren zo goed mogelijk te ondersteunen bij het beantwoorden van hun diverse leer- en ontwikkelvragen, concludeert Van ’t Westeinde. En: “Als er daarmee meer leraren voor het so kiezen dan is dat waardevol voor iedereen.”