RENN4 vat ‘onderwijskwaliteit’ breed op

Article type
Interview
Publicatiedatum
Bladergroenschool Groningen kind en leraar

Het speciaal onderwijs formuleerde uit eigen initiatief de Kwaliteitsnorm (voortgezet) Speciaal Onderwijs. Deze brede definitie van onderwijskwaliteit is dé richtlijn van onderwijsorganisatie Regionaal Expertisecentrum Noord Nederland (RENN4). 

Het Regionaal Expertisecentrum Noord Nederland bestuurt dertien scholen voor (voortgezet) speciaal (basis)onderwijs in Groningen, Drenthe en Friesland. De ‘4’ in de naam stamt uit de tijd dat alle leerlingen binnen cluster 4 vielen (gedragsstoornissen en/of psychiatrische problematiek). Inmiddels bedient RENN4 een bredere doelgroep. De organisatie heeft een groot voedingsgebied. Zij zit in maar liefst veertien samenwerkingsverbanden en onderhoudt nauwe contacten met reguliere onderwijs- en zorgorganisaties.

Bladergroenschool Groningen
Bestuurder Jeep Jonker en onderwijsadviseur Johan Lummen.

In 2009 kwam een aantal so-besturen bij elkaar om na te denken over onderwijskwaliteit. Dat leidde tot de Kwaliteitsnorm (voortgezet) Speciaal Onderwijs. Deze onderscheidt zes domeinen: koers, organisatie, mensen, kernprocessen, partners en resultaten. Alle domeinen hebben verschillende indicatoren. Jeep Jonker, bestuurder van RENN4, was bij de ontwikkeling van de norm betrokken. “De kwaliteitsnorm is onze definitie van goed onderwijs”, zegt hij. “Wij kijken breed naar kwaliteit: niet alleen de lessen, maar ook huisvesting, personeel, inrichting van de organisatie: alles draagt bij aan goed onderwijs. Aan de hand van deze norm voeren wij op onze scholen het gesprek over kwaliteit. De norm helpt ons om systematisch te werken en scherp te bevragen en rapporteren.” Sinds 2015 heeft RENN4, dankzij het werken met de Kwaliteitsnorm SO, ISO-certificering.

 

Zichtbaar maken van verborgen talent

Zowel de ISO-inspecteurs als de onderwijsinspectie merkten op dat de medewerkers vertrouwd zijn met de missie van de organisatie: het zichtbaar maken van verborgen talent bij leerlingen door kwalitatief hoogwaardig onderwijs en ondersteuning te bieden. Jonker over de missie: “Kinderen die hier binnenkomen, hebben vaak veel negatieve ervaringen achter de rug. Wij focussen niet op hun stoornis, maar op hun talenten. Daar gaan we naar op zoek.” Onderwijsadviseur Johan Lummen: “We spreken met de leerling, ouders en persoonlijk begeleider, indien een kind deze heeft, af naar welke doelen we gaan toewerken.” Dat wordt vastgelegd in een perspectiefplan.

Scholen uitdagen

RENN4 dingt niet naar het label ‘excellente school’ van de onderwijsinspectie. Jonker: “Wij definiëren zélf onze kwaliteit. Ik geloof niet in dat label. Je maakt als school op één Mei 2018 terrein een sprintje, terwijl een integrale benadering van kwaliteit meer duurzaam is. Onze kwaliteit blijkt uit het feit dat wij de kwaliteitsnorm gebruiken om onze scholen uit te dagen om ambitieus te zijn.”

De kwaliteitsnorm is een vast gegeven; over de inhoud daarvan is geen discussie, zegt Jan de Goede, teamleider van de prof. W.J. Bladergroenschool. “De vraag is: hoe werken we daar naar toe? Het College van Bestuur sluit met onze provinciedirecteuren een managementcontract en de teamleiders geven met hun medewerkers vorm aan de afspraken uit dit contract. Daarbij kijken we of het team voldoende draagkracht heeft om naar de norm toe te werken.” Wesley Huisman, leerkracht op de Bladergroenschool: “Ik heb met een groep een voorzet voor ons jaarplan gemaakt, waarbij de kwaliteitsnorm het uitgangspunt is. Dat was een heel plezierig proces. Wij kiezen elk jaar een aandachtspunt. Dit jaar is dat persoonlijk leiderschap.”

Huisvesting, personeel, organisatie: alles draagt bij aan goed onderwijs

De visie en missie van RENN4 bieden ruimte voor schooleigen ondersteuningsprofielen. Scholen houden daarbij rekening met hun populatie, de behoeftes binnen hun regio en de inbreng van zorgpartners en andere stakeholders. Het CvB checkt vóór de vaststelling van dit ondersteuningsprofiel of het past bij de visie en missie van de organisatie. Teamleider De Goede vindt de duidelijke taal van de kwaliteitsnorm een groot voordeel. “Wij zitten in een groot samenwerkingsverband van 300 scholen en krijgen van alle kanten vragen. We kunnen niet overal op ingaan. Ik ben blij met onze heldere kwaliteitsnorm; die geeft de grenzen aan.”

Werkbezoeken

Het CvB agendeert het onderwerp ‘kwaliteit’ in gesprekken met de provinciedirecteuren, maar ook tijdens werkbezoeken aan scholen. De bestuurders bezoeken alle locaties. Ze draaien dan een hele dag mee, zitten bij lessen en spreken ouders, leerlingen en zorgpartners. Jonker: “Als er iets niet goed draait, merken wij dat vaak. We krijgen ook signalen vanuit het team of de ouders. De observaties bespreken we met het team: herkennen jullie dit? En wat zijn de plannen? De werkbezoeken helpen om het onderwerp ‘kwaliteit’ levend te houden.”

Audits dienen datzelfde doel. Alle domeinen van de kwaliteitsnorm zijn vertaald in indicatoren. Deze worden tijdens de audits getoetst. Elke provincie heeft een eigen auditplan. Binnen de organisatie zijn maar liefst 130 medewerkers tot auditor opgeleid. Zij auditeren allemaal in een andere dan hun eigen provincie. Lummen, die de audits coördineert: “Deze zijn goed voor de onderwijskwaliteit, maar daarnaast leveren ze alle betrokkenen ook veel contacten en nieuwe inzichten op.”

De RENN4-scholen liggen ver uit elkaar. Dankzij netwerkleren profiteren zij toch van elkaars expertise. Lummen: “Wil je als school aan de slag met bijvoorbeeld arbeidstoeleiding, dan vind je via het intranet andere scholen die daar ook mee bezig zijn. ” Een themagroep publiceert op het intranet z’n plan en opbrengsten. Zo zijn er groepjes scholen aan de slag gegaan met agressie, koken/verzorging, bewegingsonderwijs, dyslexie en rekenen. Lummen: “Mensen schrijven hun eigen opdracht; dit komt echt van onderop.”

Scholing en ontwikkeling

Huisman en De Goede
Leraar Wesley Huisman en teamleider Jan De Goede van de prof. W.J. Bladergroenschool.

Daarnaast scholen medewerkers ook bij. Elke school neemt een scholingsplan met bijbehorend budget op in z’n jaarplan. Er zijn ook verplichte cursussen, zoals ‘Signalering grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik’ en een training in agressieregulatie. De organisatie hecht aan tegenspraak. Jonker: “Dit begint bij de Raad van Toezicht. Onze toezichthouders zijn maatschappelijk actief en betrokken bij onze doelgroep, maar ook kritisch.” De bestuurders spiegelen met hun provinciedirecteuren, maar krijgen ook nuttige geluiden vanuit de leerlingenraden. Deze dachten bijvoorbeeld mee over hoe je de scholen daadwerkelijk rookvrij kunt maken.

Onderwijs is topsport 

In 2015 organiseerde RENN4 voor alle medewerkers een conferentie onder de noemer ‘Onderwijs is topsport’. Het bestuurskantoor hangt nog steeds vol met speelse foto’s van dit gebeuren. ’s Morgens was er een ‘successenparade’, met filmpjes waarin leerlingen vertelden hoe ze de school binnenkwamen en sindsdien zijn gegroeid. Jonker: “Dat bracht iedereen in een geweldige modus.” ’s Middags kwam via verschillende werkvormen de vraag aan de orde: wat moeten de komende jaren belangrijke onderwerpen zijn? Daar kwamen veel ideeën uit die, samengevat in verschillende thema’s, hun plek hebben gekregen in de nieuwe koers. “Dat maakt ons programma herkenbaar voor onze medewerkers”, zegt Jonker. “En, heel belangrijk: het zorgt voor draagvlak.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd op poraad.nl in april 2018.