‘Samen proberen, dat is de kern van ontwikkeling’

Article type
Interview
Publicatiedatum

In het najaar van 2020 startte Kindcentrum Moerschans met het anders organiseren van rekenonderwijs. Door een duo van leraren aan een combinatiegroep instructie op verschillende niveaus te laten geven, hoopte Moerschans dat de opbrengsten omhoog zouden gaan. De pilot duurde kort maar is zo geslaagd, dat Moerschans binnenkort een vervolgstap zet: “We gaan de pilot uitbreiden, met als doel meer eigenaarschap bij leerlingen te creëren.”

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

Kindcentrum Moerschans zet extra ondersteuning in de klas in

“We hebben onze ontwikkelvraag ingediend omdat we ons afvroegen of de manier waarop we extra ondersteuning inzetten zorgt voor de beste opbrengsten”, steekt adjunct-directeur Annelies de Kock van wal. “Na het eerste gesprek met expert Nienke Woldman zijn we een pilot gaan draaien met rekenonderwijs. Op woensdagen, de dag dat we een dubbele bezetting hebben door de werkdrukgelden, gingen duo’s samen aan de slag in de combinatiegroepen 5/6 en 7/8: de ene leraar gaf de basisinstructie, de ander zorgde voor de extra instructie, verkorte instructie of extra uitdaging. Dat beviel heel goed. Leraren hadden het gevoel dat ze alle kinderen beter in beeld hadden en de juiste aandacht konden geven. Ook hebben ze minder werkdruk ervaren en waren de opbrengsten inderdaad hoger. De leerlingen zelf vonden de werkwijze ook fijn.”

Door de sluiting van de scholen vanwege corona is de pilot voortijdig afgebroken en kon het effect op de resultaten van kinderen niet gemeten worden. Annelies de Kock: “Deze aanpak is bij online lesgeven heel moeilijk te organiseren, dus daar hebben we vanaf gezien.”

Uitbreiding van de pilot

De eerste positieve ervaringen smaken naar meer en hebben Annelies de Kock en haar collega aan denken gezet. Directeur Diana Blaeke: “We konden de pilot alleen op woensdag draaien, omdat we op die dag dubbele bezetting hebben in elke combinatiegroep. Toen zijn we ons gaan afvragen: hoe kunnen we ook op andere dagen en zonder dubbele bezetting op deze manier werken? Deze vraag hebben we in een tweede gesprek met Nienke besproken. Zij dacht mee en droeg een aantal ideeën voor. Eén daarvan gaan we nu uitproberen in een uitbreiding van de pilot.”

Deze uitbreiding houdt in dat Moerschans het rekenonderwijs voor de combinatiegroepen 5/6 en 7/8 gaat samenvoegen, met als doel dat leerlingen meer eigenaarschap gaan nemen over hun eigen leerproces. Annelies de Kock: “Het idee is dat de leerlingen van groep 5 en 7 eerst een kwartier zelfstandig aan het werk gaan. Ze kunnen elkaar om hulp vragen en samenwerken. Tegelijkertijd geeft de leraar van de ene combinatiegroep instructie aan groep 6, en de andere leraar aan groep 8. Hierna wisselen ze om: de leerlingen van groep 6 en 8 gaan zelfstandig werken en de leerlingen van groep 5 en 7 krijgen elk instructie. Hierna  werken de leerlingen in de centrale hal, die fungeert als een soort leerplein met flexibele werkplekken. Kinderen van groep 5 tot en met 8 die dan nog verlengde instructie nodig hebben, krijgen dit van een van de twee leraren. De andere leraar kijkt mee bij de rest in de hal.”

Samen proberen

De Kock en Blaeke benadrukken dat ze samen met het team willen ontdekken of de aanpak goed werkt. Diana Blaeke: “We starten als pilot en specifiek met het rekenonderwijs. Zo kunnen leraren ervaren wat deze manier van werken kan betekenen. We hopen dat ze, net als bij de eerste keer , minder werkdruk ervaren en het gevoel hebben dat ze de kinderen goed kunnen volgen. Daarnaast streven we ernaar dat de andere manier van organiseren eraan bijdraagt dat leerlingen elkaar meer om hulp gaan vragen en meer samenwerken.”

De plannen zijn vers en worden nog besproken met het team. Hoe gaan zij reageren? Annelies de Kock: “Toen we startten met de ontwikkelvraag, reageerde het team eerst wat afwachtend. Dat zou bij dit vervolg ook zo kunnen zijn. Maar omdat we onze ideeën goed kunnen onderbouwen en de focus ligt op ‘samen proberen’, hebben we er alle vertrouwen in. Voor medewerkers staat voorop dat alles wat we doen moet bijdragen aan het geluk van leerlingen. Omdat dat bij deze vervolgpilot het geval is, gaan er vast mooie dingen gebeuren.”

De leerkuil in

De Kock en Blaeke kijken met plezier terug op de ontwikkelvraag. Diana Blaeke: “De gesprekken met onderzoeker Nienke Woldman van de Universiteit Wageningen waren heel waardevol. Ze denkt mee, adviseert, deelt kennis en draagt praktische ideeën aan. Daarnaast is het leerzaam om met een team in een korte tijd iets nieuws te proberen; dat daagt ons uit en houdt scherp. We gebruiken hierbij de metafoor van de ‘leerkuil’, die laat zien hoe het leerproces verloopt. Met de vervolgpilot duiken we opnieuw de leerkuil in. Als deze een succes wordt, dan kunnen we wellicht een volgende stap zetten richting unit onderwijs. Dat is nu een brug te ver, maar dat we starten met een paar grondbeginselen vind ik heel waardevol.”