Samenwerking goud waard in project App Noot Muis

Article type
Interview
Publicatiedatum

‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’, luidt een Keniaans gezegde. Stichting Jong Leren dompelde zich samen met zeven andere besturen onder in de geïntegreerde wereld van taal en digitale geletterdheid. Het resultaat: een Wikiwijs-omgeving voor taal en digitale geletterdheid met lesideeën voor groep 1 t/m 8. Bij het project waren niet alleen acht besturen betrokken, ook bibliotheken, educatieve uitgeverijen, SLO, Kennisnet en wetenschappers deden mee. “Hierdoor hadden we toegang tot expertise op allerlei gebieden”, zegt projectleider Lisette Neijzen.   

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

Stichting Jong Leren integreert digitale geletterdheid in het taalonderwijs

Neijzen is beleidsmedewerker onderwijs en innovatie bij Stichting Jong Leren. Nico Woudwijk, directeur op twee scholen van de Elan Onderwijsgroep en Marco Geenen, beleidsmedewerker ICT bij SKO West-Friesland sluiten aan bij het gesprek. Tijdens een bijeenkomst van BICNH (Bovenschoolse ICT Coördinatoren Noord Holland) werden Neijzen en Geenen geïnspireerd door een verhaal van Remco Pijpers van Kennisnet. Het ging over een Zweedse school waar leerlingen hun eigen e-book maken tijdens de taalles. Neijzen: “Met acht besturen zijn we gaan onderzoeken hoe we digitale geletterdheid kunnen integreren in het taalonderwijs op onze scholen. Zo ontstond het project App Noot Muis.” 

Unaniem voor integratie 

Het projectteam nam de tijd om de vraag goed te definiëren. Woudwijk: “Dat is meteen een tip voor andere besturen en scholen die samen willen innoveren: bepaal voor je van start gaat samen wat je precies wil bereiken. Wat is je visie, waaróm wil je het? Als je zo'n voorbereidende fase overslaat of je gaat te snel, kom je jezelf op een gegeven moment toch tegen.” De betrokken scholen van de verschillende besturen waren unaniem voor integratie van digitale geletterdheid in taal. Geenen: “Het is niet de bedoeling dat er nóg iets bij komt in het toch al volle lesprogramma. Maar er is nog een andere goede reden voor integratie: als je digitale geletterdheid verbindt met taal, komen beide gebieden in een betekenisvollere context te staan. Ze versterken elkaar.”  

Niet over één nacht ijs 

Het team bereidde zich grondig voor en maakte daarbij volop gebruik van kennis van externe kennisbronnen. Zo hield specialist online kinderinformatie en zoekgedrag Maarten Sprenger een masterclass informatievaardigheden voor de projectgroep. Voorafgaand aan én tijdens het project had het projectteam contact met onderzoekers Dr. Anneke Smits en Prof. dr. Eliane Segers. Zij onderzochten de link tussen traditionele geletterdheid en digitale geletterdheid. Neijzen: “Uit hun onderzoek blijkt dat als je ‘gewoon’ geletterd bent, je gemakkelijker digitaal geletterd wordt. Taal is een voorwaarde voor digitale geletterdheid. Dat maakt het een logische keuze om taal en digitale geletterdheid te combineren.” Bij de start van het project gaf Professor Segers een masterclass op basis van haar oratie ’Lezen en digitale media: een perspectief op onderwijs’ aan deelnemende leerkrachten, projectleiders en vertegenwoordigers van uitgevers.  

Adviezen van onderzoekers

In het handboek digitale geletterdheid van Kennisnet geven Dr. Anneke Smits en Prof. dr. Eliane Segers adviezen over het integreren van taalonderwijs en digitale geletterdheid: 

  1. Digitale geletterdheid start bij traditionele geletterdheid 

  2. Laat leerlingen zoveel mogelijk in aanraking komen met rijke taal 

  3. Vraag regelmatig: wat voor tekst lezen we? 

  4. Online lezen en offline lezen zijn niet hetzelfde: oefen het allebei 

  5. Goed online lezen blijft ingewikkeld, hoe goed je hypermedia ook doorgrondt 

  6. Combineer leren van multimedia altijd met verbale interactie 

Wikiwijs-pagina 

De leraren van de deelnemende scholen gingen op zoek naar mogelijkheden om digitale geletterdheid te verbinden aan hun bestaande taalonderwijs. Dit resulteerde in concrete lesideeën. Deze ideeën zijn samengebracht op een digitaal platform in de vorm van een Wikiwijs-pagina. Hier vinden leraren lessen digitale geletterdheid die ze in plaats van de ‘gewone’ taalles kunnen geven. De lessen zijn gekoppeld aan de taalmethodes Veilig leren lezen, Staal, Taal actief, Taal op maat, Taal in beeld en Taalverhaal.nu. Er zijn ook lessen voor scholen die geen methode gebruiken. Externe partijen zoals uitgeverijen en bibliotheken maakten lessen, maar de leraren van de deelnemende scholen leveren ook zélf een grote bijdrage aan de inhoud van de pagina. Neijzen: “De projectleiders zijn samen met de leraren gaan bekijken wat mogelijk was. Als je de taalmethode bekijkt en samen zoekt naar mogelijkheden om digitale geletterdheid te integreren kom je snel tot mooie ideeën. Dit inspireert!”  

Scholen met dezelfde methode zochten elkaar op, waardoor ze ook elkaar inspireerden én het werk konden verdelen. Al snel vulde de pagina zich met vele lessen waarin taal en digitale geletterdheid geïntegreerd worden aangeboden en ontstond er een rijk aanbod voor elke groep en bij elke methode.   

Voorbeeldles: plak je huis vol met leenwoorden (groep 7, Staal Spelling)

In deze les staan leenwoorden centraal. Het taaldoel is ‘Ik kan de leenwoorden correct schrijven’. Eerst nemen leerlingen leenwoorden – zoals placemat, champignons, snack, laptop en scanner – over  op post-its. Vervolgens hangen ze de post-its op plekken in het huis waar deze voorwerpen kunnen voorkomen. Dan maken ze foto’s van deze plekken, verwerken ze de foto’s in een presentatie en delen ze deze via Google Classroom. Zo wordt de les gekoppeld aan maar liefst drie doelen van digitale geletterdheid: ‘Ik kan foto’s maken met een telefoon of tablet’, ‘Ik kan de foto’s invoegen in een presentatie’ en ‘Ik kan de presentatie uploaden’.  

Al doende leert men 

De projectgroep besteedde veel aandacht aan de begeleiding van de leraren. Woudwijk merkt dat leraren ontzettend graag willen, maar dat ze zich niet altijd zeker genoeg voelen. “Voor sommige leraren is digitale geletterdheid best een 'ver-van-mijn-bed-show'. De laagdrempeligheid van de Wikiwijs-pagina zorgt ervoor dat ze op hun eigen tempo ervaring kunnen opdoen. Dan worden ze vanzelf enthousiast en daardoor zekerder. Ik vind het fantastisch dat leraren die bijna met pensioen gaan nu ook enthousiast meedoen.” 

Neijzen: “We kunnen niet van onze collega’s verwachten dat ze alles al weten en kunnen. Mede dankzij dit project leren ze het al doende. Zo had een leraar op een van onze scholen een les gemaakt over voorzetsels. Na de uitleg kregen leerlingen de opdracht om buiten foto's maken van kinderen op een bank, achter een bank, voor een bank, etc. Die foto’s verwerkten ze in een presentatie, die ze via Google Classroom met de leerkracht deelden. Een prachtige les, waarin ze al een aantal gebieden van digitale geletterdheid had geïntegreerd. Als ze de volgende keer ook nog met leerlingen praat over vragen als: ‘Mag ik zomaar een foto van iemand maken en delen op internet?’, heeft ze óók mediawijsheid geïntegreerd.”  

Saamhorigheid, eigenaarschap en energie 

Er waren vele partijen betrokken bij deze innovatievraag. Neijzen ziet daar vooral de voordelen van in: “Doordat er scholen meedoen van maar liefst acht besturen, kunnen we onze ervaringen met elkaar delen en van elkaar leren. En dankzij de goede samenwerking met expertorganisaties als SLO, Kennisnet, bibliotheken, universiteiten en uitgeverijen hebben we toegang tot veel expertise en materiaal.” 

Om het omvangrijke project in goede banen te leiden, heeft Neijzen veel tijd en aandacht besteed aan de projectcoördinatie en -communicatie. “Ik heb echt mijn best gedaan om iedereen op tijd van alle informatie te voorzien, om iedereen overal bij te betrekken en gebruik te maken van de enorme hoeveelheid kennis binnen en buiten ons team. Dit gaf saamhorigheid, eigenaarschap en vooral veel energie. Het helpt dat het allemaal mensen zijn met een enorm hart voor onderwijsinnovatie. Ik hoefde aan niemand te trekken.”   

Hart voor onderwijsinnovatie 

Het enthousiasme onder de deelnemende scholen is groot, stellen de projectleiders tevreden vast.  Zo’n 1700 mensen bezochten inmiddels de Wikiwijs-pagina en dat aantal groeit gestaag. Geenen: “Leraren delen hun ervaringen of sturen de link door. Bovendien is er veel aandacht voor ons project in publicaties van bijvoorbeeld Kennisnet. In november 2020 hebben we het project officieel afgerond, maar dat betekent niet dat het hier stopt. Scholen gaan ermee door, worden zelfs steeds enthousiaster.” 

Neijzen voegt toe tot besluit: “In 2021 blijven we de pagina onderhouden en voegen we nieuwe lessen toe. Het projectteam blijft bestaan zodat we samen de volgende stappen kunnen zetten. Zo is het interessant om na te denken over hoe de andere componenten van digitale geletterdheid meer geïntegreerd kunnen worden en wat daarvoor nodig is.”  

Bekijk hier de Wikiwijs-pagina van App Noot Muis 

De meerwaarde van een digitaal woordenboek

Als onderdeel van deze innovatievraag diende het projectteam in het voorjaar van 2020 een vraag in bij de Kennisrotonde. De vraag ging over een concrete toepassing waar enkele scholen al mee experimenteren: leerlingen zelf een digitaal woordenboek laten samenstellen. De vraag was of deze activiteit de digitale geletterdheid van leerlingen versterkt én of het bijdraagt aan het actiever en dieper leren van de woorden. Uit de literatuurstudie blijkt dat als je het geschreven woordenboek één-op-één omzet naar een digitaal woordenboek, er geen leerwinst is ten opzichte van een geschreven versie. Wanneer je leerlingen echter van het woordenboek een eigen encyclopedietje laat maken met tekst, beeld en eventueel een vertaling van de woorden, krijgt het wél een toegevoegde waarde boven het geschreven woordenboek. Geenen: “Op de Bangert in Andijk, een van de scholen die meedoet aan App Noot Muis, is het woordenschatonderwijs een speerpunt.

Naar aanleiding van de studie maken leerlingen op die school nu hun eigen digitale ‘uitlegwoordenboek’. Leerlingen beschrijven niet alleen de betekenis van woorden, maar zoeken er ook plaatjes bij, maken een filmpje of voegen een gesproken tekst toe. Omdat we onderzoek hebben laten doen, wéten we nu dat dit daadwerkelijk iets toevoegt. Ook dit is een mooi resultaat van App Noot Muis.”  

Bekijk het volledige antwoord van de Kennisrotonde