Verordening huisvesting: kun je voetballen op het dak?

Article type
Interview
Publicatiedatum

Dagelijks krijgen bijna 50.000 kinderen les in Utrechtse schoolgebouwen. Voor kinderen en leraren moet het een fijne en veilige plek zijn. Het is een wettelijke plicht om als gemeente een verordening over schoolhuisvesting te maken. Hoe zorg je ervoor dat je verder kan gaan dan wat moet? Onno James en Rob van der Westen vertellen hoe de gemeente Utrecht dat deed. 

Flexibele regels 

Onno James
Onno James

Zo’n 50.000 kinderen, 165 scholen met in totaal 217 locaties. Daarover hebben we het in Utrecht, de vierde stad van Nederland. Als adviseur onderwijshuisvesting bij de gemeente is Onno James er dagelijks mee bezig. “Het huisvesten van scholen is onze wettelijke taak en daar hoort een verordening bij. De bestaande versie voldeed niet meer. Voor veel huisvestingsprojecten moesten we uitzonderingen op de regels maken om ze te kunnen realiseren. En termen als verduurzaming of kindcentrum stonden er niet in. We wilden een nieuwe verordening maken die beter aansloot bij nieuwe ontwikkelingen. Sterker nog: eentje die toekomstbestendig is.”  
 

Rob van der Westen

De gemeente realiseerde zich dat een verordening per definitie een momentopname is, zegt James. “Je moet dus ook niet voor alles een regel willen bedenken. Belangrijker is dat de regels die je afspreekt flexibel zijn. Zodat je er ook over vijf jaar nog mee kunt werken.” Rob van der Westen is beleidsadviseur huisvesting bij SPO Utrecht, een schoolbestuur met 38 scholen en 50 locaties. Hij is positief over het proces dat tot de verordening heeft geleid, ook omdat naast besturen en gemeente  ouders en leerlingen hebben meegedacht. ”We wilden dat de tekst voor een leek te volgen is. En dat de regels kunnen meebewegen met de tijd. We kozen voor een levend document. De verordening staat online en iedereen kan op basis van ervaringen wijzigingsvoorstellen doen voor een volgende versie.” 

Draagvlak opbouwen 

De stuurgroep waar beiden in zaten, heeft ruim de tijd genomen voor het proces en het betrekken van alle partijen daarbij. James: “We begonnen met het benaderen van alle 25 schoolbesturen in de stad. Wat waren hun wensen? Het idee: we beginnen met de inhoud en maken regels die daarbij passen. Dat leidde tot een lijst met zo’n zeventig concrete voorstellen. Die zijn we gaan clusteren, ook weer met alle betrokkenen samen. In de twee jaar dat we aan de verordening werkten, zijn er zo’n 25 werkgroepsbijeenkomsten gehouden. Veel tijd, maar het verdient zich absoluut terug. Zo maak je de verordening echt samen en bouw je al doende aan draagvlak.”

Plattegrond

De aanname was dat de schoolbesturen het onderwijs vertegenwoordigen en de gemeente de samenleving, vervolgt James. Maar dat was voor de stuurgroep niet voldoende. “Onderwijshuisvesting gaat over meer dan een gebouw, je hebt het over een plek in een buurt of wijk. Onze wethouder Anke Klein heeft naast onderwijs ook participatie in portefeuille, dus voor haar was een goede afstemming heel belangrijk. Maar wie het over participatie heeft, moet ook de mensen zelf erbij betrekken. Vandaar dat we leraren, schoolleiders, ouders en leerlingen hebben laten meepraten.” 

Voetballen op het dak 

Leerlingen kwamen eerst met wilde fantasieën, bijvoorbeeld een voetbalveldje op het dak. James: ”Maar als je verder doorpraat, komen ook de meer serieuze dingen op tafel. Zoals een prettige plek om te ontspannen.” Alle ideeën bij elkaar hebben ertoe geleid dat de verordening ook ruimte biedt voor initiatieven als het Groene Fort van basisschool De Wissel, een prachtige natuurspeelplaats. James vertelt er enthousiast over in een filmpje over de verordening, waarin ook de wethouder optreedt. 

Van der Westen was vooraf nog wat sceptisch over het betrekken van ouders en leerlingen in het proces, maar het heeft verrassende reacties opgeleverd. ”Alles was bespreekbaar, je kunt het zo gek niet bedenken, zoals dat voetballen op het dak. Nu denk ik: dit is juist een mooie aanpak, want je krijgt naar voren wat mensen belangrijk vinden. Dat verzin je niet allemaal aan de bestuurstafel of in het gemeentehuis.” Uiteraard is het de gemeenteraad die besluit, vervolgt Van der Westen, maar op deze manier heeft die uiteindelijk ingestemd met een document dat heel breed wordt gedragen.  

Koepelbegrip duurzaamheid 

Een belangrijk thema in de verordening is duurzaamheid, een belangrijk uitgangspunt voor SPO Utrecht. Van der Westen herinnert zich nog dat ruim tien jaar geleden het binnenmilieu van schoolgebouwen een item werd. In de jaren daarna is er in Utrecht op dat terrein veel gerealiseerd. Maar uiteindelijk, stelt hij, gaat het om het maken van integrale huisvestingsplannen met duurzaamheid als koepelbegrip. “Vanaf 2022 zijn gemeenten verplicht zo’n integraal plan te maken, dat minstens vijftien jaar omvat. Ik denk dat we met onze verordening al een mooie basis hebben gelegd, juist vanwege het accent op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.”  

 Van der Westen legt mensen altijd uit dat we deze wereld hebben geleend, en we geven die weer verder aan een volgende generatie. Duurzaamheid betekent een verantwoorde omgang met onze planeet en dat kun je ook tot uitdrukking brengen in je huisvesting, vindt hij. ”In Utrecht geldt als norm dat 21 procent van het maatschappelijk vastgoed zonnepanelen op het dak heeft. Als SPO Utrecht scoren we inmiddels al een mooie 75 procent. Scholen zijn de etalages én de vensters naar de wijk. Zo laten we zien dat wij een rol spelen in een duurzaam gebruik van de omgeving.”  

Praktisch samenwerken 

Nu de verordening er ligt, moet die zich volgens James en Van der Westen gaan bewijzen als ‘levend document’. James: “De grootse uitdaging is: hoe maken we waar wat er in de verordening staat? De totstandkoming was een succesvolle afstemming op inhoud, de volgende stap is dat we als gemeente en schoolbesturen tot sterkere en praktische samenwerking komen. Dat moet je doelgericht organiseren. Vanuit de gemeente willen we niet meer per school aan de slag, maar op wijkniveau. Wat heeft een bepaalde buurt of wijk nodig en hoe kunnen scholen en gemeente samenwerken om dat onderwijsaanbod en de bijhorende huisvesting te realiseren?” 
 
Van der Westen is daar vanuit SPO Utrecht ook al mee bezig. ”We werken inmiddels met zogeheten wijkanalyses. Je kijkt wat nodig is en wat dat betekent voor je keuzes rond huisvesting. Wil je bij wijze van spreken ongebreideld groeien of maximeer je? Wat impliceert dit voor de positie van je school in de wijk, bijvoorbeeld bij de oprichting van integrale kindcentra? En wat doe je met je schoolpleinen? Ons idee: die zijn er niet alleen voor onze leerlingen, maar hebben een belangrijke functie in de wijk. Voor een schoolbestuur betekent dit: blijf niet in je eigen domein zitten, maar schakel veel breder. Zodat je kunt aansluiten bij wat nodig is voor een leefbare omgeving voor iedereen.”  
 

Waarom een verordening schoolhuisvesting?

Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Zij dragen de kosten van nieuwbouw en uitbreiding en ontvangen daarvoor geld via het gemeentefonds. Door middel van een verordening huisvesting onderwijs wordt dit geld verdeeld. Elke gemeente moet zo’n verordening vaststellen, met bijbehorende normbedragen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft er een model voor ontwikkeld. De gemeente Utrecht laat zien wat de meerwaarde is van het niet zomaar volgen van dat model, maar lokaal met alle belanghebbenden te bekijken wat wenselijk en nodig is, om daarop gebaseerd zelf een verordening te maken.

De Utrechtse verordening

Als voorbereiding op de nieuwe Utrechtse verordening – die na vaststelling op 28 januari 2021 in werking trad op 15 februari 2021 – heeft de stuurgroep in een adviesdocument uitgewerkt wat nodig is voor moderne en toekomstbestendige schoolgebouwen. Ook beschrijft het document voorstellen om de samenwerking tussen schoolbesturen en gemeente te verbeteren. Geïnteresseerd in alle details? Lees dan de letterlijke tekst van de Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht.