‘We discussiëren steeds vaker over de vraag: worden de kinderen hier echt beter van?’

Article type
Interview
Publication date
PlatOO: Annemie Martens, Lieke Akkermans en Audrey Seezink

PlatOO, een stichting voor Openbaar Onderwijs in Helmond, is onderdeel van de leerkring Next Level. Annemie Martens (voorzitter van het CvB), Lieke Akkermans (directeur van OBS Kleine Kapitein) en Audrey Seezink (beleidsmedewerker onderwijskwaliteit) vormen binnen PlatOO het kernteam onderwijskwaliteit. “Next Level inspireert ons om onderzoekend en nieuwsgierig te blijven.”

Martens: “We zijn binnen PlatOO al langer met onderwijskwaliteit bezig. Uit de feedback in het inspectierapport van 2018 bleek dat onze kwaliteitscultuur goed is. Zo hebben we in overleg met alle scholen een beleidsplan en koers uitgezet met thema’s en speerpunten. We vinden het belangrijk  om de scholen nauw te betrekken bij kwaliteitsontwikkeling van ons onderwijs.  De kwaliteitsstructuur kan echter nog een verbeterslag gebruiken.”

Akkermans: “Met structuur bedoelen we een cyclus voor het inrichten van onderwijskwaliteit, de reflectie daarop en het borgen ervan. Hoe doe je dat, hoe willen we het? Daar zijn we nu mee bezig.”

Seezink: “Next Level helpt in onze zoektocht naar het verbeteren van die structuur. We willen binnen ons bestuur meer met elkaar in gesprek, meer holistisch kijken naar onderwijskwaliteit, af van het systeemdenken en dichter bij onze ‘bedoeling’ komen. Dat wil zeggen dat we minder focussen op de ‘verplichtingen’, bijvoorbeeld verplichte registratie, maar veel meer op wat bijdraagt aan onze bedoeling.”

Akkermans: “Dat klinkt misschien wat vaag, maar wat we bijvoorbeeld bedoelen is dat we als directeuren onderling steeds meer discussiëren over de vraag: doet deze ontwikkeling  ertoe? Worden de kinderen er beter van?”

Seezink: “Wat dragen de activiteiten en het systeem bij aan de bedoeling, en passen ze bij de vragen die we onszelf stellen? Op dit moment krijgen we soms antwoorden op vragen die we niet hebben. Dat willen we anders inrichten. Het netwerk inspireert ons om onderzoekend en nieuwsgierig te blijven, om scherper te krijgen wat we willen en om te bedenken wat de stip op de horizon is. We willen dat onderwijskwaliteit in de hele organisatie merkbaar, zichtbaar en voelbaar is. Je moet onze kwaliteitsvisie kunnen herkennen in alle gesprekken die je voert. Of dat nu met ouders, kinderen of leraren is.”

Akkermans: “Inderdaad. Hoor je de visie terug op de scholen? Dat is waar het om gaat.”

Je moet onze kwaliteitsvisie kunnen herkennen in alle gesprekken die je voert. Of dat nu met ouders, kinderen of leraren is.

Martens: “De leerkring bevestigt ons in de koers die we zijn ingeslagen. Zoals in het compact opschrijven van onze bedoeling en visie in plaats van complete documenten op te tuigen. Het netwerk helpt ons ook in het met elkaar benoemen van wat we onder onderwijskwaliteit verstaan. Het gesprek daarover is opnieuw gaande. Is die definitie voor alle scholen gelijk of mogen scholen dat zelf bepalen? Hoeveel ruimte geven we elkaar?”

Akkermans: “Dat gaan we nu met elkaar uitzoeken door met alle schoolleiders in gesprek te gaan. We weten nog niet wat het antwoord is, maar we hopen dat de kaders die we uit Next Level halen zullen helpen.”

Seezink: “Ik denk dat we het vanzelf scherper krijgen door in gesprek te gaan. Bovendien zorgen die gesprekken voor draagvlak en meer betrokkenheid van de schoolleiders. We zijn een lerende organisatie. We willen verschuiven van: ‘Doe ik het wel goed?’ naar: ‘Ik ben trots op wat ik doe.’ En dat ook uitdragen naar elkaar. Samen praten over de dingen die goed gaan, van elkaar leren en inspiratie opdoen.”

Martens: “Natuurlijk hebben we allemaal onze eigen rol en verantwoordelijkheden. Als bestuurder ben je nu eenmaal een besluitvormend orgaan en de schoolleiders zijn in dienst van de stichting, maar in het gesprek over onderwijskwaliteit zijn we gelijkwaardig.”

Akkermans: “Daar hoort ook bij dat je met elkaar durft te kijken naar dingen die beter kunnen, dat je bij een tegenvaller wil onderzoeken waaraan het ligt en hoe het de volgende keer beter kan. Je moet als directeur het goede voorbeeld geven. Daarom komen we als schoolleiders toch zeker twee keer per maand bij elkaar, in wisselende samenstellingen. Als directeur leef ik soms met de waan van de dag, maar door die gesprekken merk ik echt dat we allemaal steeds meer bezig zijn met de bedoeling.”

Seezink: “Bij een aantal van die bijeenkomsten sluit ik aan. Mijn rol is dan vooral het stimuleren van reflectie. Ik vraag dan: is het echt zo, waaraan kun je het staven, heb je het onderzocht? We hebben een mooi divers team van schoolleiders, met allemaal verschillende achtergronden, visies, manieren van denken en kijken. Het is fijn om te zien dat niet alleen de diversiteit groot is, maar ook de bereidheid om ontwikkelingen door te denken en elkaar te ondersteunen.”

Akkermans: “Die diversiteit, ook in meningen, maakt onze gesprekken juist interessant. Anders ben je snel uitgepraat. Dat vind ik ook zo fijn aan de bijeenkomsten van Next Level en het brainstormen met andere besturen. Ieder schoolbestuur is anders en heeft een eigen cultuur. Het is inspirerend om te horen hoe anderen het aanpakken en om na te denken over een mogelijke vertaling naar onze scholen.”

Seezink: “We hebben het ei van Columbus nog niet gevonden. We zijn nu vooral op zoek naar manieren om de rest van de organisatie bij het denken over onze kwaliteitsdefinitie te betrekken. Ik hoop dat we daarin de komende tijd steeds meer stappen zetten. Ik ben tevreden als we het kwaliteitsproces cyclisch kunnen inrichten, van analyse, naar verbeterplan, naar acties en evaluaties. En we willen samen werken aan een trotse houding van onze leraren én directeuren, die allemaal graag hun verhaal willen vertellen.”