Wie kan het onderwijs beter innoveren dan de leraar zelf?

Article type
Interview
Publicatiedatum

Begin 2020 ging stichting OPSPOOR aan de slag met hun innovatievraag. De vraag was of je met behulp van ICT het takenpakket van leraren kan verlichten, zodat zij meer ruimte krijgen voor het innoveren van hun vak. Door corona heeft OPSPOOR de innovatievraag opgesplitst in twee sporen. Aan de ene kant een traject om leraren ervan bewust te maken dat zij zelf verantwoordelijkheid mogen pakken voor het innoveren van hun vak. Aan de andere kant een inhoudelijk traject om het vak te vernieuwen met behulp van ICT. Bij beide sporen heeft OPSPOOR mooie resultaten bereikt. Fleur van Hoorn van het IT-Lab en initiatiefnemer van de innovatievraag straalt: “We hebben een enorm leerzaam traject doorlopen en ik ben blij met de onderlinge verbondenheid en alle nieuwe inzichten!”

Onderdeel van innovatievraag

Dit artikel is ook onderdeel van de innovatievraag:

OPSPOOR maakt ruimte voor innovatie door ICT efficiënt in te zetten

Bewuster van je eigen vak

OPSPOOR wil het lerarenvak blijven ontwikkelen om steeds het beste onderwijs te bieden. En wie weet er nou meer over het vak dan leraren zelf? Toch zijn leraren lang niet altijd degenen die de beroepsinhoud bepalen. Hun dagen zitten te vol om daarmee bezig te zijn. “En dat niet alleen,” geeft Van Hoorn aan, “naast tijdgebrek worden er vaak zonder overleg verplichtingen van buitenaf opgelegd. Denk aan de regering die in 2017 het leren van het Wilhelmus op school verplicht wilde stellen.” Het vak meer terugleggen bij de leraren en hen zelf de verantwoordelijkheid laten pakken als het gaat om het ontwikkelen van hun vak, gaat niet van de ene dag op de andere. Van Hoorn legt uit: “Het is een bewustwordingsproces. We wilden leraren de ruimte geven om over hun eigen onderwijs na te denken, los van verplichtingen van hogerhand. Bij OPSPOOR zijn we hiermee klein gestart, met een ontwerpteam hybride onderwijs, dat bestaat uit zes leraren, één IB’er en mijzelf. We zijn gaan onderzoeken wat leraren nodig hebben om hun leerlingen pedagogisch en didactisch het beste te geven. Hierdoor keken ze verder dan hun dagelijkse werk. Ik zag ze groeien en bewuster omgaan met hun vak. En dat is mooi, want dan maken ze zelf keuzes die invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs.”

Hulp van het lectoraat

OPSPOOR heeft veel gehad aan de hulp van het lectoraat De Pedagogische Opdracht van Hogeschool Inholland. De opdracht van dit lectoraat, onder leiding van lector Mascha Enthoven, is: het versterken van het individuele handelen en de verantwoordingskracht van leraren en andere onderwijsprofessionals op basis van structurele collectieve evaluatie en onderzoeksmatige verbetering. De lectorale rede van Enthoven ging over de verbetering van de kwaliteit van het basisonderwijs, van de professionaliteit van de leraar en van de kwaliteit van het beroep van leraar (Enthoven, 2020). Van Hoorn: “Het lectoraat heeft ons goed begeleid bij ons bewustwordingsproces. We hebben bijvoorbeeld met hulp van het lectoraat een ervaringsreconstructie gedaan met leraren waarbij ze individuele ervaringen collectief geduid hebben en we hebben gezamenlijk verkend hoe we het reflectief en onderzoeksmatig werken op basis van gekozen thema’s verder kunnen oppakken in school.”

Corona versnelde het bewustwordingsproces

Van Hoorn legt uit dat corona een versnellende rol heeft gespeeld bij het bewustwordingsproces: “Ik zag in de eerste lockdown veel leraren weer genieten van hun vak, simpelweg omdat zij het vak digitaal nog moesten uitvinden. Ze gingen nadenken over de basis. Hoe maak ik online een goede dagplanning? Hoe geef ik leerlingen feedback via het scherm? Ze gingen onderzoeken en uitproberen. Omdat ze opnieuw naar hun vak keken, maakten ze een grote stap in het bewustwordingsproces. Van Hoorn: “Je zag ook dat leraren hun nieuwe ervaringen deelden met collega’s. Dat ging door corona trouwens ook een stuk eenvoudiger. Ze hoefden niet meer van de ene school naar de andere te gaan. Ze klapten hun laptop open en hadden contact!”

De rol van bestuur en schoolleiding

Een cultuuromslag maak je niet alleen, het bestuur en de schoolleiding moeten achter zo’n ontwikkeling staan. Bij OPSPOOR is dat gelukkig het geval, vertelt van Hoorn. “De voorzitter van het college van bestuur heeft zelf nooit voor de klas gestaan en legt de verantwoordelijkheid bij de leraar zelf, door regelmatig te vragen wat die nodig heeft. Zo maakt hij al kleine stapjes in de cultuuromslag. Hij is blij dat OPSPOOR het afgelopen jaar door de innovatievraag grote stappen heeft gezet.” Ook de schooldirecteuren staan voor zover Van Hoorn inschat allemaal achter de ontwikkeling om het vak meer terug te leggen bij de leraar. Natuurlijk hebben ze randvoorwaardelijke vragen over tijd, geld en bemensing, maar daar laten ze zich niet door tegenhouden. De 37 scholen van OPSPOOR benaderen de cultuurverandering elk op hun eigen manier en natuurlijk zijn er verschillen. Van Hoorn: “Dat maakt het juist mooi. Ik hou ervan om mensen met elkaar te verbinden. Ook, of misschien wel juist, als ze een verschillende kijk hebben.”  

Inhoudelijk ontwikkeltraject

Het tweede spoor dat OPSPOOR volgde, ontstond toen leraren tijdens de eerste lockdown online les moesten geven. Daardoor kwamen er vijf vragen bovendrijven die allemaal gaan over de hoofdvraag hoe je met behulp van ICT het vak kan vernieuwen:

  1. Hoe organiseer je een schooldag op een andere manier dan met een leraar voor een groep?
  2. Hoe maak je digitaal leren inzichtelijk voor leerling, leraar en ouder?
  3. Hoe integreer je een digitale leer- en werkomgeving in de school om die goed in te zetten tijdens onderzoekend leren?
  4. Wat werkt online op didactisch en pedagogisch gebied en hoe? En wat doen we face-to-face?
  5. Wat heeft Microsoft 365 te bieden en hoe leren we dat van en met elkaar?

Proces

Het ontwerpteam hanteerde de onderzoeksmatige aanpak van het lectoraat bij deze vijf inhoudelijke vragen. Leraren gingen aan de slag met een vraag en deelden hun eigen ervaringen in groter verband. Dit groter verband, het collectief, ging hier vervolgens op reflecteren, waarna ideeën getoetst werden aan de buitenwereld. Bijvoorbeeld aan wetenschappelijk onderzoek. De bevindingen vanuit de buitenwereld brachten ze weer terug naar het collectief en uiteindelijk naar de klas. Dit proces herhaalt zich en gaat als een pendule heen en weer tussen klas, collectief en buitenwereld:

OPSPOOR

Afbeelding verwijderd.
Enthoven, M. (2020). Bedachtzaamheid na actie. Leraar willen zijn vanuit een krachtig collectief (lectorale rede). Hogeschool Inholland.

Van Hoorn: “Deze aanpak was alleen mogelijk, omdat er tegelijkertijd een bewustwordingsproces plaatsvond bij OPSPOOR en leraren steeds meer uit hun isolement kwamen, erkenning en waardering kregen en ruimte om op een andere manier naar hun vak te kijken.”

Resultaat

Aan het eind van het schooljaar zal het ontwerpteam de resultaten en inzichten presenteren. Van Hoorn benoemt een paar resultaten: “We zijn bijvoorbeeld een digitaal portfolio aan het ontwikkelen, waarin leerlingen online aan ouders en leraren kunnen laten zien welk leerdoel ze hebben bereikt en hoe ze dat hebben gedaan. En we hebben binnen OPSPOOR veertien leraren opgeleid tot Microsoft innovator experts. Zij worden buddy voor andere leraren die vragen hebben over het werken met Microsoft. Geen technische vragen, maar vragen over het lesgeven met dit programma. En voor elke onderzoeksvraag zijn we bezig om in een magazine onze aanpak te beschrijven, met tips en valkuilen. Deze documenten gaan we niet in beton gieten, het worden levende documenten die verder aangevuld zullen worden met nieuwe ervaringen en resultaten. Want we blijven doorgaan met deze ontwikkeling!”

Verbondenheid

Samen aan een ontwikkeling werken is voor leraren lang niet altijd vanzelfsprekend. Van Hoorn: “Als leraar heb je toch grotendeels een solo-functie. Sparren, overleggen en hulp vragen is voor veel leraren niet vanzelfsprekend. Daarom vond ik het juist zo leuk om dat samenwerken te mogen aanwakkeren vanuit mijn rol als projectleider. Om mensen met elkaar te verbinden, over scholen en besturen heen en met deskundigen van buiten school, om samen het vak beter te maken. Want uiteindelijk hebben we landelijk allemaal dezelfde opdracht: goed onderwijs. Toen ik zelf voor de klas stond, ergerde ik me enorm aan opdrachten van buitenaf, zoals dat Wilhelmus. Als dat soort opdrachten nu komen, vraag ik leraren wat ze er zelf van vinden en of ze denken dat het anders kan. Ik zet ze zeg maar in de ‘rebelstand’ en zie ze daardoor groeien. Daar geniet ik van.”

Tips

Van Hoorn adviseert scholen om klein te beginnen als ze aan de slag gaan met het vernieuwen van het lerarenvak door de leraar zelf, met behulp van ICT. Begin bijvoorbeeld in één ontwerpteam of op één school. Van Hoorn: “Zoek ook verbinding buiten je school of stichting. Zelf heb ik veel gehad aan het sparren met de PO-Raad. Ik nodig scholen graag uit om bij mij aan de bel te trekken met vragen of om eens van gedachten te wisselen. Doe het samen, want samen kom je altijd verder.” Een andere tip van Van Hoorn is om de wetenschap te betrekken. “Dat zijn we in het onderwijs niet zo gewend. Maar toets je ervaring ook eens aan onderzoek. Dat kan heel verhelderend zijn. Dus gooi die deur van het klaslokaal open, verlaat je eigen domein en spar met collega’s en wetenschappers. Want ik zie dat leraren het heel prettig vinden als ze dat eenmaal doen.“

Bronnen

Enthoven, M. (2020). Bedachtzaamheid na Actie. Leraren willen zijn vanuit een krachtig collectief. Lectorale rede uitgesproken bij de aanvaarding van de functie van Lector De Pedagogische Opdracht, Hogeschool Inholland, 30 Januari 2020.