'Zij-instromers staan in de rij'

Article type
Artikel
Publication date
KPOA zijinstroom podium

Het Amersfoortse bestuur KPOA bood tien zij-instroomplekken, waar maar liefst 74 mensen op solliciteerden. Ook voor de volgende opleidingsronde staan kandidaten in de rij. Het geheim? De lat hoog en uitstekende begeleiding.

Op dit moment kan KPOA in Amersfoort (17 basisscholen) haar vacatures nog invullen, maar op termijn zou het wel eens kunnen gaan knellen. Daarom besloot het bestuur om te investeren in zij-instroom. "Zij-instromers zijn vaak ouders van kinderen, met de nodige opvoedings- en levenservaring. Dankzij hun opleiding en werkervaring in een andere sector brengen ze een ander gesprek op gang binnen de school", verklaart bestuursvoorzitter Winfried Roelofs deze keuze. "Zij-instromers hebben vaak ook een behoorlijk probleemoplossend vermogen. Ze kunnen sneller schakelen dan adolescenten die net op kamers wonen en beginnen met het aangaan van relaties."

De organisatie pakte het grondig aan en ontwierp een heel eigen traject. Waarbij de lat hoog werd gelegd. Bij het assessment van de lerarenopleiding glippen er volgens Roelofs nog wel eens kandidaten doorheen die niet de juiste persoonlijkheidskenmerken hebben. Dus liet KPOA het bureau GITP een eigen assessment ontwikkelen.

Dat richt zich naast intelligentie op persoonlijkheidskenmerken  als  reflectief  vermogen  en  ontwikkelcapaciteit.  Carmen van Liempt, beleidsmedewerker personeel: "Wij denken dat een goede match tussen persoon en baan en goede begeleiding tot succes kunnen leiden en uitval kunnen voorkomen." Een zij-instromer mag volgens de ministeriële regels direct voor de klas, maar bij KPOA werkt deze het eerste half jaar samen met een ervaren leerkracht. Van Liempt: "Wij vinden dat mensen die vanuit een andere sector in het onderwijs komen werken, het verdienen om goede begeleiding en ondersteuning te krijgen. En we merken dat mensen willen werken bij een werkgever die hen wil ondersteunen in hun vakmanschap. Daarbij mag de lat hoog gelegd worden, want we hebben een maatschappelijke opdracht voor onze leerlingen."

Social media 

In januari 2018 startten de voorbereidingen. Het bestuur werkt nauw samen met de Marnix Academie. De werving, vanaf oktober 2018, gebeurde zorgvuldig. KPOA zette de vacatures via de social media uit. Van Liempt: "Daarbij lieten we zien wie we zijn en wat ons aanbod is. En iedere brief die binnenkwam, werd beantwoord.’ Op een informatieavond kregen belangstellenden een helder beeld van KPOA en het zij-instroomtraject."

Van Liempt: "Het beroep van leraar lijkt misschien leuk, maar wat houdt het precies in? Welk traject ga je in en wat vraagt dat van je? Hoe ziet je contract er uit? We waren ook duidelijk over onze visie op onderwijs. Ons motto is: 'Wij geloven in jou'. Dat dragen we ook sterk uit bij de informatievoorziening. We zeggen: we verwachten van jou dat je een vakbekwame leerkracht wordt. Wij doen alles om dat te ondersteunen." Er kwamen 74 kandidaten af op die informatieavond en daar zaten volgens van Liempt ‘echte parels’ bij. KPOA selecteerde op basis van hun brieven 34 kandidaten. Die gingen speeddaten met KPOA-scholen waar een vacature was. Daar rolde een top tien uit. Deze toppers ondergingen zowel een geschiktheidsonderzoek bij de Marnix Academie als het eigen assessment van KPOA. In februari 2019 kwamen er zes geselecteerden in dienst die tevens begonnen aan hun opleiding.

In de oorspronkelijke groep van 74 bevonden zich enkelen die niet aan de voorwaarden voldeden, vanwege bijvoorbeeld het ontbreken van een hbo-diploma. KPOA verwees hen naar een alternatieve opleiding, zodat zij mogelijk ook voor het onderwijs behouden blijven.

Gaan voor kwaliteit

Roelofs: "Het grote animo heeft ons verrast. Het bevestigt ons in ons voornemen om te gaan voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Bij zo’n tekort is de verleiding groot om jan en alleman voor de klas te zetten, maar dat leidt op de lange termijn tot een kwaliteitsprobleem. Kijk maar wat er rond de eeuwwisseling gebeurde: toen zijn mensen met een mbo 3-diploma op de pabo toegelaten. Een aantal jaren later hadden we een kwaliteitsprobleem in het po. We moeten het niveau echt hoog zien te houden."

De zij-instromers werken wekelijks drie dagen op school en gaan een dagdeel naar de pabo. Zij draaien mee met, en worden begeleid door eigen schoolopleiders van KPOA. Van Liempt: "Wij zijn al jaren bezig met opleiden in de school. De meerwaarde daarvan zien we ook terug in dit traject." De overheid stelt €20.000 per kandidaat beschikbaar voor assessment en begeleiding. KPOA legt daar, met het eigen assessment en een half jaar dubbele groepsbezetting, ongeveer hetzelfde bedrag bij. Roelofs: "Gelet op de kwaliteit en de duurzaamheid vinden wij dat we dat eruit halen. Zeker ook aangezien we deels mensen met universitair niveau binnenhalen." Sommige zij-instromers die eerder binnenkwamen, coachen nu nieuwe zij-instromers. Anderen worden bijvoorbeeld schoolopleider. Van Liempt: "Wij willen het oude beeld dat zij-instromers mislukken in het onderwijs, graag ontkrachten." Roelofs: "Wij benadrukken in ons personeelsbeleid dat diversiteit een kracht is. Je mag op allerlei terreinen excelleren. Ook de leerlingen; wij geloven in de kracht van ieder kind." Van Liempt: ‘Onlangs vroeg een zij-instromer haar klas om feedback. Toen zei een kind: 'Misschien moet u nog wat duidelijker praten, juf.' Zo zie je dat alle lagen in de organisatie van elkaar leren."

'Nu ga ik doen wat m'n hart mij ingeeft'

Vivian Kok (42) studeerde personeel en arbeid en zat 20 jaar in het personeelswerk. "Het leek me altijd al leuk om juf te zijn", zegt ze, "maar er was destijds een enorm overschot aan leerkrachten." Ook Nardy Grevers (35), orthopedagoog, wilde al heel lang in het onderwijs werken. "Maar de pabo trok me niet zo. Ik vind het fijn om brede informatie ter beschikking te hebben en ook de diepte in te gaan. Ik wilde eerst leren hoe de ontwikkeling van kinderen verloopt." 

Kok kreeg de vacature via de KPOAschool van haar kinderen. Ze vindt dat ze goed is voorgelicht over het traject. Het is een intensief leven, met drie jonge kinderen, drie dagen werken op de basisschool, een avond les op de pabo en thuis studeren. "Maar alles wat ik lees, kan ik direct vertalen naar de situatie in de klas." Dat geldt ook voor Grevers, die naast het zij-instroomtraject ook nog lesgeeft op een mbo-opleiding. "Straks, na de opleiding, richt ik me helemaal op de basisschool. Het scheelt dat ik veel theorie al ken uit mijn studie. En we worden goed begeleid. Zeker vergeleken met veel studiegenoten van de Marnix Academie, die direct voor de klas zijn gezet en soms met de handen in het haar zitten. Wij kunnen nog meekijken, lesgeven onder begeleiding en direct feedback krijgen op wat we doen."

Kok: "Ik vind het heel prettig om terug te kunnen vallen op ervaren leerkrachten. Ik word begeleid door twee collega’s met heel verschillende karakters, die echter allebei kinderen op een positieve manier benaderen. Ik zie ze dingen doen die goed werken bij kinderen." Grevers: ‘In het begin schreef mijn begeleider na elke les die ik gaf tips en tops op. Dan kun je gelijk je volgende les anders aanpakken. Het grootste deel van de dag draai ik zelf de klas. Je bespreekt achteraf meteen waar je tegenaan loopt en daardoor groei je snel."  Ze vond het pittig om halverwege het jaar in een bestaande klas te komen. "Ook het klassenmanagement en het inschatten wat ze al aankunnen op deze leeftijd, dat moet je echt leren. Ik zie echter goed waar kinderen tegen aan lopen en kan daar goed op inspelen." 

Kok: "Ik krijg hier heel veel energie van. Ik zie mezelf wel tot m’n pensioen in het onderwijs blijven. Ik heb twintig jaar in het commerciële vak gezeten en heb er best wel even over gedaan om deze afslag te nemen. Het is nu tijd om iets bij te dragen aan de maatschappij en te doen wat m’n hart me ingeeft." Grevers: "Mijn groep 5 is extreem leergierig. Het is mooi om daar aan tegemoet te kunnen komen. Ja, ik zie mezelf lang in het basisonderwijs blijven. Ik vind dit werk echt heel erg leuk." 

Tips van KPOA

  1. Zorg eerst dat je de voorwaarden op orde hebt: een opleidingsstructuur, opgeleide schoolopleiders en geld om hen vrij te stellen.

  2. Zorg voor goede informatievoorziening, leg de lat hoog bij werving en selectie en maak een goed begeleidingsplan. Wees gedurende het hele proces duidelijk in wie waarvan de eigenaar is.

  3. Zoek samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld het regionaal transfercentrum, oplossingen voor het lerarentekort. Trek samen op, leer van elkaar. Spreek de verwachtingen uit: wat zijn de voorwaarden, wat ga je doen, wie doet wat?

Dit artikel verscheen eerder in de podium special van mei 2019