Anders organiseren: Speelleercentrum De Wijde Wereld doet het zo

Article type
Interview
Publication date
Speelleercentrum De Wijde Wereld

Eén team met één pedagogische visie in één gebouw. Bij speelleercentrum De Wijde Wereld in Uden zijn onderwijs en opvang volledig met elkaar verweven. Pedagogisch medewerkers en leraren werken binnen dezelfde organisatie intensief samen onder het motto: ‘tijd en ruimte voor ieder kind’. Door deze vernieuwende aanpak is het speelleercentrum, beter bekend als Integraal Kindcentrum (IKC), in ruim zeven jaar gegroeid van vierentwintig naar bijna vijfhonderd kinderen.

“Ouders kiezen bewust voor ons geïntegreerde aanbod. Het geeft rust dat hun kinderen twaalf jaar op dezelfde vertrouwde plek blijven, begeleid vanuit één visie. Wij geven leerlingen tijd en ruimte om spelenderwijs te leren en hun talenten te ontdekken”, vertelt Jos van Zutphen, directeur van De Wijde Wereld. “We zijn in Nederland zo gewend om alles voor kinderen te regelen en organiseren. Maar als je hen vrij laat spelen, ontwikkelen ze vaardigheden die hun hele leven belangrijk blijven, zoals je staande houden binnen een groep, onderhandelen, samenwerken, jezelf vermaken, initiatief nemen en problemen oplossen. Natuurlijk moet je als professional wel richting geven en in de buurt blijven, maar je hoeft er niet bovenop te zitten. Ik merk dat kinderen van onze aanpak tolerant en weerbaar worden. Dat is ook wat ontwikkelingspsycholoog en expert op het gebied van ‘vrij leren’ Peter Gray aantoont. Hij schreef een boek en hield een interessante TED Talk over het nut van vrij spelen.”

Afwisseling opvang en onderwijs

Jos van Zutphen - Speelleercentrum De Wijde Wereld
Jos van Zutphen, directeur van De Wijde Wereld

Toen Van Zutphen de kans kreeg om in 2012 een nieuw Integraal Kindcentrum (IKC) te openen, besloot hij opvang en onderwijs niet alleen samen te brengen, maar afwisselend aan te bieden over de dag. Schoolgaande kinderen krijgen een dagprogramma met blokken ‘onderwijstijd’ en ‘wereldtijd’ (BSO). Hiermee richt De Wijde Wereld zich op de totale ontwikkeling van leerlingen. “Elk onderwijsblok wordt afgewisseld met een uur wereldtijd, waarin ze vrij mogen spelen, sporten, naar buiten gaan en creatieve workshops van vakdocenten volgen. Denk aan muziek, dans, beeldende vorming, dramatische expressie en digitale media. Ze hoeven zich dus nooit langer dan twee uur achter elkaar op onderwijs te focussen. Dat is goed te overzien, ook voor kinderen met gedragsproblemen zoals ADHD. We hanteren duidelijke structuren waarbinnen de kinderen veel vrijheid krijgen en deels zelf mogen bepalen wat ze willen leren”, legt hij uit.

“Onze dagen zijn langer dan op een reguliere school: maandag, dinsdag en donderdag van half negen tot vijf en woensdag en vrijdag van half negen tot half één. Maar omdat we inspannende en ontspannende activiteiten afwisselen, vliegt de tijd. Op de lange schooldagen eten de kinderen ‘s middags ook een gezonde warme maaltijd samen, in de vorm van een lopend buffet. Door samen aan tafel te zitten, vergroten we het wij-gevoel. Bovendien vraagt dat weer andere sociale vaardigheden dan buiten op het schoolplein. En omdat ze in wisselende groepen eten, leren ze steeds andere kinderen kennen. Ik vind het heel mooi om te zien hoe zelfstandig zij dit inmiddels oppakken. Ze zoeken rustig een plekje en ruimen na afloop hun bord en bestek op.”

Doordat opvang en onderwijs samenwerken en ‘samenleven’ is het makkelijker om kinderen een doorgaande leerlijn te bieden, ervaart Van Zutphen. “Binnen een unit van drie groepen werken zo’n vier leraren samen met drie pedagogisch medewerkers. Zij vormen een team dat invulling geeft aan het dagprogramma. Onze pedagogisch medewerkers leren de kinderen in de vier jaar op het kinderdagverblijf al goed kennen. Zij zorgen in overleg met de leraren voor een geleidelijke overgang naar de basisschool, zodat het kind zich daar ongestoord verder kan ontwikkelen. Pedagogisch medewerkers en leraren voelen zich echt gezamenlijk verantwoordelijk voor de ontwikkeling van baby tot tiener. Ze leren veel van elkaars expertise en van hoe de ander naar het kind kijkt.”

Leerlingen verdeeld over units

Het werken en leren in units past goed bij de visie van De Wijde Wereld: ‘tijd en ruimte voor ieder kind’. Elke unit bestaat uit twee leerjaren. Hierdoor kunnen kinderen zich makkelijker in hun eigen tempo en op hun eigen niveau ontwikkelen. Van Zutphen: “Daarbij leren ze niet alleen veel van de leraren en pedagogisch medewerkers, maar ook van elkaar. Wij zien leren als een sociaal gebeuren. Door samen te werken, leer je verantwoordelijkheid te dragen, naar zelfstandigheid te groeien en rekening te houden met anderen.”

Zowel de visie als het unitonderwijs zelf zijn zichtbaar in het gebouw van De Wijde Wereld. “Ons pand, dat twee vijfde groter is dan een reguliere school, is verdeeld in een kinderdagverblijf en vier units met elk drie leslokalen en een wereldtijdruimte. De lokalen zijn aan elkaar gekoppeld door middel van schuifpuien, zodat leerlingen in rust naar instructies kunnen luisteren, maar ook in grote groepen kunnen samenwerken. De wereldtijdruimtes zijn zo geplaatst dat kinderen in de gewone lokalen geen last hebben van de speelgeluiden. Ook bij de situering van het deels overdekte schoolplein van 1800 m² en het omheinde voetbalveld hebben we hier rekening mee gehouden.”

Thematisch onderwijs

Alle units werken met thematisch onderwijs volgens de lesmethode voor wereldverkenning VierKeerWijzer. “Deze methode biedt vijftig thema’s voor de groepen één tot en met acht waaruit we kunnen kiezen. Wij werken nooit met afzonderlijke vakken, maar altijd integraal vanuit één thema waarin alle vakgebieden langskomen. Elk jaar behandelen we ongeveer zes thema’s. Onze leraren en pedagogisch medewerkers kijken samen hoe zij de thema’s het beste kunnen uitdiepen in de onderwijstijd en wereldtijd. We proberen het onderwijs steeds beter te laten aansluiten op onze visie en het organisatiemodel.”

Sinds drie jaar is het speelleercentrum daarom aan het experimenteren met het mengen van groepen en lesstof. “Kort uitgelegd: de groepen zeven en acht krijgen twee jaar dezelfde lesstof en instructies aangeboden. De leerlingen die het in groep zeven snel oppikken, kunnen in groep acht verdiepen en verbreden. En de leerlingen die extra instructie nodig hebben, krijgen in het tweede jaar nogmaals de kans om zich de stof goed eigen te maken. We merken dat leerlingen die herhaling heel fijn vinden, dus we onderzoeken nu of dit ook geschikt is voor groep vijf en zes. We proberen goed naar doorgaande leerlijnen en leerdoelen te kijken. Al vanaf het kinderdagverblijf zijn pedagogisch medewerkers en leraren hier gezamenlijk mee bezig.”

Voordelen geïntegreerde aanpak

De intensieve samenwerking tussen onderwijs en opvang is niet alleen goed voor de ontwikkeling van kinderen, maar ook prettig voor ouders, merkt Van Zutphen. “Zij leren de organisatie en medewerkers al vanaf het kinderdagverblijf goed kennen. Uit de enquête van ‘Scholen met Succes’ blijkt dat dit bijdraagt aan hun vertrouwen en een soepele communicatie. Op het gebied van oudertevredenheid, maar ook op het gebied van leerlingtevredenheid en personeelstevredenheid, scoorden wij in deze enquête hoger dan gemiddeld.”

“Onze leraren geven aan dat zij minder dan gemiddeld werkdruk ervaren, omdat ze minder lang achter elkaar lesgeven. In de blokken wereldtijd kunnen zij al voorbereiden, evalueren, bijschaven en overleggen. Dus rond vijf uur zijn ze echt klaar. Daarnaast voelen zij zich gesteund door pedagogisch medewerkers en vinden ze het prettig dat we snel beslissingen kunnen nemen, omdat we één organisatie zijn. Dat is anders wanneer er sprake is van meerdere organisaties. Dan spelen er meerdere belangen. “

De Wijde Wereld heeft geen last van een tekort aan geïnteresseerde leraren. Zodra er een vacature vrijkomt, komen er veel reacties binnen. Vooral van ervaren leraren die toe zijn aan een nieuwe uitdaging. “Zij vinden een afwijkende organisatie interessant en hebben veel lef en ambitie. Dat zie ik helaas minder bij leraren die net van de pabo komen. Zij hebben vooral aandacht voor  goede leeropbrengsten”, vertelt hij. “Ik geloof er juist in dat wij zulke mooie tussen- en eindopbrengsten behalen doordat we ons niet zozeer focussen op de resultaten, maar op het brede aanbod en de afwisseling. Onze leerlingen scoren goed op het gebied van taal, rekenen en lezen, maar belangrijk nog: zij ontwikkelen daarnaast een heleboel andere vaardigheden. Het zou me dan ook niet verbazen als zij zich in deze crisistijd makkelijker staande kunnen houden dan leerlingen van een reguliere school. Ze zijn al gewend om zelfstandig invulling te geven aan hun eigen tijd.”

Uitdagingen nieuw organisatiemodel

Voor kinderen, ouders en leraren ziet Van Zutphen dus enkel voordelen van een IKC. Maar het invoeren van een nieuw organisatiemodel brengt ook uitdagingen met zich mee. “De eerste vier jaar waren we enerzijds aan het pionieren; we wisten nog niet helemaal wat het zou worden. Aan de andere kant moesten we vertrouwen winnen en onze naam vestigen”, zegt hij.

“De landelijke wet- en regelgeving is niet ingesteld op IKC’s, dus daar liepen we tegenaan. Publiek en privaat staan nu los van elkaar. Het onderwijs en de kinderopvang vallen onder twee verschillende ministeries en hebben andere cao’s. Zo mag personeel dat voor de opvang werkt niet zomaar in het onderwijs worden ingezet en moet het gebouw aan tegenstrijdige eisen voldoen. Dat maakt een goede integrale aanpak lastig. Verder heb je te maken met regels rondom de kinderopvangtoeslag. Daardoor sluiten we automatisch een groep ouders en kinderen buiten en dat is jammer. Ik hoop dat alle kinderen in de nabije toekomst van hoogwaardige opvang kunnen genieten, ongeacht opleidingsniveau, werk of portemonnee van de ouders. Als dat in de wet wordt opgenomen, kunnen scholen ook makkelijker de omslag naar een IKC maken.”

Op weg naar een IKC: tips voor schoolleiders

Scholen die de eerste stappen naar een IKC willen zetten, nodigt van Zutphen van harte uit om een kijkje bij De Wijde Wereld te komen nemen. “Je moet het zien en meemaken om te voelen of het bij je past en of je er enthousiast van raakt.” Voor schoolleiders heeft hij alvast zeven handige tips:

  1. Zorg vooraf dat je helder voor ogen hebt waarom je de omslag wil maken en waarom dit voor kinderen het allerbeste is. Geloof er honderdvijftig procent in. Dat helpt je later door moeilijke fases heen.

  2. Je kunt niet langer op routine werken, dus het is ook belangrijk dat je het leuk vindt om out of the box te denken en te experimenteren. Denk niet in bezwaren of wetten, maar probeer jouw ideale situatie te creëren en neem daar de tijd voor.

  3. Het is essentieel dat je als schoolleider en bestuurder verstand hebt van zowel onderwijs als opvang. Je moet snappen hoe beide werelden in elkaar zitten, want een IKC vergt een eigen manier van denken en handelen. Om dit te ontwikkelen, kun je bijvoorbeeld een leergang IKC-directeur volgen.

  4. Zoek geschikte samenwerkingspartners in bijvoorbeeld de opvang, en medewerkers die jouw visie delen.

  5. Zorg voor een goede basis: een ruim schoolgebouw (minstens twintig procent groter dan een traditionele school) en een groot schoolplein. Wil je de omslag toch in een bestaand gebouw maken, begin dan met groep 1 en groei in 8 jaar toe naar een volledig IKC.

  6. Denk goed na over de inrichting van je gebouw en hoe de ruimtes ten opzichte van elkaar liggen.

  7. Durf ervoor te gaan. Je kunt niet alles tot in detail hebben uitgewerkt voor je begint. Als je samen het waarom van de ontwikkeling voelt, dan overwin je met overtuiging elke hindernis.

Wat is een speelleercentrum?

Een speelleercentrum is een andere benaming voor een Integraal Kindcentrum (IKC): een voorziening waarin onderwijs, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal en welzijnsactiviteiten voor kinderen zijn samengevoegd. Kinderen van 0-13 jaar komen hier om spelenderwijs te leren, hun talenten te ontwikkelen en elkaar te ontmoeten.
Het IKC is een nieuwe organisatievorm en daarom nog niet vastgelegd in de wet- en regelgeving. Bij De Wijde Wereld zijn opvang en onderwijs geïntegreerd in één organisatie, maar veel IKC’s bestaan uit een stichting waar verschillende organisaties onder vallen. Hierdoor ontstaan in de praktijk grote verschillen. Wel is er altijd sprake van een doorlopende leerlijn en een inclusieve kijk op opvang en onderwijs. Er wordt gewerkt vanuit één team met één pedagogische visie op één locatie.