Anders organiseren: vraag & antwoord met IKC Warande

Article type
Artikel
Publicatiedatum

Ruim tien jaar bestaat het inmiddels: Integraal Kindcentrum Warande in Lelystad. Hans Faust (integraal directeur), Chloë van Kesteren  ( specialist Leren en ontwikkeling) en Judith  Farjon (specialist Organisatie en beheer) beantwoorden vragen van deelnemers tijdens een online ‘IKC-dag’ eind 2020 over het thema 'anders organiseren'. 

Staat het gebouw ook al tien jaar, of zijn jullie begonnen voordat er een nieuw gebouw stond? 

“Het IKC is op dit moment drie jaar gevestigd in het huidige pand. Tien jaar geleden is het kindcentrum gestart op een noodlocatie aan de buitenrand van Lelystad met vier kinderen in het onderwijs en een aantal kinderen in de kinderopvang. We waren toen echt op elkaar aangewezen en per maand verdubbelde het aantal kinderen. Dat heeft zich zo voortgezet en nu telt het IKC alleen al in onderwijs 380 kinderen.

In de noodvoorziening hadden we te maken met afgesloten lokalen en ondervonden we in de samenwerking hinder van de aanwezigheid van muren. Er waren lange gangen, waar ook de toiletten zich bevonden en we zagen veel ‘vluchtgedrag’. Nu werken we met open units en zijn kinderen in beweging, bijvoorbeeld doordat ze een eigen werkplek zoeken.

Zowel bij de inhoudelijke ontwikkeling van de organisatie als bij de inrichting van het gebouw staat de visie van het IKC centraal: er wordt verbinding gezocht tussen kinderen en medewerkers. Kinderen bewegen zich vrij door het gebouw en sluiten aan bij een activiteit die past bij hun ontwikkeling. Ze zijn taakgericht bezig en storen zich er niet aan als een medewerker even wegloopt. Die ruimte wordt al snel opgevuld door een collega. Er is dus ook minder sprake van ‘mijn juf’ en ‘mijn kinderen’, medewerkers spreken vooral over ‘de kinderen in unit 1/2'. Ze hebben hier alle ruimte tot hun beschikking.”   

 Wat vraagt het organisatorisch, open ruimtes waar alle kinderen door elkaar mogen lopen. Kun je daar iets meer over uitleggen? Hoe werkt dat in de praktijk? 

“De ruimtes zijn groot, afgescheiden met korte muren. Hierbinnen zijn vier basisgroepen aan het werk. Elke basisgroep heeft een eigen hoek met een vaste kring en kinderen starten en eindigen de dag hier. Gedurende de dag maken ze gebruik van verschillende plekken in de open ruimtes. Elke open ruimte heeft ook een stilteruimte. De onderwijsvloer is ook bso-vloer en collega’s denken samen na over de inrichting ervan met toereikende materialen voor beide groepen.”  

Hoe krijgt de overgang van peuter- naar kleutergroep vorm?   

“Bij het IKC wordt vooral gekeken naar wat kinderen nodig hebben. Tot een half jaar geleden schoven kinderen uit de 3+-groep aan in de kleutergroepen. Medewerkers gingen dan bewust op zoek naar activiteiten waarmee de 3+’ers een uur lang konden meedraaien.
Op dit moment zitten de groepen 1/2 wat verder weg en wordt het delen van de ruimte veel meer ingevuld naar de inhoud. Wanneer er een passende activiteit gepland wordt in groep 1/2, worden de 3+’ers daarvoor uitgenodigd. Op dat moment zitten de verschillende leeftijden door elkaar. Er gaat dan ook altijd een pedagogisch medewerker mee. "
 

"3+’ers die eraan toe zijn, kunnen op een laagdrempelige manier op vaste momenten meedraaien in onze groep 1/2. Er vindt een ‘warme overdracht’ plaats tussen pedagogisch medewerker en leraar. Ze kijken samen naar het kind en vertellen elkaar wat het nodig heeft. Een kind dat net is begonnen in groep 1 en nog sterk de behoefte heeft terug te gaan naar de peutergroep heeft die mogelijkheid ook. Ouders zijn blij met de gang van zaken. Ze merken dat er een goede overdracht heeft plaatsgevonden.”

Is er gedurende de dag ook wisseling tussen school en bso of zijn er vaste school- en bso-tijden? 

De bso-medewerkers starten rond 13:30 uur met een pré-shift. Ze overleggen met elkaar wat er die dag staat te gebeuren. Rond 13:45 uur gaan de bso-medewerkers naar hun eigen unit. Ze sluiten de eindkring van het onderwijs af, en dit vormt tevens de startkring van de opvang. We nemen elkaars kinderen over op dat moment. Kinderen zien dat we één team zijn, één groep collega’s en dat geeft een bepaalde mate van veiligheid, verbinding en geborgenheid.”

Waar zit de verbinding tussen bso en school? 

“De Warande werkt met kernconcepten: thema’s waar gedurende 2 à 3 maanden aandacht aan wordt besteed. Dat begint al vanaf 0 jaar: er worden bij de ontwikkeling passende activiteiten en invullingen gezocht vanuit een thema. Dat loopt door tot en met groep 8 en je ziet de thema’s ook terug op de bso. Buiten schooltijd worden kinderen weer op een andere manier uitgedaagd om talenten te ontdekken en ontwikkelen dan onder schooltijd.”  

Gaan alle leerlingen naar de bso 

“De Warande organiseert naschoolse activiteiten waar zowel kinderen die normaal gesproken niet naar de bso gaan als kinderen die dat wel doen, aan kunnen deelnemen. Ouders kunnen kinderen intekenen en er wordt een kleine bijdrage gevraagd. We proberen mensen van buitenaf op die manier zo veel mogelijk bij ons IKC te betrekken. Dit wordt georganiseerd door een onderwijsassistent, een pedagogisch medewerker en een ouder.”  

Over welke competenties of vaardigheden moeten (nieuwe) teamleden beschikken?   

“We vinden het belangrijk dat mensen vanuit hun professie kunnen aanhaken op de ontwikkeling van het IKC. Ze moeten vakbekwaam zijn en een eigen visie hebben. Dat hoeft niet de visie van het IKC te zijn, maar wel een visie met betrekking tot de ontwikkeling van kinderen. Natuurlijk haken deze (nieuwe) collega’s mettertijd aan bij onze gedeelde IKC-visie.”

Hoe werkt het met de twee cao’s en de verschillende wetten voor onderwijs- en opvangmedewerkers? Zijn er al formele constructies voor bedacht? 

“Het IKC heeft hier nog geen goed antwoord op. Er is gewerkt met facturen, met het uitwisselen van uren en er is een constructie bedacht waarbij vier pedagogisch medewerkers om 12:00 uur aansloten bij de kernconcepten wereldoriëntatie van het onderwijs. Na vier maanden werd het lastig bij de backoffice van de stichtingen en werd het traject beëindigd.”  

Jullie hebben nog verschillende teams: team onderwijs en team kdv/bso: is dat met een reden? 

“Er is een team opvang en een team onderwijs, maar bij binnenkomst in IKC Warande ervaar je echt dat er sprake is van één team van medewerkers. We organiseren medewerkersavonden waarop samen gegeten wordt, waar inhoudelijk ingaan wordt op onderwerpen en waar werkgroepen zich vormen, die bestaan uit collega’s uit opvang en onderwijs.”  

Wat doet de flexibele inzet van medewerkers van het IKC met het ervaren van werkdruk of werkgeluk?  

“De meeste werknemers ervaren vooral werkgeluk: veel medewerkers onderwijs vinden het heerlijk om even een babygroep over te nemen. Wanneer je spreekt over werkdruk, dan gaat het vooral om dingen die je van een ander moet. Zolang je er zelf regie over kan voeren en hier keuzes in kunt maken, ervaar je dat vaak minder als druk. Vaak zijn het ook dezelfde medewerkers die het leuk vinden voor elkaar waar te nemen en die geven zich ervoor op.”

 Welke kennis is nodig om een kindcentrum te kunnen leiden?  

“Het gaat vooral om zaken als een duidelijke visie op leren en ontwikkelen (en die ook in naar de praktijk kunnen vertalen), ondernemend leiderschap, creativiteit, verbinding en sturing kunnen geven aan (verander)processen. Er zijn diverse opleidingen tot IKC directeur waarin je ook zicht krijgt op elkaars organisatie, die van onderwijs, of van opvang.”

 Wat was achteraf gezien de grootste drempel? Welke uitdagingen zijn er nu nog?

“Drempel is wet- en regelgeving. Het werken met twee cao’s en twee stichtingen/organisaties (publiek/privaat) met hun eigen regels en cultuur blijft in de basis lastig. Hoe ga je om met taakuren, werktijd, contacturen en/of niet groepsgebonden tijd waardoor het uitwisselen van personeel op dat vlak en ondanks ieders inzet en positieve houding van tijd tot tijd ruis, vragen en extra werk veroorzaakt."