Bruggenbouwers tussen hulpverlening en onderwijs

Article type
Interview
Publicatiedatum

Studenten die zich met een vijfjarige (pittige!) opleiding bekwamen als leraar én als jeugdhulpverlener: de gedroomde stagiairs en latere werknemers voor scholen in het speciaal (basis)onderwijs (sbo of so). Steeds meer besturen omarmen de studenten met dit nieuwe profiel. “Instellingen weten ons nu te vinden.”

In 2017 startte de Hogeschool Leiden met de opleiding Sociaal Werk: Jeugd in Onderwijs, een opleiding op het snijvlak van hulpverlening en onderwijs. Pedagogiekdocent Marije den Dulk, initiatiefnemer van deze opleiding, vertelde in een eerder interview met de PO-Raad al hoe de opleiding studenten trekt die niet voor een reguliere pabo gekozen zouden hebben. Ze vormen dus een nieuw potentieel dat kan helpen het lerarentekort te verkleinen.

Brugfunctie

“Onze studenten zijn nuttig waar onderwijs en zorg moeten samengaan. Ze zijn heel goed in het vervullen van die brugfunctie”, vertelt Den Dulk. De opleiding, waarmee studenten in vijf jaar twee bachelordiploma’s verwerven, verloopt anders dan de ‘gewone’ pabo. “Wij beginnen met de pedagogische grondhouding en daarna komt pas de didactiek. Op de pabo verloopt dat proces andersom. Bij stages zien we dat het goed werkt. Onze studenten zijn gewend om met kinderen om te gaan die interessant of lastig gedrag laten zien. Uiteindelijk worden ze heel sterk in het omgaan met de doelgroep.”

Stagescholen

Niels Vierling
Niels Vierling

Vier jaar na de start gaat het goed met de opleiding, vertelt Den Dulk. “De studentenaantallen groeien, de uitval is extreem laag en instellingen weten ons nu te vinden. We hebben dus ook genoeg stagescholen.” Helemaal vanzelf ging dat laatste niet, herinnert Niels Vierling zich. Hij werkte in 2019 voor Aloysius, een stichting voor speciaal basisonderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs. “Ik was directeur van een sbo-school die met een heel groot lerarentekort kampte. Niet iedereen wil en kan met de doelgroep werken. Marije benaderde mij omdat ze stageplekken zocht. Ons bestuur zou het liefst een samenwerking met de opleiding aangaan met de garantie dat er jaarlijks een x-aantal stagiairs zouden komen. Begrijpelijk, maar die garantie kon Marije met haar startende opleiding niet geven.”

Omdat elke leerkracht-in-spe is er één is en hij als directeur best met één stagiair wilde starten, nodigde Niels Vierling Marije den Dulk uit om een presentatie te geven in het directeurenoverleg. “Ik heb daar uitgelegd dat wij als onderwijsveld medeverantwoordelijk zijn voor het opleiden van studenten, de toekomstige leraren. Ik heb er ook voor gepleit dat we ons zouden moeten committeren aan de belofte om stageplaatsen te bieden.” Gelukkig kreeg Vierling de handen op elkaar. Een rondleiding aan de JiO-studenten, voordat ze zich moesten aanmelden voor een stageplaats, deed de rest. “Zo kregen ze meer beeld bij ons onderwijs en onze doelgroep. Dat bleek voor hen heel aantrekkelijk.”

Meer uitdaging

Ondertussen heeft de opleiding afspraken met instellingen als Aloysius, Auris, het Leo Kanner Onderwijsgroep, Resonans Onderwijs en Horizon jeugdzorg en onderwijs. Studenten die kiezen voor de opleiding Sociaal Werk: Jeugd in Onderwijs zoeken vaak wat meer uitdaging, merkt Den Dulk. “Zowel cognitief – het is een zwaar programma – als in de doelgroep. Ze hebben hart voor kinderen met een sterretje, willen werken met leerlingen met zware problematiek, én ze leren graag veel in de praktijk.”

De ervaringen met de stages zijn goed. “Scholen zijn blij dat onze studenten komen. In het s(b)o hebben ze bijvoorbeeld vaak te maken met ouders met een licht verstandelijke beperking; in gesprekken met die doelgroep zijn ze getraind. Vanuit de hulpverleningscomponent besteden we immers veel aandacht aan hun gespreksvaardigheden.” Leraren die een reguliere pabo-student verwachten moeten vaak even wennen aan de JiO-stagiairs, weet Den Dulk. “Ik leg ons profiel wel uit aan bestuurders en directies, maar soms wordt er in de klas toch verwacht dat ze een les kunnen geven. Maar dat kunnen ze de eerste jaren nog niet omdat we hun dan nog geen didactische vaardigheden hebben bijgebracht.”

Gedragscomponent

Wat de studenten dan wél kunnen blijkt dan al snel. “In hun eerste jaar komen ze vooral verkennen en ervaren, ze springen bij waar nodig. Later kunnen ze groepjes begeleiden, een-op-een met kinderen werken en vooral zijn ze heel goed in sociaal-emotionele kwesties. Kinderen leren samenspelen, een spel maken voor kinderen van wie de ouders gaan scheiden, kinderen leren omgaan met winnen en verliezen….. allemaal dingen waar de leerkracht niet altijd tijd voor heeft.” “In het speciaal onderwijs is die combinatie pedagogie en didactiek essentieel”, vult Vierling aan. “Je komt er niet mee weg als je die gedragscomponent niet in de vingers hebt. In dat opzicht hebben de afgestudeerden van deze opleiding straks een vollere rugzak.”

Regulier onderwijs

Uiteindelijk kunnen de studenten na vijf jaar twee diploma’s aan de muur spijkeren: Bachelor of Social Work én Bachelor of Education in Primary Schools (pabo). Ze zouden dus ook in het regulier onderwijs aan de slag kunnen. Den Dulk: “Onze afgestudeerden zouden veel kunnen bijdragen aan Passend Onderwijs, het zouden goede intern begeleiders (ib’ers) zijn.” Of het regulier onderwijs daadwerkelijk op grote schaal zal profiteren dan deze nieuwe groep, is nog maar de vraag. Van de huidige vierdejaarsstudenten ambieert niemand een baan op een reguliere basisschool. “Als je voor deze opleiding kiest, laat je zien dat je een uitdaging zoekt. Dan wil je daarna ook topsport bedrijven”, denkt Vierling.

Geïnspireerd?

Kan iedere hogeschool zo’n opleidingstraject starten? “Als ze een opleiding Social Work en een pabo hebben, plus een team dat zin heeft om dit op te zetten, dan wel”, verwacht Den Dulk. Heeft ze tips? “Wij zijn gewoon met een kleine klas gestart, als specialisatie van de Social Work-opleiding. We zijn gaan wandelen met het einddoel in zicht, zonder dat we precies de route hadden uitgestippeld. Als je zoiets vooraf helemaal wilt dichttimmeren dan wordt het een lange weg, nu hadden we ruimte om het werkveld erbij te betrekken en te groeien naar een interprofessionele opleiding. Het zou heel mooi zijn als het werkveld het beroepsonderwijs zou benaderen met hun vraag om professionals met die dubbele kwaliteiten.” Marije den Dulk komt graag in contact met schoolbesturen en hogescholen om haar ervaringen te delen.