Digitalisering, les op afstand en ethische waarden: gaat dat samen tijdens corona?

Article type
Interview
Publication date
Margreet Vendel

Scholen moesten in maart 2020 van de ene op de andere dag omschakelen naar onderwijs op afstand. Ook digitale communicatie werd razendsnel opgetuigd of uitgebreid. Wat betekent zo’n situatie voor de ethische waarden in het onderwijs? En wat leren we hiervan voor de toekomst? Bestuurder Margreet Vendel van Stichting Meer Primair blikt terug en vertelt wat ze wil behouden. “Tijdens corona kregen leraren veel ruimte om het onderwijs zelf in te richten. Ik gun onze leraren altijd die ruimte en die autonomie.”

Welke waarden waren voor jou belangrijk de afgelopen tijd?

“Tijdens de ESHA Biennial Conferentie in 2018 heb ik me laten inspireren door een speech van de president van Estland. Volgens haar zijn bij technologie en digitalisering in het onderwijs drie waarden altijd van belang: menselijkheid, rechtvaardigheid en autonomie. Daar heb ik vaak aan gedacht de afgelopen periode. Bij digitalisering van het onderwijs gaat het niet alleen over wat er kan, maar ook over welke rol we technologie willen geven. We moeten de mogelijkheden sturen vanuit de waarden menselijkheid, rechtvaardigheid en autonomie.”

Is dat gelukt in coronatijd?

“Deze waarden hebben onder druk gestaan. We zijn meteen onderwijs op afstand gaan geven, maar daar heeft niet ieder kind evenveel profijt van gehad. Niet elk kind bevindt zich in een thuissituatie om mee te kunnen doen, op een autonome manier. Je kan je dan afvragen hoe rechtvaardig dit is. En hoewel er vaak meer digitaal contact was tussen leraren en ouders, hebben we het dagelijkse, menselijke, contact op school moeten missen. Helaas verdwenen er ook bij ons kinderen van de radar. Vooral bij gezinnen waarmee je al moeilijk contact hebt, bijvoorbeeld door een taalbarrière of een moeilijke relatie.”

Betekent dit dat niet alle kinderen toegang hadden tot het onderwijs?

“Je hebt niet alleen toegang nodig tot onderwijs. Het gaat ook om begeleiding en discipline. Het thuismilieu is daarbij heel belangrijk, en dat is niet voor ieder kind gelijk. Als school weet je welke leerlingen op achterstand staan en die probeer je te helpen. Je laat ze naar boven reiken tot een bepaald niveau, maar dat doen ze op een wankele basis. Als die basis er onvoldoende is of helemaal wegvalt, valt het kind ook.”

Is er sprake van kansenongelijkheid?

“Het kan het begin zijn van kansenongelijkheid als kinderen toegang missen tot de wereld van onderwijs. Nu zijn ze allemaal weer terug op school en zien we dat de vermeende achterstanden inderdaad het grootste zijn bij kinderen die een wankele basis hebben en minder goed onderwijs hebben kunnen volgen. Nu is het zonneklaar dat we daar wat mee moeten. Welke kinderen hebben het meest geleden onder onderwijs op afstand? En hoe kunnen we die groep er weer zo goed mogelijk bij halen? Vanuit achterstandensubsidies willen we kinderen met een achterstand helpen, bijvoorbeeld met de zomerschool.”

Hoe zit het met de autonomie van leerkrachten?

“Ik heb leraren gezien die heel trots waren op wat er gebeurde. De hele situatie gaf enorm veel energie. De golf van het vaste rooster was tijdelijk weg en we leefden volgens de cadans van corona. Mensen waren uit hun ritme. Iedereen vond het gek wat we aan het doen waren, maar mensen bloeiden ook op. Leraren werden niet gehinderd door methoden, collega’s of directeuren. Ze kregen heel veel ruimte om het onderwijs zelf in te richten. Ook leraren die normaal niet veel digitaal doen, ondernamen opeens veel initiatief.”

Dat is positief.

“Inderdaad. Dat willen we ook vasthouden, maar je ziet dat iedereen snel terugvalt in patronen. De lockdown-periode was geen normale tijd. Zo’n crisissituatie geeft een energie waardoor je alles op alles zet als team, maar dat houd je niet lang vol. Ik gun onze leraren altijd die ruimte en die autonomie. Zij moeten te vaak in kaders denken en we zouden die kaders moeten verruimen. Als mensen vrij denken, komen er prachtige ideeën. Leraren zijn altijd 24 uur aan het werk. Het begint ’s ochtends met nadenken onder de douche en ’s avonds bij het journaal bedenken ze ook nog iets. Nu konden ze met die ideeën aan de slag. Ze zwaaiden naar kinderen aan de andere kant van het scherm en zagen gelukkige ouders. Leraren kregen waardering voor wat ze deden. Iedereen was blij dat het zo kon. Dat was een motor waarop je dingen kon doen.”

Wat zijn de mooie dingen die je meeneemt uit deze periode?

“Ik ontving een app-bericht ontvangen van een directeur met een foto en video van een kind dat thuis super enthousiast meedeed. De ouders hadden dat vastgelegd en gedeeld. Dat is mooi om te zien. De contacten met ouders zijn de afgelopen maanden heel intensief geweest en gingen echt over het kind. Scholen willen dit zo houden. Niet standaard drie keer per jaar een oudergesprek, maar ook vaker bellen of videobellen. Leraren en ouders weten elkaar makkelijker te vinden. Hoewel er meer afstand was, was het contact sterker. Dat is de menselijkheid die zo belangrijk is.”

Waren er kinderen voor wie digitaal onderwijs goed uitpakte?

“We hebben van ouders gehoord dat ze hun kind thuis enorm hebben zien groeien. Op een manier zoals dat in de klas niet zou zijn gebeurd. Hierbij zie je wel weer die kloof. Sommige kinderen maken een enorme ontwikkeling door, terwijl andere kinderen een achterstand oplopen. Wij moeten nu uitzoeken hoe we die kloof kunnen dichten. Zodat alle kinderen kunnen groeien, vanuit hun eigen autonomie, zonder de belemmering vanuit de klas- of thuissituatie.”

Zijn er dingen blijvend veranderd?

“Corona heeft enorm veel beweging veroorzaakt. Nog niet alles staat op de oude plaats terug en niet alles komt op de oude plaats terug. We hebben geproefd aan ruimte en vrijheid en dat gaat nooit meer helemaal weg. Corona heeft versnelling gegeven en zaken om over na te denken. Een aantal mogelijkheden zijn binnen handbereik maar we moeten de ethische kant in de gaten blijven houden. Er kan van alles maar wat willen we en hoe willen we dat?

Wat wil jij vasthouden?

“Ook in de toekomst moeten technologische randvoorwaarden op orde zijn. Elk kind zou thuis de beschikking over een device moeten hebben en elke medewerker over een laptop zodat werken vanuit huis altijd mogelijk is. Als de technologie loopt, is het de vraag of we iedereen bereiken. We willen blijvend meer contact met ouders en meer maatwerk voor kinderen. En de leraar ondersteunen in het autonoom handelen. Alles komt vanuit de overkoepelende gedachte van menselijkheid. Je moet het met elkaar doen, dingen kunnen uitspreken en elkaar kunnen zien. Menselijkheid en de waarderingskant zijn net zo belangrijk als de technische kant. We moeten mensen ruimte geven en kijken of iedereen krijgt waar hij recht op heeft. En als alles kan, moeten we dan ook alles willen? Het blijft belangrijk om de technologische mogelijkheden te blijven sturen vanuit de waarden menselijkheid, rechtvaardigheid en autonomie.”

Over Margreet Vendel

Margreet Vendel zit sinds 2014 in het College van bestuur van Stichting Meer Primair, een onderwijsorganisatie voor christelijk en katholiek onderwijs. De stichting is werkgever van 530 medewerkers, die onderwijs verzorgen voor zo'n 5.400 leerlingen in de Haarlemmermeer. Margreet is ook actief bij de PO-Raad in een groep bestuurders die zich bezighoudt met het thema ethiek en digitalisering.