Onderzoek PO-Raad: keuze nieuwe lesmethode roept vaak veel fundamentele vragen op

Article type
Nieuws
Publication date
Kind leert met laptop

Hoe komen basisscholen tot een keuze voor een nieuwe methode? Waar lopen ze tegenaan, wat gaat er juist goed? En hoe kan het keuzeproces beter ondersteund worden? Dat onderzoekt het Leermiddelen Adviescentrum CLU, in opdracht van de PO-Raad. Het onderzoek loopt nog, maar de onderzoekers delen nu alvast hun eerste bevindingen.

Uit onderzoek is herhaaldelijk gebleken dat scholen moeite hebben om de juiste leermiddelen te kiezen voor hun onderwijs. Leraren blijken dan ook achteraf vaak ontevreden over de keuze die ze gemaakt hebben. Deels komt dat omdat het aanbod beperkt is, of niet passend bij de wensen van de scholen. Deels ook omdat de organisatie van het keuzeproces op scholen weinig gestructureerd plaatsvindt.

Het CLU doet daarom voor de PO-Raad onderzoek naar de vraag hoe het keuzeproces op scholen verloopt en welke vormen van hulp en ondersteuning teams helpen om tot een keuze te komen voor een leermiddel, een keuze waar ze tevreden over zijn. Scholen die meedoen krijgen begeleiding bij hun keuzeproces

Er doen zes scholen mee aan dit project. Eén school heeft het project aan het eind van het voorjaar 2020 afgerond, vijf scholen zijn begin dit schooljaar gestart. In dit artikel vind je de eerste drie bevindingen. Gedurende het schooljaar zullen de onderzoekers vaker updates schrijven, zodat andere scholen kunnen volgen hoe het onderzoek verloopt. 

1. Een keuzeproces begint met fundamentele keuzes

Meerdere scholen grijpen het leermiddelen onderzoek aan om concreet handen en voeten te geven aan nieuw beleid op de school. Zo vertelt een directeur van een school in het midden van het land dat leraren op zijn school eigenlijk nauwelijks van elkaar weten hoe ze lesgeven. Er zijn grote verschillen in lesstijl en aanpak. De school wil nu meer lijn brengen in het onderwijs. De keuze voor een nieuwe rekenmethode past daar ook in. “We willen een nieuwe stap maken en de vraag stellen: zijn we wel blij met de huidige methode en past deze bij onze toekomstvisie van het onderwijs?”

De wens om meer lijn in het onderwijs te krijgen, speelt bij meerdere scholen. Er kunnen immers grote verschillen van inzicht bestaan op een school over wat geschikte leermiddelen zijn. Hoe krijg je alle neuzen dezelfde kant op? Een school uit Noord-Holland gaat daar het prototype van de Keuzetool van Kennisnet voor inzetten. De Keuzetool is een online hulpmiddel om te inventariseren welke criteria leerkrachten het belangrijkst vinden bij de keuze voor een leermiddel. Er staan inhoudelijke criteria in, zoals over de opbouw van de leerstof, en ook gebruikscriteria, zoals of er antwoordboeken bij zitten en of de methode flexibel in gebruik is. Met de Keuzetool hopen de leraren van deze school hun aanpak voor begrijpend lezen beter te kunnen onderbouwen. Alle leerkrachten, bovenbouw én onderbouw, gaan de tool invullen. Doel is om tot een beperkte set gedeelde criteria te komen, waarbij bewustwording ook een doel is.

Soms komen er in het begin van het keuzeproces al fundamentele meningsverschillen naar boven. Het kan dan knap ingewikkeld zijn om tot een keuze te komen. Zo leidt een leerkracht van een school uit Brabant het proces om te komen tot een minder schoolse en meer onderzoekende aanpak voor de zaakvakken, passend bij het unitonderwijs dat de school wil invoeren. De leerkrachten van de bovenbouw proberen drie maanden een methode voor wereldoriëntatie (Blink) uit, om eens te snuffelen aan meer geïntegreerde aanpak van de zaakvakken. Al bij de eerste bouwvergadering over het onderwerp blijkt dat niet iedereen overtuigd is van een integrale aanpak. De leraren besluiten een stap terug te doen en realiseren zich dat ze eerst na moeten denken over wat ze belangrijke doelen vinden voor de zaakvakken.

Ook op een school uit Gelderland heeft het keuzeproces voor een nieuwe taalmethode een fundamentele discussie aangezwengeld. De taalspecialisten willen zo snel mogelijk een knoop doorhakken, maar er is veel nieuwe aanwas in het team en er is daardoor nog geen gedeelde visie op het taalonderwijs. Moet je eerst werken aan een gedeelde visie, of helpt de discussie over de aanpak van het taalonderwijs misschien ook om die visie vorm te geven?

2. De aanpak van de scholen verschilt sterk

Met wie geven de scholen het keuzeproces vorm? Dat verschilt sterk, van school tot school. Er is een school in het onderzoek waar een team van experts en deskundigen het keuzeproces leidt en afstemt met het team. Op een andere school leidt een leerkracht het keuzeproces en die mag met de andere leerkrachten van de bovenbouw beslissingen nemen. Soms is de directeur betrokken bij het proces, soms blijft hij of zij buiten beeld.

Ook de organisatie verschilt van school tot school. Er zijn groepen die uitgebreide notulen maken met schema’s en een gedetailleerd tijdpad, maar ook scholen zonder concreet plan of planning. Zij gaan het proces meer gaandeweg vormgeven. De diversiteit aan aanpakken is interessant voor het onderzoek. We hopen goed te kunnen zien wat belangrijk is om te komen tot een goed en gedragen keuze. 

3. Procesbegeleider heeft grote invloed op het proces

Opvallend is dat alle scholen expliciet om onafhankelijke procesbegeleiding vragen. Ze willen “gevraagd en ongevraagd” advies en hebben behoefte aan een blik van buiten. De onderzoekers zien dat de procesbegeleider in de beginfase een grote invloed heeft op de inrichting van het proces. De meeste scholen maken zonder bemoeienis van de procesbegeleider bijvoorbeeld geen uitgewerkte projectplanning.

Veel scholen gebruiken het Stappenplan Methodekeuze van Kennisnet om structuur aan te brengen in het proces. Dit stappenplan deelt het keuzeproces in logische, deductieve stappen in, beginnend bij visie en middelen en eindigend bij implementatie. Voor de ene school werkt het attenderend: “Het schema laat ons zien dat we een hoop stappen hebben overgeslagen”, aldus een projectleider. Maar het stappenplan blijkt beperkt bruikbaar als scholen nog geen heldere vraag hebben, omdat ze bijvoorbeeld nog helemaal niet weten of ze een methode willen of een methodiek, of zelfs voor welk vakgebied ze een leermiddel zoeken.

Een aantal scholen wil gebruik maken van de expertise van het CLU op het gebied van leermiddelen. Het CLU verzorgt dan een workshop over kenmerken van leermiddelen die het leerproces effectief ondersteunen. Zo’n training kan helpen om tot objectieve criteria te komen waar een nieuwe methode aan moet voldoen. Een school in Noord-Gelderland die op zoek is naar een nieuwe aanpak voor taal heeft voor zo’n training gekozen. Ze willen hiermee de keuze tussen een taalmethode of een taalmethodiek onderbouwen. Een taalmethode neemt je meer aan de hand, een methodiek geeft meer vrijheid, maar kan voor onervaren leraren ook een uitdaging zijn.

Vervolg

Het onderzoek loopt in het schooljaar 2020-2021. De verwachting is dat de meeste scholen in mei een keuze maken, zodat er voldoende tijd is voor implementatie. Begin 2021 komt er een nieuwe update over de voortgang van de keuzeprocessen.

Case uit Leeuwarden

Aan het onderzoeksproject dat CLU uitvoert in opdracht van de PO-Raad doen in totaal zes scholen mee. Het project is in januari 2020 gestart en loopt tot de zomer van 2021. Eén school uit Leeuwarden heeft het project aan het eind van het voorjaar 2020 afgerond. “Als je uitgaat van een visie, lijkt het wel alsof de keuzes makkelijker worden.”

Het onderzoek Keuzeproces Leermiddelen is een kwalitatief onderzoek waarmee wordt beschreven hoe keuzeprocessen voor leermiddelen op basisscholen verlopen en wat de invloed is van het inzetten van drie typen interventies: procesbegeleiding, kennisontwikkeling en tools. Het onderzoek kijkt naar de effecten van deze interventies op de kwaliteit van het keuzeproces en naar het effect daarvan op de tevredenheid met de uiteindelijk keuze. 

Scholen die meedoen met dit onderzoek, krijgen hulp en begeleiding bij het keuzeproces. Welke hulp en begeleiding ze precies krijgen, bepalen ze zelf. Vanwege de privacy, worden de scholen in het onderzoek niet bij naam genoemd.