Ruimte voor een eigen visie op kwaliteit

Article type
Interview
Ruimte voor een eigen visie op kwaliteit

Sinds schooljaar 2017/2018 werkt de Inspectie van het Onderwijs volgens het vernieuwde onderzoekskader. De inspectie wil daarmee bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen en scholen, en hen stimuleren de onderwijskwaliteit op een hoger plan te brengen. Rutger Meijer en Inge de Wolf van de inspectie vertellen over de ervaringen tot nu toe. Hamvraag: leidt het nieuwe toezicht tot beter onderwijs?

Meer dan voorheen is het schoolbestuur het startpunt van het inspectietoezicht. Rutger Meijer, directeur Toezicht primair onderwijs en kinderopvang, vindt dat het goed gaat met het vernieuwde toezicht. "Bij de meeste besturen krijgen we een positief beeld van de bestuurlijke kwaliteitszorg. Ongeveer een vijfde deel heeft meerdere punten te verbeteren en voldoet dus nog niet aan alle wettelijke eisen. Schoolbesturen waarderen ons onderzoek gemiddeld met een 8."

Door de hoepel

Inge de Wolf, hoogleraar aan Maastricht University en strategisch inspecteur bij de inspectie, denkt mee over het ontwerp van het toezicht. "We zagen dat het oude toezicht sleets was geraakt. Omdat we altijd dezelfde methodiek hanteerden, sprongen scholen steeds beter door de inspectiehoepel. Ze werden op papier steeds beter, maar het bezorgde ons buikpijn dat we tegelijkertijd zagen dat de leerprestaties van leerlingen niet verbeterden en dat steeds meer kinderen laaggeletterd de basisschool verlieten."

Dialoog

De Wolf licht de veranderingen toe. "Ten eerste worden besturen directer aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit. Ten tweede sluiten we meer aan bij de ambities van scholen. Daar komt die hoge waardering voor onze onderzoeken vandaan: afvinklijstjes hebben plaatsgemaakt voor dialoog." Meijer vult aan:  "We vertrekken niet vanuit een blauwdruk van hoe het zou moeten zijn, maar kijken naar wat er gebeurt bij de besturen en scholen zelf. Het doel is niet om tot een oordeel te komen, maar om goede feedback te kunnen geven. Besturen zijn positief over de deskundigheid van de inspecteurs, en over het feit dat we rekening houden met wat er in een school speelt." Dat de terugkoppeling van het inspectiebezoek meteen met het hele team wordt gedeeld, wordt ook erg gewaardeerd, weet De Wolf. ‘Dat is transparant; we spreken daarmee leraren, ib’ers, schoolleiders en bestuurders aan op hun professionaliteit."

ingedewolf

Onderwijskwaliteit

Of de nieuwe manier van toezichthouden leidt tot een hogere kwaliteit van het onderwijs is nog niet te zeggen. "We moeten nog evalueren en laten ook extern wetenschappelijk onderzoek doen naar de effectiviteit van deze manier van toezichthouden", legt Meijer uit. "Maar als je gelooft dat belonen helpt, dan moet het werken. We leggen de verantwoordelijkheid nu meer bij de mensen die verantwoordelijk zijn, brengen hen in positie en geven ruimte om ambities waar te maken."

Verbeterpunten

Midden 2020 worden de eerste rapportages verwacht over de effectiviteit van het vernieuwde toezicht, maar na tweeënhalf jaar tekenen de eerste verbeterpunten zich af. Rutger Meijer noemt enkele voorbeelden. "Er zijn besturen die de kwaliteitszorg goed voor elkaar hebben, maar waar toch wat misgaat op een school. Wij gaan dan onderzoek doen, en na verloop van tijd kijken we of ze het probleem hebben opgelost. Dat laatste is eigenlijk gek: als je vertrouwen hebt in een bestuur, dan moet je er ook op vertrouwen dat men in staat is om zélf die waarborgfunctie uit te oefenen." Een logische vervolgstap zou dus zijn om ook die verantwoordelijkheid bij het bestuur te leggen. Ander punt: het financiële toezicht. ‘De inspectie kijkt naar continuïteit en rechtmatigheid, maar bestuurders willen laten zien hoe de financiële cijfers hun ambities ondersteunen. Daar kunnen we meer aandacht aan besteden.’

Bestuurlijke kwaliteitszorg

Voor sommige bestuurders is het wennen dat er geoordeeld wordt over de bestuurlijke kwaliteitszorg. De inspectie ziet hier grote verschillen. Meijer: "Sommigen zoeken kaders en normen: wat is voldoende en goed? Waar ligt de lat van de inspectie? Maar dat is niet de vraag. Het gaat om: hoe kijk je er zelf naar? Er zijn besturen die vanuit hun eigen verhaal een mooie zelfevaluatie opzetten die niet volgens ons waarderingskader is gemaakt. Wij willen niet voorschrijven hoe je een zelfevaluatie moet maken, want dan vragen we besturen weer door onze hoepel te springen." De Wolf ziet een duidelijke professionalisering: "Vroeger was het: “Vertel maar inspectie, hoe zit het met de kwaliteit van mijn school?” Nu doen bestuurders en schoolleiders meer aan intervisie en leunen ze op managementinformatiesystemen. Maar wat stop je daarin en hoe zet je dat om naar beleid? Sommige besturen zijn daar goed in, andere nog niet."

Brede definitie

Inge de Wolf is pleitbezorger van een brede definitie van onderwijskwaliteit, bleek onder meer tijdens een congres van de PO-Raad. Vindt zij het huidige inspectiekader breed genoeg? "Nee, dit kader richt zich slechts op een deel van de onderwijskwaliteit. Steeds meer bestuurders vinden burgerschap en persoonsvorming ook belangrijke onderdelen van kwaliteit. En terecht. Ik zou bestuurders en schoolleiders willen oproepen om na te denken over de vraag: welke vormen van kwaliteit ambieer je op je school of scholen, hoe vul je dit in? Richt je je louter op de referentieniveaus van taal en rekenen of gaat het ook om bijvoorbeeld talentontwikkeling? "

‘Een open houding, fouten durven maken, van elkaar leren: daar gaan we naar toe’

Steeds meer bestuurders stellen doelen, bedenken hoe ze die gaan evalueren, voeren meer zelf regie: er ontstaat lucht. Gesprekken met deze bestuurders gaan veel meer over ambities. Het concreet maken van ambities vinden bestuurders vaak nog lastig, weet De Wolf. "Neem een school met ambities op het terrein van socialisatie of persoonsvorming: wat wil je dan concreet zien? En hoe stuur je daarop? De gesprekken daarover staan nog in de kinderschoenen." Natuurlijk kampen veel besturen met uitdagingen als krimp en lerarentekort. "Dat doet wat met de ruimte die je voelt om aan de kwaliteit van je onderwijs te werken’, realiseert Meijer zich. ‘En toch moet je dat doen. Het feit dat we hier als inspectie nu aandacht aan besteden, is op zichzelf al stimulerend. Besturen zetten al belangrijke stappen. Er is veel belangstelling voor visitaties en het Regie op onderwijskwaliteit-traject van de PO­-Raad."

Gelijke kansen

Daarnaast vraagt De Wolf om aandacht voor gelijke kansen voor kwetsbare kinderen. "We moeten verder kijken dan de gemiddelden en kwetsbare groepen niet uit het oog verliezen. Veel dingen gaan goed in het onderwijs, maar op dit punt gaan we achteruit. Laaggeletterdheid neemt toe, en kinderen van lager opgeleide ouders krijgen steeds vaker te lage adviezen. Daarom heeft de onderwijsinspectie een serious game ontwikkeld voor de advisering, een spel dat leerkrachten bewust maakt van een eventuele onbewuste bias in hun advies. Ook onderzoeken we hoe we bestuurders kunnen laten nadenken over maatschappelijke opgaven." Daarnaast hanteert de inspectie voor het primair onderwijs een nieuw resultatenmodel, vult Meijer aan. "Dat maakt meer inzichtelijk hoe het gaat het met kinderen die niet zo ver komen. Het is ook goed om je school te vergelijken met scholen.met een vergelijkbare populatie. Er zijn grote onderlinge verschillen."

Openheid

Gegevens uitwisselen, bij elkaar kijken, kritisch naar jezelf kijken: op die manier zouden de zorgwekkende trends in het onderwijs gekeerd moeten kunnen worden, denken Meijer en De Wolf. Meijer: "Er gebeuren veel mooie dingen. Ik hoop dat scholen en besturen hun openheid verder ontwikkelen en ook bij elkaar gaan kijken. Dan kun je veel meer bereiken dan met een inspectiebezoek." De Wolf ziet een andere cultuur voor zich, waarin data gedeeld worden en niet in een verantwoordingssfeer gebruikt worden, maar als middel om van elkaar te leren. "Een open houding, fouten durven maken, van elkaar leren. Dat is de ontwikkelingsrichting voor de komende vijf jaar."

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de podium special van februari 2020.