Veranderkracht tijdens én na corona: een digitale sprong in het diepe

Article type
Artikel
Publicatiedatum

Sinds de uitbraak van de coronapandemie hebben scholen in Nederland een grote digitale sprong gemaakt. Schoolteams voelden de urgentie om het onderwijs door te laten gaan en bleven in elke fase razendsnel omschakelen en bijsturen. Er ontstond een indrukwekkende veranderkracht, waarin leiderschap een cruciale rol speelt. Dat blijkt uit onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet. Maar hoe zorgen scholen en besturen ervoor dat de digitale sprong op de lange termijn wordt behouden? Een schoolleider, een bestuurder en een ICT-coördinator delen hun geleerde lessen en hun blik op de toekomst.

“We hebben sinds de eerste lockdown in sneltreinvaart zo’n gigantische ontwikkeling doorgemaakt. Ik ben trots op de veranderkracht en het doorzettingsvermogen van ons hele team”, zegt Marcel Prosman. Hij is ICT-coördinator en leraar van groep drie en vijf/zes op de Groen van Prinstererschool in Voorburg, onderdeel van Lucas Onderwijs. “Vooral de communicatie met leerlingen op afstand was een zoektocht. Hoe geef je instructies? Hoe zorg je voor genoeg ‘echt’ contact? Hoe houd je alle leerlingen erbij? Tijdens de eerste lockdown hadden we wekelijks één keer live contact met alle groepen en één keer een individueel gesprek. Dat hebben we steeds meer uitgebreid. Tijdens de tweede lockdown waren we dagelijks online met een dagopening, instructie en tot half twee beschikbaar voor vragen. Dat intensieve contact was voor zowel leerlingen als ouders heel prettig.”

Urgentie versnelt digitale ontwikkeling

Naast werken aan goede communicatie heeft Prosman met zijn team grote stappen gezet in het ontdekken en inzetten van nieuwe ICT-toepassingen. “We werkten gelukkig al veel digitaal, bijvoorbeeld met Snappet. Maar Google Classroom en Microsoft Teams waren nieuw voor ons. Doordat de urgentie zo hoog was, hebben we daar razendsnel mee leren werken. Nu de scholen weer open zijn hebben we daar nog steeds profijt van. Als een leerling ziek is, kan hij met Snappet thuiswerken en via Classroom zijn rooster vinden en eventuele andere opdrachten opzoeken en inleveren. En in de bovenbouw zetten we nog steeds het rooster online. Groep acht gaat binnenkort een pilot doen met het zelf indelen van het rooster. De instructiemomenten staan vast, maar de verwerking van alle vakken mogen ze zelf plannen. Daarnaast maken onze leerlingen steeds meer digitale presentaties en houden wij als team studiedagen en vergaderingen nog geregeld online.”

 

Voortrekkersrol ICT-werkgroep

Samen met zijn collega, ICT-coördinator Florianne van Zandvoort, probeert Prosman alle leraren zo goed mogelijk te ondersteunen bij de inzet van ICT. “Omdat er steeds meer programma’s en diensten bijkomen, neemt de vraag naar uitleg toe. Wij hebben ervoor gekozen om een ICT-werkgroep te starten met enthousiaste leraren uit elke bouw, die een voortrekkersrol vervullen. Zij helpen en stimuleren weer andere collega’s. Eén van onze directeuren – we hebben er twee – zit vaak bij het werkgroepoverleg. Haar coachende rol is heel fijn. Ze stelt vragen, daagt uit, moedigt aan en houdt de voortgang in de gaten.”

Prosman heeft sinds de eerste scholensluiting van beide schoolleiders veel ondersteuning ervaren: “Ze denken mee, scheppen de juiste randvoorwaarden en hebben oog voor de zorgen van leraren, zoals tijdgebrek en continu ‘aanstaan’. Ze helpen ons bij het stellen van prioriteiten en het omgaan met lastige situaties. Verder stimuleren ze ons om goed voor onszelf te blijven zorgen, zodat we weerbaar, positief en betrokken blijven.”

 

Cruciale ondersteuning van schoolleiders

De ervaringen van de ICT-coördinator sluiten aan bij het onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet. Hieruit blijkt dat urgentie maar een deel is van de verklaring van de snelle omschakeling die scholen hebben gemaakt en de enorme sprong op ICT-gebied. De wijze waarop bestuurders en schoolleiders vorm hebben gegeven aan het crisismanagement is bepalend geweest.

“Hoe schoolleiders in deze crisistijd handelen en keuzes maken is niet alleen van belang voor de veranderkracht, maar ook voor het behouden van de digitale sprong op de langere termijn”, stelt Ingrid de Bonth, vicevoorzitter van Lucas Onderwijs. “Wij zien dat onze schoolleiders er alles aan doen om hun teams en leerlingen te faciliteren, te ondersteunen en aan te moedigen. Tegelijkertijd denken zij na over de toekomst.”

 

Ruimte om zelf keuzes te maken

De Bonth gelooft sterk in subsidiariteit als sturingsfilosofie: “Dat betekent dat wij als bestuur scholen veel ruimte geven om zelf keuzes te maken. Wel zorgen we met behulp van ons Corona Coördinatie Team voor ondersteuning en informatie, toegespitst op de behoefte van scholen. We vinden het belangrijk om te weten wat er in scholen leeft. De afgelopen maanden merkten we dat er soms toch ook behoefte aan was om bepaalde keuzes, waar landelijk vrijheid in wordt gegeven, op bestuursniveau te maken. Denk aan het wel of niet schrappen van de reisweken en de kampen. Die vraag leidde tot onrust. We hebben toen besloten om ze niet door te laten gaan en met die expliciete keuze onze scholen te ontzorgen. Voor schoolleiders was het prettig om daarover niet constant de discussie te hoeven aangaan.”

 

Oog voor het mentale welzijn

Om schoolleiders in deze complexe tijd te ondersteunen, heeft het bestuur van Lucas Onderwijs speciaal voor hen een programma laten ontwikkelen dat draait om hun mentale welzijn. “De aanhoudende veranderingen vragen veel van schoolleiders. Net als de spanningen die daarmee gepaard gaan. Hoewel zij gewend zijn om goed om te gaan met conflicterende belangen, is de felheid waarmee meningen in deze periode worden geuit af en toe wel heel heftig. Soms hebben schoolleiders het gevoel dat het nooit goed is, wat ze ook besluiten. En ze kunnen de neiging hebben om zichzelf te vergeten, omdat ze zo intensief bezig zijn met alles in goede banen leiden”, vertelt De Bonth. “Daarom is het programma dat onze Lucas Academie heeft ontwikkeld zo belangrijk. In kleine groepjes wisselen schoolleiders ervaringen, kwetsbaarheden en geleerde lessen uit. Dit doen ze onder begeleiding van een externe coach, die als dat gewenst is ook individuele trajecten kan opstarten.”

 

Zorgen over verandermoeheid

Het continu omschakelen en bijsturen tijdens de coronapandemie kost niet alleen energie, maar kan ook zorgen voor verandermoeheid, laat het onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet zien. Bij veranderingen die noodgedwongen tot stand komen, wordt het draagvlak op den duur vaak minder. Helemaal wanneer de urgentie voor de nieuwe manier van werken wegvalt.

Dat is heel herkenbaar voor Daniëlle van den Brink, schoolleider van de Utrechtse Openbare Montessorischool Oog in Al: “Ik hoop echt dat we nu open blijven en de ‘bubbel’ uit mogen. Bij zowel scholen als ouders is de rek er een beetje uit. Natuurlijk vinden leraren het heerlijk om weer kinderen in de klas te hebben en fysiek bezig te zijn, maar de dagelijkse schoolpraktijk blijft onvoorspelbaar. Soms moet een klas ineens in quarantaine. Het aanpassen en anticiperen geeft veel onrust. Mensen zijn toe aan ritme en structuur.”

 

Balans in online en fysiek contact

Toch is Van den Brink niet bang dat haar team op de lange termijn terugvalt in de oude manier van werken. “Het afgelopen jaar heeft iedereen de mogelijkheden van digitaal werken verkend en omarmd. Tegelijk hebben we ervaren hoe belangrijk het menselijke en fysieke contact blijft. Bij ons was wel dertig tot veertig procent van de leerlingen op school, omdat zij een kwetsbare thuissituatie hadden of ouders met een cruciaal beroep. Daarom proberen we een goede balans te vinden tussen zelfstandig digitaal werken en klassikaal onderwijs. We zijn nu met elkaar in gesprek over welke veranderingen we graag willen behouden en welke tijdens de crisis uit nood zijn geboren en weer mogen verdwijnen”, vertelt ze.

“Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat we sommige oudergesprekken, vergaderingen en studiedagen online blijven doen en dat we als team blijven samenwerken in online documenten. Dat kan veel tijd schelen. Er zijn uiteraard ook gesprekken die meer verbinding vragen, waarbij je elkaar in de ogen wilt kijken. Daar moet je dus gerichte keuzes in maken. Verder hebben we ervaren dat digitale verwerkingssoftware veel mooie kansen biedt. Niet alleen voor leerlingen op school, maar ook voor thuiszitters. Ik denk dat we die groep door alle geleerde gelessen veel beter onderwijs kunnen geven. Hier zou wat mij betreft landelijk meer aandacht voor mogen komen.”

 

Gesprekken over de lange termijn

Samen het gesprek aangaan en kiezen wat je als schoolteam en -bestuur wilt behouden is een belangrijke fase in het vasthouden en borgen van nieuwe manieren van werken en leren in de organisatie, blijkt uit gesprekken met bestuurders en ICT-coördinatoren. Hoe zorg je ervoor dat de geleerde lessen en het enthousiasme over de mogelijkheden van ICT niet uit de school verdwijnen? En wat vraagt dat van de formele en informele leiders die zijn opgestaan?

“In deze fase is het voor scholen lastig om met hun volledige hoofd en hart aan de lange termijn te denken, omdat zij dagelijks nog veel hectiek ervaren”, ziet De Bonth bij de scholen van Lucas Onderwijs. “Toch moet je oppassen dat je het niet voor je uit gaat schuiven. Daarom hebben wij als bestuur een traject ontwikkeld voor de ontwikkeling van onze nieuwe koers voor de komende vier jaar en voor een herijking van onze kernwaarden. Hierin nemen we ook onderzoeken naar de effecten van de coronacrisis op onderwijsorganisaties en de ontwikkeling van leerlingen mee. Daarnaast wisselen we kennis en ervaringen uit met andere besturen. Ik denk dat het belangrijk is om nu al zoveel mogelijk stappen te zetten, zoals de basisanalyse voor een goede koersbeweging, zodat we straks een vliegende start kunnen maken.”

 

Uitwisseling over leiderschap tijdens en na een crisis

Het bestuur van Lucas Onderwijs stimuleert schoolleiders om na te denken over welke kennis en ervaring zij uit de coronacrisis meenemen en hoe ze dat vorm kunnen geven in hun schoolplannen. Maar ook over wat zij los willen laten, omdat het niet goed past bij de visie, kernwaarden, organisatie of populatie. De Bonth: “Aan dit soort vragen over leiderschap in crisistijd op de korte en lange termijn hebben we via onze academie een virtueel samenzijn gewijd met al onze directeuren uit het po en vo. We hebben het afgelopen jaar nog sterker ervaren hoe waardevol de uitwisseling tussen onze scholen is. Omdat de uitdagingen zo groot zijn, is het fijn om met elkaar op te trekken en van elkaar te leren, met inachtneming van de lokale verschillen. Je hoeft het wiel niet elke keer zelf uit te vinden.”

 

Ontwikkelen van een nieuwe digitale leerlijn

Op de Groen van Prinstererschool is het schoolteam nu bezig met het ontwikkelen van een nieuwe digitale leerlijn, vertelt Prosman. “Tot januari zijn we bezig geweest met het integreren van digitale geletterdheid in ons taalonderwijs. Die wens hadden we als innovatievraag bij de PO-Raad ingediend. Daaruit is een tool ontstaan met nieuwe lessen voor groep vijf tot en met acht die aansluiten bij de taalmethode én waarmee leerlingen werken aan digitale geletterdheid. Ons team is hier zeer enthousiast over.”

“Nu dit goed loopt, is er ruimte voor een nieuwe digitale leerlijn, waarin we alle geleerde lessen tijdens deze coronacrisis meenemen. Wat willen we leerlingen per schooljaar meegeven op het gebied van ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, computational thinking en informatievaardigheden? Om dit vast te stellen, hebben we alle teamleden gevraagd hoe zij leerlingen aan de start van het schooljaar willen binnenkrijgen en hoe ze leerlingen willen doorgeven naar het volgende jaar. We verzamelen alle antwoorden en ideeën op Stormboard, waarin je digitaal post-its kunt plakken. Aan het eind van dit jaar willen we de eerste opzet af hebben en volgend jaar willen we het verder uitwerken en implementeren. Deze hectische tijd heeft er bij ons voor gezorgd dat iedereen heeft ervaren hoe belangrijk digitaal werken is en beseft dat het in de toekomst alleen nog maar belangrijker wordt. Natuurlijk houden we rekening met de verschillen in competenties en vaardigheden binnen ons team, maar we blijven er gezamenlijk de schouders onder zetten. We willen allemaal het beste voor onze leerlingen.”

Over de Digitale sprong


Binnen de serie de Digitale sprong onderzoekt de PO-Raad aan de hand van verschillende thema’s hoe het onderwijs er in de coronaperiode maart-juni 2020 uitzag.  Is er inderdaad een ‘digitale sprong’ gemaakt? Of was de praktijk weerbarstiger? Door data uit de Monitor hybride onderwijs te combineren met eerder onderzoek en inzichten van projectleiders van de Innovatievragen Onderwijs en ICT, brengt de PO-Raad dit in kaart.

 

Over de Monitor hybride onderwijs


De Monitor hybride onderwijs is in juni 2020 uitgezet onder scholen. De eerste rapportage (november 2020) geeft inzicht in hoe schoolleiders, leraren, ouders en leerlingen de periode van onderwijs op afstand hebben ingericht en ervaren. De tweede verdiepende rapportage (maart 2021) laat zien hoe scholen, in samenwerking met ouders, tijdens de coronacrisis gelijke kansen proberen te bevorderen.