‘We spreken niet van onderwijskwaliteit, maar van Blossekwaliteit’

Article type
Interview
Publication date
Blosse: Jeanette de Jong en Siebrand Konst

Jeanette de Jong is lid van het college van bestuur van Blosse in Heerhugowaard, waar opvang en onderwijs zijn geïntegreerd in 27 kindcentra. Beleidsadviseur Siebrand Konst is verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid. “We zijn straks de eerste stichting met één kwaliteitssysteem voor opvang en onderwijs.”

De Jong: “We willen een organisatie zijn zonder ‘knips’. We realiseren het ons misschien niet altijd, maar het leven van kinderen zit vol onnatuurlijke scheidslijnen. Of je het nu hebt over de taxi van school naar de bso, of over al die verschillende teams met pedagogisch medewerkers en leraren waarmee ze te maken krijgen. Kinderen zijn flexibel en passen zich aan, maar het kost energie en is niet bevorderlijk voor hun ontwikkeling. Daarom moeten we kijken naar de kwaliteit van ons gehele aanbod, niet alleen naar onderwijskwaliteit.”

Konst: “Dat vraagt om een behoorlijke ommezwaai, ook in ons eigen denken. De gesprekken gaan nu over de ontwikkeling van kinderen van nul tot twaalf jaar, in plaats van vier tot twaalf jaar. En over dagen van zeven uur ‘s ochtends tot zeven uur ‘s avonds in een school die 365 dagen per jaar open is. Wat voor kwaliteitssysteem hoort daarbij? We zitten sinds twee jaar in deze transitie en moeten zelf het wiel uitvinden, want zo’n grootschalige integratie van opvang en onderwijs met één kwaliteitssysteem bestaat in Nederland nog niet.”

De Jong: “Ook tijdens de bijeenkomsten van ‘Next Level’ was er niemand met een vergelijkbaar model, maar desondanks deden we er veel inspiratie op. Zo ontdekten we dat het zinvol is om een gezamenlijke ‘definitie van kwaliteit’ te formuleren. Wat is kwaliteit voor ons? Het past niet bij ons om die top-down op te leggen, dus doorlopen we een heel afstemmingsproces.”

“De eerste stappen daarvoor zijn al gezet. Een projectgroep van leidinggevenden van de verschillende locaties voor opvang en onderwijs schreef eerst een globale definitie. Die gaan we nu aanscherpen op de verschillende locaties met de pedagogisch medewerkers en leraren. Zodat we straks één gezamenlijke definitie hebben, met ruimte voor de couleur locale per locatie. Nog belangrijker vind ik het dat het gesprek op gang komt en dat er bewustwording ontstaat over kwaliteit.”

Wanneer je bij de Jumbo de parkeerplaats oprijdt, zie je de zeven beloftes overal staan. Zoiets willen we, zodat ouders en kinderen kunnen zien of we onze belofte waarmaken.

Konst: “Het kan best lastig zijn om het gesprek te voeren over wat kwaliteit nu eigenlijk is. Vroeger viel het wel eens stil als we het daar over hadden. Maar nu vraag ik: wat is ‘Blossekwaliteit’? En dan kom je bij de essentie van wat we willen voor onze kinderen en het onderwijs. We willen het in de vorm van een belofte verwoorden: zo van ‘dit kun je van ons verwachten’. Die belofte zou ik het liefst op alle locaties op de gevel zien, net zoals bijvoorbeeld Jumbo dat doet. Wanneer je bij de Jumbo de parkeerplaats oprijdt, zie je de zeven beloftes overal staan. Zoiets willen we, zodat ouders en kinderen kunnen zien of we onze belofte waarmaken.”

“We hebben twee projectleiders - een beleidsmedewerker kwaliteit met een opvangachtergrond en een leraar - gevraagd het kwaliteitstraject aan te sturen. Ze hebben meegedacht hoe we iedereen konden meekrijgen in het denken over de ‘definitie van kwaliteit’. De mensen in de scholen moeten het tenslotte gaan doen. Het gebeurt bij ook bij ons  nog wel eens dat er  een bepaald protocol is opgesteld waarvan eigenlijk niemand weet wat erin staat. Dat willen we voorkomen. We ontwikkelen nu een kwaliteitsspel, een ‘kletspot’, dat je met je team kunt spelen en waarmee je aan het nadenken wordt gezet.”  

De Jong: “We vinden vertrouwen, transparantie, openheid en zelfanalyse belangrijke waarden. Net als je kunnen aanpassen en flexibel zijn. De maatschappij verandert steeds sneller en we zien dat er meer kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau op onze scholen zitten. Je kunt zeggen: dan ‘scoren’ we gewoon iets lager. Maar ik wil dat we onszelf juist dan afvragen: hoe kunnen we verbeteren?”

Konst: “Dat vraagt om een groot verantwoordelijkheidsgevoel en daadkracht: wat kun je zelf doen in je klas of school? Wat is je plan om zaken aan te pakken? Onze audits beginnen altijd met een bezoek aan de locaties, waarbij we vooral vragen stellen. We komen geen ‘rapportcijfers’ geven. En vertrouwen betekent bijvoorbeeld dat je er niet op wordt afgerekend wanneer je je kwetsbaar opstelt. Maar ook dat je niet roddelt. Als iemand bij mij komt klagen over Jeanette zeg ik: ga maar met Jeanette in gesprek. Dat heeft een heilzame werking op de mensen bij wie het past. En de mensen die zo’n cultuur niet prettig vinden,  gaan weg.”

De Jong: “Ik ga eens in de drie maanden in gesprek met de leidinggevenden van de locaties. Omdat we eigenaarschap belangrijk vinden, vraag ik hen hoe ze dingen hebben opgepakt. Als ze er zelf niet uitkomen, zeg ik: ga eens langs Siebrand. Onze cultuur van openheid is heel mooi. Het gebeurt zelden dat ik verrast word door iets wat ik nog niet wist.”

Konst: “Mijn rol is monitoren, overzicht houden en adviseren. Ik maak rapportages en analyses voor de bestuurders en deel mijn bevindingen uiteraard ook met de locaties. Het bestuur en de leidinggevenden gaan aan de hand hiervan in gesprek. Op zoek naar verbeterpunten. Verbinding tussen de verschillende onderdelen is daarbij heel belangrijk. Ik zit bijvoorbeeld in een kernteam kwaliteit en werk daarin intensief samen met de hoofden HRM, ICT en Financiën. Lopen zaken ergens niet goed, dan kan HRM kijken of dit te maken heeft met het ziekteverzuim of  doordat ICT niet effectief wordt ingezet. We zijn  altijd op zoek naar dwarsverbanden.”

De Jong: “Er is in de maatschappij veel aandacht voor – en kritiek op – onderwijskwaliteit. Denk aan het PISA-onderzoek waaruit blijkt dat de leesvaardigheid achteruit gaat."

"Ik volg onderzoeker Gert Biesta, die vindt dat je breder naar kwaliteit moet kijken en niet alleen moet focussen op kwalificatie. Het volgen van de personificatie en socialisatie van kinderen is evengoed van belang, ook al zijn dat moeilijk meetbare begrippen. Een ruime opvatting van kwaliteit geeft ons als onderwijs en opvang ook meer houvast en argumentatie in het geval van bijvoorbeeld zo’n PISA-onderzoek. Het gaat om de brede ontwikkeling van kinderen.”

Konst: “Ik ben ervan overtuigd dat het ons gaat lukken. Ik zou het heel gaaf vinden wanneer elke pedagogisch medewerker of leraar straks kan zeggen wat Blossekwaliteit betekent.”