Scholen maken digitale sprong tijdens de coronacrisis: ‘Omarm de verschillen en ondersteun leraren in hun ambities’

Article type
Interview
Publication date

Er zijn grote verschillen in de manier waarop leraren ICT hebben ingezet sinds het begin van de coronacrisis. Ook hebben ze verschillende ambities voor de toekomst. Dat blijkt uit onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet. Maar hoe zien deze verschillen eruit in de praktijk? En op welke manier kunnen schoolbesturen en schoolleiders leraren op het gebied van ICT het beste ondersteunen? Twee leraren, een bestuurder en een manager ICT delen hun ervaringen en geleerde lessen. 

Helma Last-Hoek
Helma Last-Hoek, leraar St.-Josephschool 

“Voor de coronacrisis werkte ik bijna niet digitaal. Ik ben in 1991 als leraar begonnen, dus ik ben gewend om zonder technische hulpmiddelen les te geven. Ik werk het liefst met mijn handen”, vertelt Helma Last-Hoek van de St.-Josephschool in Hooglanderveen. “Ik deed weleens online een spelletje, zoals galgje, of legde iets uit met behulp van het digibord. Dat vond ik eigenlijk wel technisch genoeg. Tot de scholen in maart plotseling dichtgingen.”

Door de omslag naar lesgeven op afstand moest Last-Hoek zich, net als haar collega’s, meer in ICT verdiepen. In korte tijd verkende zij de mogelijkheden van het communicatie- en samenwerkingsplatform Microsoft Teams en de adaptieve verwerkingssoftware Gynzy. “Maart was een pittige maand, omdat we de omslag razendsnel moesten maken. In het begin deden mijn collega’s de meeste technische dingen, zoals filmpjes opnemen, digitale weekplanningen maken en opdrachten klaarzetten. Maar op een gegeven moment gaf ik aan dat ik het ook wilde leren. Ook al kostte mij dat veel tijd. Gelukkig heb ik handige collega’s die me wilden helpen. Dat is nog steeds zo. Ik kan altijd bij hen aankloppen met een vraag.”

Leraren willen zich verder ontwikkelen


De ervaringen van Last-Hoek sluiten aan bij de eerste conclusies uit het onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet. Hieruit blijkt dat leraren die ICT tijdens de eerste golf van de coronacrisis relatief het minst hebben ingezet, van plan zijn dat in de toekomst juist meer te gaan doen. Zij hebben de mogelijkheden van ICT ontdekt en willen die verder ontwikkelen. Last-Hoek: “Ik heb vooral gemerkt hoeveel voordelen digitaal werken voor de bovenbouw heeft. Oudere leerlingen zijn al handig met de computer en maken creatief gebruik van alle mogelijkheden, zoals presentaties maken. Ook is het fijn dat leerlingen die snel leren via adaptieve software op hun eigen tempo verder kunnen. En kinderen die wat meer tijd nodig hebben, kunnen vaker de instructievideo’s terugkijken.”

Last-Hoek wil zich graag blijven verdiepen in digitale leermiddelen. “Om digitaal werken te automatiseren moet ik handelingen regelmatig herhalen. Op dit moment zijn we aan het overstappen naar een nieuw online samenwerkingsplatform en ook dat vergt weer veel oefening. Dit schooljaar geef ik les aan groep 1 en 2 en voor die kleintjes is het wel iets lastiger om digitale lessen te bedenken. Maar inmiddels zet ik ook bij hen Gynzy weleens in. Zij kunnen bijvoorbeeld plaatjes herkennen en beginrijm oefenen. Ik word vaak op dat soort toepassingen gewezen door enthousiaste collega’s. En in de klas merk ik dat het goed aanslaat.”

 

Nadenken over de inzet van ICT in de toekomst

foto hester leenders
Hester Leenders, leraar Het Tangram in Purmerend 

De leraren die tijdens de coronacrisis ICT het meeste inzetten, hebben niet het streven om dit in te toekomst uit te breiden en willen zelfs minder toepassingen inzetten. Hun focus ligt op het verduurzamen en verbeteren van de huidige inzet van ICT. Zo blijkt uit het onderzoek van de PO-Raad en Kennisnet. “Ik denk dat we goed moeten nadenken over hoe en met welk doel we ICT in de toekomst willen gebruiken”, zegt Hester Leenders van de speciale openbare basisschool Het Tangram in Purmerend. Zij is zo’n leraar die ICT veel inzet tijdens haar lessen. Dat deed ze al voor de coronacrisis. “Ik heb verschillende ICT-cursussen en een opleiding tot Gynzy-trainer gevolgd”, vertelt ze. “Ik vind het fantastisch dat je met zo’n programma helemaal op maat kunt werken. In het speciaal basisonderwijs heb je in één klas leerlingen met veel verschillende niveaus. Zij kunnen via adaptieve software op hun eigen niveau aan hun eigen doelen werken. Dat geeft veel rust. Bovendien leest het programma alles voor, is het visueel en krijgen leerlingen meteen feedback op opdrachten.”

 

Het is tijd om kritischer na te denken over de inzet van ICT en om een kwaliteitsslag te maken.

Hester Leenders

Kritisch zijn en een kwaliteitsslag maken


Hoewel Leenders dus veel voordelen ziet, vindt ze het belangrijk om Gynzy en andere programma’s niet klakkeloos in te zetten. “Toen we in maart vanuit huis gingen lesgeven, kozen we ervoor om in alle groepen Gynzy te gebruiken. In die eerste periode was ik als trainer, samen met de ICT-coördinator en andere collega’s die affiniteit hebben met ICT, vooral bezig met iedereen zo snel mogelijk de basis te leren en ervoor te zorgen dat leerlingen thuis verder konden werken aan hun leerdoelen. Daarnaast startten we met Google Classroom, onderdeel van G Suite for Education, omdat je daarmee kunt videobellen, chatten en opdrachten kunt klaarzetten. Nu het hele schoolteam met die programma’s kan werken, is het tijd om kritischer na te denken over de inzet van ICT en om een kwaliteitsslag te maken. Bijna alles kan digitaal, maar wil je dat ook?”

Daar moet je samen over praten en onderzoek naar doen, denkt Leenders. “Sluit de manier waarop wij ICT inzetten wel aan bij onze leerlingpopulatie en de visie, kernwaarden en doelen van de school? Wat willen we ermee bereiken? Wanneer werkt fysiek materiaal beter? Wij maken vaak een combinatie tussen fysiek materiaal en digitale verwerking, bijvoorbeeld spelling eerst digitaal oefenen en daarna een dictee op papier. Zo blijven leerlingen hun fijne motoriek ontwikkelen. Als leraar moet je goed nadenken over dat soort keuzes. En je moet de ontwikkeling van leerlingen zowel in de klas als digitaal nauwgezet blijven volgen. Stel dat een leerling een dictee perfect maakt, maar je weet dat hij of zij er normaal moeite mee heeft. Klopt de uitslag dan wel? Soms helpen ouders iets te goed bij de thuisopdrachten. Dat zijn dingen waar we op moeten letten.”

Werken aan een gezamenlijk ontwikkeldoel


Zowel Leenders als Last-Hoek merken dat de aandacht voor ICT wel iets is weggezakt sinds de scholen weer open zijn. “Toen de noodzaak er was, zijn we snel overgeschakeld naar digitaal onderwijs. Maar nu doet iedereen het weer op zijn eigen manier”, zegt Last-Hoek. Dit is ook herkenbaar voor Egbert de Jong, algemeen directeur van de Montessori Vereniging Haarlemmermeer. “Scholen gaan weer terug naar ‘normaal’ en dat is voor veel leraren niet digitaal, maar fysiek lesgeven. Wil je hen motiveren om met ICT bezig te blijven, is het belangrijk dat je als bestuur een gezamenlijk ontwikkeldoel bepaalt. In ons geval is dat het verbeteren van het hybride onderwijs, want het zou best kunnen dat we dat in de toekomst nog eens moeten inzetten. Wij bespreken dit doel met alle teams en vragen om hun medewerking. Daardoor gaat iedereen meedenken en ontstaan er mooie plannen. Met ons innovatiebudget kunnen die ook meteen worden uitgevoerd. Dat geeft nieuwe energie en een gevoel van saamhorigheid. We hebben hierbij ook de hulp ingeroepen van een onderwijsorganisatie.”

Om ervoor te zorgen dat je alle leraren meekrijgt, moet je oog hebben voor de verschillen in ambitie en vaardigheden.

Egbert de Jong

Oog hebben voor de verschillende groepen

Egbert de Jong - fotografie Lars van Rooijen Fotografie
Egbert de Jong , algemeen directeur  Montessori Vereniging Haarlemmermeer (foto Lars van Rooijen)

Om ervoor te zorgen dat je alle leraren meekrijgt, moet je oog hebben voor de verschillen in ambitie en vaardigheden, ervaart De Jong. “Je hebt op ICT-gebied altijd voorlopers en mensen die wat meer ondersteuning kunnen gebruiken. Het is voor bestuurders en schoolleiders belangrijk om te weten wat de ambities zijn van deze groepen en wat zij nodig hebben om in ontwikkeling te blijven. Ga eens kijken in de klas, schuif aan bij een teamoverleg en praat daarover met elkaar”, adviseert hij. “Leg van bovenaf niet van alles op en ondersteun leraren bij de keuzes die ze maken. Niet alleen met middelen, maar ook met tijd. Wij roosteren bijvoorbeeld af en toe leraren vrij om collega’s te helpen en we vragen op andere gebieden even wat minder inzet. Verder is het belangrijk om als bestuurder en schoolleider uit te stralen dat je ieders inzet waardeert en dat je vertrouwen hebt in hun ontwikkeling. Mensen hebben het nodig om gezien te worden.”

Directeuren kunnen hun schoolteams helpen door zich inhoudelijk in pakketten en digitale middelen te verdiepen en bewuste keuzes te maken.

Mieke Engelbertink

Inhoudelijke ondersteuning van directeuren

Mieke Engelbertink
Mieke Engelbertink, manager ICT  Scholengroep Dynamiek

Mieke Engelbertink, manager ICT bij Scholengroep Dynamiek, denkt dat het ook belangrijk is dat directeuren inhoudelijk meedenken en sturen. “Dit blijkt ook uit het onderzoek dat de HAN University of Applied Sciences in Arnhem en Nijmegen namens onze scholengroep uitvoert. Het onderzoek gaat over de rol van directeuren bij de inzet van ICT. Binnenkort komt er een rapport uit met de resultaten”, vertelt ze. “Wat ik van de onderzoekers al meekreeg, is dat directeuren hun schoolteams kunnen helpen door zich inhoudelijk in pakketten en digitale middelen te verdiepen en bewuste keuzes te maken, gebaseerd op inhoud, kwaliteit en visie. Ook kunnen ze schoolteams helpen bij het stellen van een goede hulpvraag en op basis daarvan scholing op maat aanbieden. Dat doen wij op onze scholen met de Dynamiek Academie.”

Laagdrempelige cursussen op maat


De scholengroep koopt voor de Dynamiek Academie cursussen in die aansluiten bij de behoefte van de scholen. Bijvoorbeeld over het gebruik van programma’s en software, het interpreteren en verwerken van data en over hoe je leerlingen op een leuke manier kunt leren programmeren. Engelbertink: “Leraren kunnen zelf trainingen aanvragen en op basis daarvan wordt elk jaar een nieuw gevarieerd aanbod samengesteld. Het fijne van een eigen academie is dat het laagdrempelig is en je kunt ook eigen medewerkers met een specialiteit vragen om een cursus te geven, zoals onze i-Coaches. Dat zijn leraren die veel affiniteit hebben met ICT en het leuk vinden om collega’s inhoudelijk te inspireren, coachen en helpen. Daar hebben we tijdens de coronacrisis enorm veel aan gehad.”

Ik wil mijn leerlingen ook na de crisis het beste van twee werelden meegeven.

Helma Last-Hoek

Met het hele team de digitale sprong maken


De combinatie van goede ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van scholing op maat, en leraren die de ruimte krijgen om elkaar te helpen en inspireren, zorgt ervoor dat scholen met het hele team de digitale sprong kunnen maken. Daarvan zijn Engelbertink, De Jong, Leenders en Last-Hoek overtuigd. “Als je hierin investeert, krijg je iedereen mee. Zo niet, worden de verschillen tussen leraren alleen maar groter”, verwacht Last-Hoek. “Omdat ik nog weinig ervaring heb met ICT en meer tijd nodig heb om het me eigen te maken, haak ik sneller af. Maar als ik genoeg tijd, ruimte, ondersteuning en inspiratie krijg, wil ik me graag verder ontwikkelen. Ik wil mijn leerlingen ook na de crisis, als de noodzaak minder voelbaar is, het beste van twee werelden meegeven: in beweging blijven en veel ‘offline’ bezig zijn om de sociale en motorische ontwikkeling te stimuleren, en de mogelijkheden van ICT verkennen, zodat zij digitale vaardigheden ontwikkelen. Die heb ik vroeger niet nodig gehad, maar zij zullen daar in hun verdere leven veel aan hebben.”

Over de Digitale Sprong
Binnen de Digitale Sprong onderzoekt de PO-Raad aan de hand van verschillende thema’s hoe het onderwijs er in de periode maart-juni 2020 uitzag. Wat was de impact op leraren, ouders en leerlingen? Is er inderdaad een ‘digitale sprong’ gemaakt? Of was de praktijk weerbarstiger? Door data uit de Monitor hybride onderwijs te combineren met eerder onderzoek en inzichten van projectleiders van de Innovatievragen Onderwijs en ICT, brengt de PO-Raad dit in kaart.

 Over de Monitor hybride onderwijs
De Monitor hybride onderwijs is in juni 2020 uitgezet onder scholen. De eerste rapportage (november 2020) geeft inzicht in hoe schoolleiders, leraren, ouders en leerlingen de periode van onderwijs op afstand hebben ingericht en ervaren. Het volledige rapport is te downloaden www.samenslimmerpo.nl/monitorhybrideonderwijs.