Nienke Woldman over het onderzoek 'Anders organiseren in het primair onderwijs'

Article type
Inspiratie

Nienke Woldman (Wageningen Universiteit) doet samen met collega's uit Tilburg onderzoek naar anders organiseren in het primair onderwijs en de inzet van onderwijsassistenten. Wat werkt wel en wat niet? Woldman geeft antwoord op de belangrijkste vragen. 

Nienke Woldman

Nienke Woldman onderzoekt samen met Piety Runhaar en Aniek Draaisma hoe de inzet van onderwijsassistenten kan helpen om de werkdruk op scholen terug te brengen. Begin oktober 2020 sprak zij op een online themabijeenkomst van de PO-Raad. Daar beantwoordde zij vragen van schoolleiders, ib’ers, HR-medewerkers, onderwijsondersteuners, bestuurders en beleidsmedewerkers in het primair onderwijs. 

  1. Begrijp ik goed dat de inzet van onderwijsassistenten erg werkdruk verlagend is als zij meer verantwoordelijkheid krijgen in waaraan gewerkt moet worden en wat het doel is?

    "Het kan werkdruk verlagend werken als onderwijsassistenten meer verantwoordelijkheid krijgen en autonoom zijn in de uitvoering van hun taken. Startpunt hierbij vormt de expertise van de professional; maak, door losse taken heen, goede afspraken waarbij het expertisegebied afgebakend wordt. Binnen het grote kader kan de organisatie de medewerker op verschillende manieren ondersteunen."

  2. In Engeland zie je dat teacher assistants te veel bovenop het individuele kind zitten en dat dit belemmerend kan werken voor de zelfstandigheidsontwikkeling van de leerling. Hebben jullie dit hier ook waargenomen? Zicht op hoe dat aangepakt

    "Onderwijsassistentie krijgt in Engeland anders vorm dan in Nederland. Wij hebben dit gegeven inderdaad teruggelezen in één van de Engelse wetenschappelijke studies in ons onderzoek. Daarin wordt bevestigd dat de rol van een onderwijsassistent niet optimaal is en zelfs belemmerend kan werken voor de zelfstandigheidsontwikkeling van het kind als je er te veel bovenop zit. Maar we herkennen dit beeld niet van hoe het er in Nederland aan toe gaat. We zien in Nederland wel onderwijsassistenten die over het algemeen gedegen zijn opgeleid en dat is in sommige gevallen in Engeland (naar wat wij hebben gelezen) niet zo. Daarnaast zien we, tot zover althans, dat de rol van onderwijsassistenten minder gericht is op begeleiding van een individuele leerling. Beide gegevens willen nog niet direct zeggen dat dit een aanpak is die voorkomt dat zelfstandigheidsontwikkeling belemmerd wordt, maar geven wel een indicatie van hoe wij zien dat onderwijsassistenten ingezet worden in Nederland.

    Tot slot: dit antwoord baseer ik op onze gegevens tot zover. Er volgt nog heel veel meer data de komende tijd, dus waar mogelijk zal ik dit antwoord in onze eigen rapportage aanscherpen."

  3. Jullie spreken steeds over onderwijsassistenten, maar bedoel je daar ook leraarondersteuners mee? Zo ja: hoe?

    "De term onderwijsassistent heeft veel bekendheid en vormde daarom het startpunt in het onderzoek. Daar kan de leraarondersteuner inmiddels zeker aan toegevoegd worden. Er is een formeel verschil tussen leraarondersteuners en ‘klassieke’ onderwijsassistenten: de leraarondersteuner mag zelfstandig voor de groep opereren, de onderwijsassistent heeft daar formeel begeleiding van een leerkracht bij nodig. In het onderzoek differentieert Nienke vooral op basis van expertise. Als een onderwijsassistent de ambitie heeft uiteindelijk zelfstandig voor een groep te staan, kijk dan als school wat gedaan kan worden om deze collega daar naartoe te laten groeien. Bespreek doorgroeimogelijkheden, zodat er voor deze collega geen plateau ontstaat."

  4. Hoe ga je om met de beloning van onderwijsassistenten? Hoe zit het met het salarishuis?

    "In het salarishuis komt steeds meer ruimte en dat is erg wenselijk. Professionals krijgen zo perspectief op doorgroeien, vanwege interesses en expertises kunnen die doorgroeimogelijkheden opgezocht worden."

  5. Wat is de link van de vragenlijst?

  6. Hoeveel is er bekend over de effecten van de inzet van onderwijsassistenten die werken met individuele kinderen en hun inzet bij groepjes kinderen?

    “Onderzoek naar de effecten van de inzet van onderwijsassistenten in Nederland is schaars. Kwantitatieve onderzoeken naar effecten van onderwijsassistenten op onderwijskwaliteit, werkdruk/verzuim, werktevredenheid en de vraag naar nieuwe leraren in Nederland, zijn we niet tegengekomen. Wel vonden we kwalitatieve onderzoeken naar de inzet van onderwijsassistent. Deze richten zich vooral op werkdruk van leraren en baantevredenheid van onderwijsassistenten.”

  7. Zien jullie EVC-trajecten als een officieel diploma voor onderwijsassistenten en leraarondersteuners?

    "Wij zien elk certificaat inderdaad als een startpunt voor gesprek. Of dit dat een ‘officieel diploma’ heet, laat ik in het midden. Het is aan opleidingen om certificaten te kwalificeren. Maar juist het kijken naar wat iemand aan bagage heeft en (daarmee vast en zeker ook) aan interesse zou het startpunt moeten (mogen..) zijn van het gesprek over taken en rollen." 

  8. Hoe gaan scholen hiermee om?

    "In onze ervaring gaan scholen wisselend om met het differentiëren in de taken/rollen van onderwijsassistenten en lerarenondersteuners. Er is een heel aantal scholen dat juist naar de diversiteit aan achtergronden kijkt en op basis van (onder andere) deze achtergronden met professionals meedenkt over welke rol zij kunnen vervullen binnen het team. Maar ook een  aantal schoolleiders heeft aan ons teruggegeven dat zij (nog) geen goed beeld hebben van wat het verschil is tussen verschillende opleidingen (bijvoorbeeld tussen de MBO-opleiding tot onderwijsassistent, of de associate degree opleiding tot lerarenondersteuner), waardoor differentiëren tussen taken/professionals op basis van opleiding niet altijd gebeurt. Deze schoolleiders gaven ook aan dat zij uiteindelijk wel differentiëren, maar op basis van andere gronden, namelijk van de expertise en interesse die een professional op dat moment heeft. Daarbij kan opleidingsachtergrond dus minder van belang zijn, terwijl dit in andere situaties misschien juist wel van belang is."

  9. Wij hebben vooralsnog in ons functiehuis de voorbeeldfunctie onderwijsassistent 4 en leraarondersteuner in schaal 7 opgenomen. Hoe gaan andere besturen om met de functiereeksen binnen deze functies?

    "Vanuit het onderzoek hebben we geen zicht op hoe besturen met schalen van onderwijsassistenten omgaan. Wel denk we dat differentiatie hier gewenst is. Het belangrijkste, n.a.v. onze resultaten tot zover, is om op persoonsniveau kijken wat iemand wil en kan. En een plan maken om deze expertise verder uit te bouwen. Wellicht betekent dit voor een onderwijsassistent dat hij/zij zich verder zal moeten opleiden in een associate degree lerarenondersteunersfunctie, of tot leraar. Juist de focus op de lange termijn is van belang om door te kunnen groeien. En hier kan ook het uitzicht op een nieuw profiel aan gehangen worden. Vanuit het onderzoek stellen we: maak vooral duidelijk aan onderwijsassistenten dat zij door kunnen groeien in expertise (en ook naar hogere schalen), en ook hoe zij dit kunnen doen. Hiervoor zou je de voorbeeldfunctieomschrijvingen kunnen gebruiken die als bijlage bij de nieuwe cao primair onderwijs zijn verschenen." 

  10. Ik ben benieuwd naar good practices over de inzet van onderwijsondersteunend persoon bij groepsdoorbrekend werken.

    "Om antwoord te geven op deze vraag, zou ik u graag ons rapport laten lezen van onze ‘case studies’; de scholen die we bezocht hebben omdat zij een good practice vormen en andere scholen kunnen en willen inspireren. Dit rapport zullen we in het eerste half jaar van 2021 publiceren."

  11. Hoe kan een onderwijsassistent klassendoorbrekend ingezet worden en hoe monitor je dan die inzet?

    "Vanuit onze resultaten en gesprekken met experts zeggen wij: begin bij de interesse en expertise (of te ontwikkelen expertise) van de onderwijsassistent. Maak samen een plan en dat plan geldt als rode draad door de taken. Binnen dit plan kun je bekijken waar je dan welke klas kunt ondersteunen. Vervolgens kun je een meer concreet plan maken met de leraren en de onderwijsassistent samen waarin zowel aandacht geschonken wordt aan de praktische kant (beschikbaarheid) als aan de procesmatige kant (manier van werken). Door dit plan, is de inzet te monitoren. Maar: timmer niet alles van te voren dicht, houd juist ruimte voor flexibele inzet. Die lijn geeft duidelijkheid voor de onderwijsassistent, de schoolleider, maar ook voor het team dat weet hoe je een beroep doet op elkaar."

  12. Wat kunnen onderwijsassistenten betekenen voor (groepen) leerlingen met een onwikkelingsvoorsprong?

    "Dit is een vraag waar ik allerlei verschillende antwoorden op kan geven, aan de hand van verschillende cases die we hebben gezien. Maar ook voor dit vraagstuk: waar is deze onderwijsassistent in kwestie goed in? En ook: wat vindt hij/zij leuk om te doen? Op dat vlak zou ik de ondersteuning insteken. En dan de onderwijsassistent de ruimte geven om – in continu overleg met de leraar (leraren) die hij/zij ondersteunt – zelf deze taak in te vullen. Elke onderwijsassistent kan – net als elke leraar – goed aangeven in hoeverre deze autonomie gewenst is, of minder. Begin bij de professional."

  13. Hoe zit het qua verzekering als een onderwijsasssistent alleen voor de groep staat?

    "Een leraar ondersteuner of onderwijsassistent is niet bevoegd om zelfstandig voor de klas te staan. Hiervoor is een Pabo diploma vereist. Vorig jaar heeft de Inspectie echter wel aangegeven dat er, gezien het lerarentekort, minder streng wordt gekeken indien een school toch in geval van nood een leraar ondersteuner of onderwijsassistent voor de klas zet. De school moet er dan wel alles aan hebben gedaan om een bevoegde leraar te vinden, maar als dit niet lukt, is het beter om een ondersteuner of assistent voor de klas te zetten, dan de klas naar huis te sturen. Zie ook deze link.

    Verder dient een schoolbestuurder bij de verzekering te informeren of deze dekking biedt op het moment dat er een onbevoegde leraar les geeft. Uit de polisvoorwaarden moet blijken waar een werknemer precies voor is verzekerd."

  14. Hoe neem je directeuren mee in het anders kijken naar de inzet van onderwijsassistenten, met name waar het gaat om hun inzet vanuit zware ondersteuningsmiddelen?

    "Om te starten, zou ik zorgen voor ‘quick wins’, zoals ik die tijdens de sessie aanhaalde: aanpassingen die op korte termijn en met relatief weinig inspanningen te organiseren zijn en (hopelijk) voor verbetering zorgen. Denk aan het aanbrengen van een focus in het takenpakket van een onderwijsassistent, op basis van zijn of haar interesse en expertise."